HINDERNISBAAN/ DE SCHELP UPDATE 2/ AANKOOP IRS-GEBOUW/ DE HITTE VOORBIJ/ HALSTEREN-OOST OP SLOT!

| jaar 5 | nummer 227 |

| 12-08-2018 | 11.00 uur |


 

| HINDERNISBAAN |  

 

Ben je slecht ter been, slechtziend of blind dan is de binnenstad van Bergen op Zoom niet (meer) de plek waar je moet zijn.

Is het voorschrift: uitstallingen niet meer dan één meter uit de gevel, dan trekken we ons daar niets van aan.
Is het voorschrift: terrassen binnen de op de bestrating met strips of koperen markeringen aangegeven plaatsen, dan trekken we ons daar niets van aan.
Is het voorschrift: de straat moet tussen het vaste terras en het losse terras vrij van objecten blijven, dan trekken we ons daar niets van aan.   

Nee, de ondernemers hebben geen oog voor mensen met een beperking. Een commerciële hindernisbaan om vooral de vrije doorgang voor de obers of de commerciële belangen te dienen is meer aantrekkelijk. En ach, handhaven is niet het sterkste punt van de gemeente. Dus we doen lekker waar we zin in hebben. Die rollatorgangers doen maar lekker hobbelen. Hun reumaknieën, ellenbogen, nek- en rugwervels en polsen moeten maar tegen een stootje kunnen.

Moeten de rollatorgangers, rolstoelers en scootmobielers eerst met zwaaiende wandelstokken en krukken ten stadhuize trekken of gaat de gemeente haar eigen regels serieus nemen?

Louis van der Kallen

 


 

| DE SCHELP UPDATE 2 |  

 

Op 4 juli 2018 schreef ik in de Schelp update 1 dat de BSD geen behoefte had aan onderzoek door het college met een hoog ‘wij van WC eend’ gehalte. Want een eigen vleeskeuring door het college is altijd meer manipuleerbaar dan een onafhankelijk onderzoek.

Het college zag wel wat in een onderzoek in coproductie. De BSD kondigde toen een eigen onderzoek aan. Want voor een coproductie in samenwerking met de gemeenteraad en haar leden is vertrouwen nodig en dat heeft de BSD, na al wat rond de Schelp gebeurd is, niet meer. Sindsdien is met het BSD onderzoek een start gemaakt. Dat heeft geleid tot de volgende brief aan het college van B&W met de eerste bevindingen van het aanbestedingsdossier, punten van interesse als resultaat van drie gesprekken met oud-wethouders, vragen aan het college van B&W, voorlopige conclusies en een verzoek tot inzage in alle onderhoudsrapportages, inspecties, metingen aan de lucht in het gebouw en in de aan- en afzuigsystemen, jaarverslagen en verslagen van de raad van commissarissen of raad van toezicht vanaf de opening in 1999.

Louis van der Kallen    

 


 

| AANKOOP IRS-GEBOUW |  

 

De ‘mist’, waarover ik in de nieuwsbrief van 4 februari 2018 schreef over de mogelijke aankoop van het IRS-gebouw (suikerlab), begint op te trekken. In de nieuwsbrief van 18 maart gaf ik o.a. aan wat voor afwegingen ik maak om de gemeentelijke aankoop van het IRS-gebouw als raadslid te beoordelen.

Nu is een raadsvoorstel naar de gemeenteraad gestuurd, inhoudende aankoop van het pand voor ruim drie miljoen euro en geschikt te maken voor de verhuur.  

Ik begrijp de doelstellingen van de gemeente, zoals het behoud van een beeldbepalend gebouw, de wens het agrofoodsector in de Zuidwestelijke Delta verder te ontwikkelen en de gewenste komst van een hogere beroepsopleiding zoals de HAS. Toch vraag ik mij af of het college in de gesprekken die gevoerd zijn met de raadsleden wel geluisterd heeft. Ik mis toch wel een paar zaken in het raadsvoorstel. Als voorbeeld: in de risicoparagraaf ontbreekt het risico van een bodemverontreiniging. Wat de BSD fractie echt mis is een indicatie van de mogelijke huurinkomsten.

De zinnen: “Zoals gememoreerd zijn er momenteel nog geen garanties af te geven voor beoogde huuropbrengsten en bijdragen van derden. Wel lopen onderstaande contacten over ingebruikname van het gebouw en (huur)bijdragen”, is wel een heel makkelijke verklaring. Niemand vraagt vooralsnog om garanties. Maar een indicatie van de mogelijke huuropbrengsten van de eerst vijf jaar is wel het minimum wat verwacht had mogen worden. De te verwachten lasten zijn wel voor de jaren 2019-2022 gegeven.

Echt verontrust is de BSD-fractie over de financiële positie van de HAS waarmee zaken wordt gedaan. “Bij de jaarlijkse analyse van de financiële gegevens van het bestuur heeft de inspectie risico’s gesignaleerd voor de financiële continuïteit van Stichting HAS Opleidingen. Onderzoek bij de instelling heeft dit beeld bevestigd. Daarop is Stichting HAS Opleidingen onder aangepast financieel continuïteitstoezicht geplaatst.” Citaat uit een rapport van de onderwijsinspectie naar de financiële positie van de HAS “TOEZICHT OP DE FINANCIELE CONTINUÏTEIT VAN STICHTING HAS OPLEIDINGEN TE ’S-HERTOGENBOSCH” d.d.1 mei 2018.

Voordat de BSD kan instemmen met de aankoop van het IRS-gebouw dient er nog wel het één en ander te worden verduidelijkt.

Louis van der Kallen    

 


 

| DE HITTE VOORBIJ |  

 

Heerlijk zo’n zomer. Volop genieten van het mooie weer vinden veel mensen. Anderen denken daar mogelijk weer anders over. Want de hitte van de afgelopen periode heeft ook minder aantrekkelijke kanten.

Boeren zitten met smart op regen te wachten. De gazons lijken eerder een woestijn dan een plek die uitnodigt om heerlijk van het groen en de vlinders te genieten. Ook de binnenstad wordt er niet aantrekkelijker op om te gaan winkelen. Louis van der Kallen vraagt al jaren om maatregelen tegen de hittestress, met name in de binnenstad, en terecht.

Waar wel fors in geïnvesteerd is zijn de meren en vennen in de gemeente Bergen op Zoom om te voorkomen dat er elk jaar weer blauwalg ontstaat. Het verbaast mij dan ook dat, ondanks de miljoenen die enkele jaren geleden zijn geïnvesteerd in bijvoorbeeld de Kleine Melanen door de bodem te reinigen en schoon zand aan te brengen en dit jaar nog een flinke investering door het aanleggen van een extra ondergrondse pijpleiding parallel aan de plas, er toch weer sprake is van blauwalg.

In maart van dit jaar opperde de fractie van GBWP om een (mobiele) fontein te plaatsen op de Grote Markt om de attractiewaarde van de markt te verhogen. Een sympathiek boter-op-het-hoofd-voorstel. Verder niets meer van gehoord. Maar ook voor de vennen, plassen en andere grote wateren in onze gemeente zou het plaatsen van (mobiele) fonteinen kunnen bijdragen aan het voorkomen van blauwalg en onnodige vissterfte door het vergroten van het zuurstofgehalte in het water.

College wees eens wat creatiever en kom eens naar buiten om met eigen ogen te zien wat er in de openbare ruimte van onze mooie gemeente nodig is, bijvoorbeeld het plaatsen van mobiele fonteinen, beter voor de kwaliteit van de leefomgeving en een extra impuls als het gaat om de attractiewaarde ervan.

Piet van den Kieboom    

 


 

| HALSTEREN-OOST OP SLOT! |  

 

Sinds maanden wordt er al gewerkt aan de Wouwseweg in Halsteren. Nieuwe buizen, leidingen en riool. Dat dit veel werk is en dat de medewerkers van het bedrijf hard werken staat buiten kijf. Maar moet dit nu zo lang duren?

Tot overmaat van ramp is men weken geleden ook begonnen met het aanleggen van een, naar mijn mening, overbodige rotonde, waarvoor de benodigde middelen ook nog  eens uit het niets in een raadsvergadering beschikbaar werd gesteld door een krappe meerderheid. Dat het werken aan de weg ongemak met zich mee brengt is vanzelfsprekend. Maar dat er meerdere langdurige werken tegelijkertijd worden uitgevoerd duidt op gebrek aan afstemming en planning. De bewoners van de wijk Rode Schouw en bezoekers van de Lidl zullen blij zijn als de karweien geklaard zijn.

Laten we hopen dat er bij de aanpak van de Halsterseweg-Noord een betere afstemming en planning wordt gehanteerd.

Piet van den Kieboom

 

STEUN ONS DOOR DE BSD FACEBOOKPAGINA LEUK TE VINDEN

 


VRAGEN EX ART 39 VEILIGHEID VAN ZWEMBADEN IN DE GEMEENTE BERGEN OP ZOOM – 2, KENMERK LVDK/18029

 


 

Bergen op Zoom, 26 juli 2018

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom 

 

Betreft:          Vragen ex art. 39 veiligheid van zwembaden in de gemeente Bergen op Zoom – 2, kenmerk LVDK/18029
 

Geacht College,

 

Waarnemingen WOB onderzoek stukken aanbesteding/gunning/realisering zwembad de Schelp:

  • Er zijn geen opleveringsstukken meer beschikbaar.
  • In het bestek genoemde adviesstukken bijvoorbeeld ten aanzien van de toe te passen verfsystemen zijn niet meer beschikbaar.
  • De in het bestek voorgeschreven keuringsrapporten van de toegepaste of toe te passen materialen zijn niet meer beschikbaar.
  • Er zijn geen stukken aangetroffen waaruit is af te leiden dat de gebruikte materialen, bijvoorbeeld het thermisch verzinkt staal, voldeed aan de in het bestek gestelde normen. Van steekproeven, bijvoorbeeld simpele hardheidsproeven, is niets te vinden.
  • Het meer- en minderwerk is slechts éénregelig, vaak met slechts enkele steekwoorden omschreven.
  • Een eerder bestek, dat niet is uitgevoerd omdat de aanbesteding/gunning niet rechtmatig was, bleek niet meer beschikbaar. De kosten van dit eerdere bestek zijn wel ten laste gebracht van het oorspronkelijke budget (verklaring oud wethouder van de Water)
  • Het bouwkundig bestek is opgesteld door Hevo Bouwmanagement BV. (P. Eggink)
  • De architect was van Jan Brouwer associates (N. van Veen)
  • De gehanteerde voorschriften en richtlijnen voor het metaalconstructiewerk voldeden aan de in februari 1997 (datum opgesteld bestek) gestelde richtlijnen.
  • De in het bestek voorgeschreven kwaliteitsrapporten of een voorgeschreven “abnahmeprüfzeugnis” voor het laswerk zijn niet meer beschikbaar.
  • Er zijn geen fabriekscontrole attesten in de stukken aangetroffen.
  • Voor de bevestigingsmiddelen is RVS AISI 316 voorgeschreven.
  • Voor verbindingsmiddelen is RVS AISI 304 of 316 voorgeschreven.
  • Van de in “agressief milieu” toe te passen “kunststof isolatieringen” wordt wel de dikte (tenminste 3 mm) voorgeschreven niet de samenstelling of kwaliteit).
  • Voor vrijwel alle metalen objecten (zoals hekwerken, leuningen, ophangconstructies, beugels, enz. ) is RVS AISI 316 voorgeschreven.
  • Voor de dekverfsystemen is verf op basis van alkydhars of op basis van epoxy-alkyd voorgeschreven.
  • “Van de aannemer zal een door de verffabrikant en schilderonderaannemer mede-ondertekende garantieovereenkomst, volgens de daarvoor door de Vereniging van Vernis- en Verffabrikanten in Nederland en door het bedrijfsschap Schilderbedrijf gemeenschappelijk opgestelde richtlijnen, worden verlangd voor de kwaliteit van de verfprodukten en over de juiste verwerking daarvan op de aangeboden ondergronden. Vanwege de fabrikant moet in verband met de door hem gegeven garantie, controle op de uitvoering van het schilderwerk. Door de verffabrikant moet vooraf een verftechnisch advies aan de directie worden overlegd.” Dit advies noch de garantieovereenkomst is bij de stukken aangetroffen.
  • In het beheersplan realisatie nieuwbouw zwemaccommodatie van Hevo is ten aanzien van de kwaliteit van het bestek te lezen: “Het bewaken van de kwaliteit beschouwt Hevo als een van de hoofdtaken. Het gaat daarbij zowel om de proceskwaliteit als om de productkwaliteit. De productkwaliteit zal in belangrijke mate een afgeleide zijn van het bestek en tekeningen. In het bestek, zie punt 1.2., is de te behalen kwalitatieve en kwantitatieve norm vastgelegd. Binnen de projectorganisatie zal ernaar gestreefd worden een optimale kwaliteit te bereiken binnen de budgettaire kaders.”
  • De verslagen van de ‘adviseursoverleggen’ zijn niet compleet.
  • Op basis van het bestek kan ik niet helder krijgen of en hoe het doek in het zwemgedeelte in het bestek zat. Het lijkt later opgekomen. In het meer-minderwerk duikt het doek op zonder dat ik het startpunt helder krijg (wegens het ontbreken van enkele verslagen ). Mijn vermoeden is in mei 1999 of daarvoor omdat toen een vraag omtrent het doek aan de architect is gesteld. Afhandeling wordt gemeld op 8 september 1999. Dat lijkt een lange afhandelingstijd.
  • In een verlag over meer- minderwerk d.d. 5 november 1999 kwam ik de volgende tekst tegen: “Het is gebleken, dat bij een aanname van de vertragingsfactor van het plafonddoek, destijds niet juist is geweest voor wat betreft de omgevingstemperatuur boven het doek en met name rond de kokers (diameter 200). Hierdoor ontstaat condens, zodat alsnog isolatie is aangebracht, om dit te voorkomen.” 

Ik heb gesprekken gehad met drie oud-wethouders over de Schelp. Daar kwamen de volgende punten naar voren:

  • Klopt in het ontwerp de afstand (in de buitenwand) tussen de luchtaanvoer en de luchtafvoerpijpen wel?
  • Klopt de afzuigroute door het gebouw wel in relatie met het ontwerpgebruik en het huidige gebruik?
  • Zijn de concentraties CL++ ionen in het gebouw wel overeenkomstig de ontwerp uitgangspunten?
  • Hebben tussentijdse verbouwingen/aanpassingen in het gebouw de luchthuishouding niet ontregeld? Denk aan het gebruik van magazijnruimten.
  • Wat is de rol van ‘Sportfondsen’?
  • Als bezuiniging zijn de installaties ontworpen op 230.000 bezoekers per jaar. Oorspronkelijk was dat 300.000. Terwijl in het raadsvoorstel We/25 van 29 september 1995 het uitgangspunt nog 400.000 bezoekers was. Wat zijn de werkelijke getallen en kunnen de huidige installaties dat aan?
  • De bedoeling was dat in het kader van onderhoud en/of inspectie het ‘zeildoek’ met regelmaat verwijderd zou worden. Is dat ook gebeurd en wat waren de bevindingen?
  • Is er met het zeildoek rekening gehouden met de “hangbelasting”?
  • De afdeling sport was verantwoordelijk voor de bouw. Wat was de rol van ‘vastgoed’ en was het niet beter geweest als zij als deskundigen de bouw hadden begeleid?
  • Garanties golden veelal voor vijf jaar. Wat is de rol van de architect geweest in schadebeperkende zin? Heeft hij zijn zorgplicht ingevuld?  

Vragen naar aanleiding van het onderzoek 

In 2004 verscheen de “Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van (ophang)constructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden”. Deze praktijkrichtlijn is in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, samengesteld door het Nederlands Corrosie Centrum in samenwerking met TNO Industrie en TNO Bouw. Een citaat uit deze praktijkrichtlijn had iedereen in zwembadland wakker moeten schudden:

“De eerste inspectieresultaten lieten zien dat in de laatste jaren in veel gevallen RVS is toegepast in plafondophangingen en in (ophang)constructies van luchtkanalen, leidingen en andere bevestigingsmiddelen in overdekte zwembaden. Het betreft hier de standaard RVS typen 18Cr10Ni (zoals AISI 304) en 18Cr10NiMo (zoals AISI 316), die in het bad of in de spatwaterzone veelvuldig zonder probleem worden toegepast. Onder specifieke omstandigheden blijken deze materialen echter gevoelig te zijn voor zogenaamde spanningscorrosie (Stress Corrosion Cracking: SCC), waarbij scheurenvorming relatief snel op kan treden en tot breuk kan leiden. Deze specifieke omstandigheden blijken zich met name voor te doen bóven het bad, waar een nagenoeg met chloriden verzadigde dunne vochtfilm op deze materialen kan ontstaan en ongehinderd kan inwerken (er treedt geen verdunning op door badwater). Genoemde standaard RVS typen zijn daarmee volstrekt ongeschikt voor gebruik in dragende constructies boven het bad in overdekte zwembaden.”

  1. Zijn er na het verschijnen van deze praktijkrichtlijn, in 2004 of daarna, acties ondernomen, en zo ja welke, om de RVS 304 en 316 bouten en moeren in de Schelp te monitoren, inspecteren of te vervangen?
  2. Zo nee, waarom niet?
  3. Naar de menig van één van de oud-wethouders is bij de bestekopdracht gesproken over de alternatieven voor RVS 304 en 316. Naar zijn mening is de uiteindelijk keuze om financiële redenen gemaakt met als medeargument dat de toepassing van RVS 304 en 316 binnen de toen geldende richtlijnen viel. Is deze keuze binnen het college van B&W ooit aan de orde geweest en wat waren de uitgewisselde argumenten?
  4. Klopt in het ontwerp de afstand tussen de luchtaanvoer en de luchtafvoerpijpen wel? Kan hier onderzoek naar gedaan worden?
  5. Klopt de afzuigroute door het gebouw wel in relatie met het ontwerp gebruik en het huidige gebruik? Kan hier onderzoek naar gedaan worden of is er bij verbouwingen onderzoek naar gedaan?
  6. Zijn de concentraties CL++ ionen in het gebouw wel overeenkomstig de ontwerp uitgangspunten? Kan hier onderzoek naar gedaan worden? Zijn hier metingen van de afgelopen 10 jaar beschikbaar?
  7. Hebben tussentijdse verbouwingen/aanpassingen in het gebouw de luchthuishouding niet ontregeld? Denk aan het gebruik van magazijnruimten. Kan hier onderzoek naar gedaan worden?
  8. Wat is de rol van ‘Sportfondsen’? Heeft het college ooit overwogen tot onafhankelijk onderzoek naar de adviesrol van ‘Sportfondsen’? Is ooit de rol van ‘Sportfondsen’ op landelijke schaal geëvalueerd? Wat waren daarvan de uitkomsten?
  9. Als bezuiniging zijn de installaties ontworpen op 230.000 bezoekers per jaar. Oorspronkelijk was dat in het bestek 300.000. Terwijl in het raadsvoorstel We/25 van 29 september 1995 het uitgangspunt nog 400.000 bezoekers was. Wat zijn de werkelijke getallen en kunnen de huidige installaties dat aan?
  10. De bedoeling was dat in het kader van onderhoud en inspectie het ‘zeildoek’ met regelmaat verwijderd zou worden. Is dat ook gebeurd en wat waren de bevindingen?
  11. Is er met het zeildoek rekening gehouden met de “hangbelasting”?
  12. De afdeling sport was verantwoordelijk voor de bouw. Wat was de rol van ‘vastgoed’ en was het niet beter geweest als zij als deskundigen de bouw hadden begeleid?
  13. Garanties golden veelal voor vijf jaar. Wat is de rol van de architect geweest in schade beperkende zin? Heeft hij zijn zorgplicht ingevuld? Heeft de architect naar aanleiding van de in 2004 verschenen “ Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van (ophang)constructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden” richting de gemeente actie ondernomen om te wijzen op de risico’s van de gebruikte RVS 304 en 316 bouten en moeren en heeft hij suggesties gedaan hoe met deze risico’s om te gaan?
  14. Is er de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de “kunststof isolatieringen”?

Voorlopige conclusies:  

  1. Het aanbesteding/gunning/realisering dossier van zwembad de Schelp is verre van compleet. Belangrijke documenten (keuringsrapporten, certificaten, opleverdocumenten), die inzicht zouden kunnen verschaffen in de uiteindelijke kwaliteit van het gerealiseerde gebouw, ontbreken. Dat maakt het onmogelijk om op basis van documenten met enige zekerheid te weten wat de kwaliteiten waren bij oplevering, laat staan wat de te verwachten kwaliteit is nu.
  2. De verantwoording van meer- en minderwerk is armzalig. Vaak beperkt tot een enkele zin of steekwoorden en guldens. Ook de verslagen van adviseurs- of bouwoverleggen zijn in dat kader weinig informatief. Dit maakt het verder onmogelijk te komen tot een reëel oordeel over de kwaliteit bij oplevering.
  3. Het niet (meer) aanwezig zijn van het verfadvies (zo dat er is geweest) maakt het moeilijk om te kunnen oordelen over de kwaliteit van het uitgevoerde of beoogde onderhoud aan verfsystemen.
  4. In zowel de stalen constructie als in allerlei andere ophang- en verbindingselementen zijn de sinds 2004 als volstrekt ongeschikte (voor overdekte zwembaden) RVS typen gebruikt. Het is dan ook voor de BSD-fractie onbegrijpelijk dat niet reeds vanaf 2004 maatregelen zijn genomen c.q. de gemeenteraad is geïnformeerd over hoe met het probleem van de (op termijn) noodzakelijke vervanging van deze RVS typen moet worden omgegaan.
  5. De keuze van Hevo Bouwmanagement BV en het architectenbureau waren keuzen voor de te verwachten kwaliteit. Beide hadden in 1999 een goede naam en werden deskundig geacht.
  6. De gehanteerde voorschriften en richtlijnen voor het metaalconstructiewerk voldeden aan de in februari 1997 geldende richtlijnen, hoewel in documentatie rond het onderwerp van corrosiebestendigheid en de geschiktheid van de gebruikte RVS typen in zwembaden reeds vragen werden gesteld.
  7. Wat een ernstige beperking is geweest om te komen tot een kwalitatief zwembad is het beschikbare budget, dat reeds deels was gebruikt voor het maken van een bestek wat niet is gebruikt. Het volgende citaat uit het “beheersplan realisatie nieuwbouw zwemaccommodatie van Hevo” geeft een inkijk in de manier waarop werd gedacht.

“Het bewaken van de kwaliteit beschouwt Hevo als een van de hoofdtaken. Het gaat daarbij zowel om de proceskwaliteit als om de productkwaliteit. De productkwaliteit zal in belangrijke mate een afgeleide zijn van het bestek en tekeningen. In het bestek, zie punt 1.2. is de te behalen kwalitatieve en kwantitatieve norm vastgelegd. Binnen de projectorganisatie zal ernaar gestreefd worden een optimale kwaliteit te bereiken binnen de budgettaire kaders.” Niet de kwaliteit was bepalend maar het beschikbare budget!!!!!!

Vervolg         

Gezien de bevindingen op basis van de stukken betreffende de aanbesteding/ gunning/ realisering zwembad de Schelp, heb ik de behoefte een aantal zaken nader te onderzoeken.

Daartoe verzoek ik met een beroep op de WOB inzage in alle onderhoudsrapportages, inspecties, metingen aan de lucht in het gebouw en in de aan- en afzuigsystemen, jaarverslagen en verslagen van de raad van commissarissen of raad van toezicht vanaf de opening in 1999. 

Uw reactie/handelen afwachtend, 

Met vriendelijke groeten,

Namens de BSD-fractie,

Louis van der Kallen