BEGRAAFPLAATS, KENMERK LK6060

 


 

Bergen op Zoom, 21 november 2006

 

Aan Burgemeester en Wethouders 

der Gemeente Bergen op Zoom 

Postbus 35 

4600 AA Bergen op Zoom 

 

Betreft: begraafplaats, kenmerk LK6060

 

Geacht College, 

Recent is ondergetekende benaderd door iemand die in 2001 de as van zijn overleden vader heeft verspreid op een grafkavel op de gemeentelijke begraafplaats. 

Bij de verzorging van het ‘graf’ kwam hij met regelmaat stukjes puin, slakken/sintels, geroest ijzer, rottend hout, enz. tegen. Bij navraag bij de beheerder bleek dat er op dit gedeelte van de begraafplaats een steen-/dakpannenfabriek heeft gestaan.

Afgelopen augustus vond hij een aantal stukjes cementachtig materiaal, dat later bij een onderzoek van de Milieudienst op de begraafplaats asbesthoudend bleek. De conclusie van de Milieudienst was volgens de betrokkene: “zolang de grond niet beroerd wordt, is er niets aan de hand”.

Betrokkene heeft direct contact opgenomen met de gemeente. De gemeente bleek reeds op de hoogte te zijn gebracht door de Milieudienst. Hem werd beloofd dat er met hem nader contact zou worden opgenomen. Dit is tot 15 november jl. niet gebeurd.

Betrokkene ervaart een probleem. Enerzijds vreest hij dat het onderhoud van het ‘graf’ voor hem een gezondheidsrisico oplevert, anderzijds vindt hij het erg dat de as van zijn vader op vervuilde grond is verstrooid.

Ik heb hem geadviseerd om alleen het ‘graf’ te verzorgen als de grond nat is (bijvoorbeeld door regen). Zijn moeder is ernstig ziek en de wens bestaat dat de as van zijn moeder verstrooid wordt op hetzelfde perceeltje. In een gesprek met hem heb ik reeds uitgelegd dat het ‘probleem’ vrijwel onoplosbaar is. Sanering van het ‘grafperceel’ kan betekenen dat de as van zijn vader grotendeels over andere percelen verspreid zal worden. De symbolische hereniging in de dood van zijn vader en moeder wordt dan in de symboliek van een gezamenlijke rustplaats verstoord. Het is voor betrokkene een zeer emotionele aangelegenheid.

Wat ik niet begrijp, en zelfs onbehoorlijk vind, is dat betrokkene niet is teruggebeld door de gemeentelijke ambtenaar die hij gesproken heeft. Ik ben mij ervan bewust dat er in deze een emotionele drempel bestaat. Ik heb deze ook ervaren toen ik na de ontvangst van een email contact zocht met betrokkene. 

Ook als er geen oplossing direct voor handen is, is een menselijke benadering gewenst en wat mij betreft geboden. 

Wat ook van belang is dat helder wordt in hoeverre de asbest verontreiniging verspreid is over de gemeentelijke begraafplaats. De asbestrestanten kunnen zeer wel afkomstig zijn van bijvoorbeeld de ovenbekleding van een voormalige steen-/dakpannenfabriek en bij sloop over een groot gebied verspreid zijn. Dit roept vraagtekens op in hoeverre grafdelvers en grafonderhouders c.q. bezoekers gezondheidsrisico’s lopen.

Is dit onderzocht? 

Zo neen, zal dit onderzocht worden? 

Zijn grafdelvers, bezoekers, enz. naar aanleiding van het onderzoek van de Milieudienst geïnformeerd en van adviezen voorzien hoe bij bezoek en werkzaamheden te handelen? 

Is het mogelijk om, indien onderzoek uit zou wijzen dat de verspreiding van asbesthoudend materiaal zich uitstrekt tot nog niet in gebruik genomen percelen, deze alvorens uit te geven te saneren? 

Uw schriftelijk antwoord zie ik graag tegemoet. 

Met vriendelijke groet, 

namens de BSD-fractie, 

L.H. van der Kallen 

 


 

 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *