AANBESTEDING SCHILDERWERKEN, KENMERK LK/80017

 


 

Bergen op Zoom, 14 februari 2008

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders 

der Gemeente Bergen op Zoom 

Postbus 35 

4600 AA Bergen op Zoom 

 

Betreft: Aanbesteding Schilderwerken uw kenmerk: U08-001707 ons kenmerk LK/80017 

 

Geacht College, 

Met opperste verbazing heeft ondergetekende kennisgenomen van uw antwoord op mijn brief van 3 november 2007 inzake de aanbesteding en gunning van schilderwerken door de gemeente alsmede van het krantenbericht d.d. 14 februari 2008 in BN/deStem, alsmede van uitspraken van de portefeuillehouder gedaan tijdens een persconferentie waarop uw brief is besproken c.q. toegelicht. 

In uw brief constateert u “dat niet is gehandeld in strijd met het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid”. Dit is in flagrante tegenstelling met de feiten geconcludeerd op basis van het dossier ‘schilderwerk Stadskantoor’ zoals dat voor mij ter inzage lag, waar een gunning heeft plaatsgevonden van circa 60.000 euro op basis van enkelvoudige aanbesteding, terwijl meervoudige aanbesteding volgens het aanbestedingsbeleid is geboden.

Mogelijk is een verklaring hiervoor de zin in uw brief; “Het feit dat een aanbesteding in 2004 plaatsvindt, de gunning in 2005 en de opdracht in het jaardossier van 2006 is gearchiveerd”. Het had, naar mijn gevoel, op uw weg gelegen mij uit te nodigen het eventueel aangevulde/complete dossier in te zien. 

Het krantencitaat: “we kiezen niet voor niets vaak voor het zelfde bedrijf (sinds 1996 100% inzake het Markiezenhof). Dat betekent dat we tevreden zijn over de geleverde diensten. Waarom zouden we dat anders doen? Wij zien er geen reden toe”, aangevuld met de tot mij gekomen uitspraak van de portefeuillehouder tijdens de persconferentie: “wij kiezen voor kwaliteit”, is er één om in te lijsten als je als ondernemer het zou wagen dit aan de rechter voor te leggen. 

De overheid wordt geacht haar werken en diensten in vrije concurrentie aan te besteden en te gunnen. Zij wordt tevens geacht daarbij objectiveerbare criteria te hanteren, zoals bijvoorbeeld de prijs. Als het over tevredenheid of kwaliteit gaat dienen ook die criteria geobjectiveerd te worden. Bijvoorbeeld wij zijn tevreden als: er op tijd geleverd wordt, als het werk wordt uitgevoerd met gebruik van de juiste materialen, als de ARBO omstandigheden correct zijn, als de CAO wordt nageleefd, enzovoort. 

Als het over de ‘kwaliteit’ gaat, dienen ook objectieve criteria gehanteerd te worden. zoals: het bedrijf is voor dit werk gecertificeerd, het bedrijf heeft aantoonbare ervaring met dit soort werk, het bedrijf zet uitsluitend voor dit werk mensen in die over de juiste kwalificaties beschikken qua opleiding en ervaring, er is toezicht van gekwalificeerde personen c.q. instanties, enzovoort. 

Nu wekt het geheel bij ondergetekende de indruk dat hier sprake is van willekeur, van niet onderbouwde gunningen, van begunstiging van bestaande/langdurige relaties, enzovoort. 

Het kan niet zo zijn dat andere bedrijven die, indien objectiveerbare criteria zouden worden gebruikt, ook voor de werken in aanmerking zouden kunnen komen, effectief worden buiten gesloten. Dit is niet acceptabel en leidt tot hogere kosten. Een uitvoerende organisatie van een overheid moet beseffen dat aanbesteden/gunnen van overheidsopdrachten, ook die onder de 10.000 euro welke enkelvoudig aanbesteed mogen worden, transparant, gemotiveerd en op basis van heldere objectiveerbare criteria dienen plaats te vinden. 

Ook de opmerking in het artikel in BN/deStem van 14 februari 2008 ‘dat het om zeer kleine marges gaat’ is verbijsterend als men zich realiseert dat het bedrijf dat de meeste opdrachten krijgt, ten aanzien van één groot object zelfs 100 % van de opdrachten, bij de enige onderhandse meervoudige aanbesteding die ter inzage lag meer dan 30 % duurder was dan de goedkoopste. Is 30 % verschil een kleine marge? Dan gaan uw college en uw ambtenaren wel erg makkelijk met de uw college toevertrouwde middelen om. Ik vraag mij in ernst af of uw college het vertrouwen van mijn fractie nog waardig is. 

Wat ondergetekende ook verbaast is de opmerking van de portefeuillehouder tijdens de persconferentie ‘dat het toeval was dat alle opdrachtbonnen in 2005 en 2006 betreffende het schilderwerk Markiezenhof uitsluitend bedragen betreffen vlak onder het maximale bedrag voor enkelvoudige aanbesteding’. Dit is wel heel veel toeval. Deze uitspraak wekt bij ondergetekende de indruk van een ontwapende naïviteit die niet passend is voor een functie waarbij een kritisch oog bij de besteding van des burgers pecunia geboden is. 

Gezien het voorgaande verlangt ondergetekende met een verwijzing naar artikel 3 lid 1 van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) inzage in alle dossiers, die betrekking hebben op alle aanbestedingen/gunningen van alle werken, diensten en aankopen boven de 5000 euro vanaf mei 2006, de start van uw college. Voornoemde dossiers zijn die documenten als bedoeld in artikel 3 lid 2 WOB. 

Ondergetekende verlangt van uw College in de gelegenheid te worden gesteld kennis te nemen van de inhoud van die dossiers (artikel 7 lid 1b WOB) en met een beroep op artikel 7 lid 2 WOB de dossiers voor de verzoeker ter inzage te leggen van 10 maart tot en met 14 maart 2008. En dit keer de termijnen genoemd in de Wet openbaarheid van bestuur te respecteren. 

Hoogachtend,

Louis van der Kallen 

 


 

 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *