BEZWAAR / BEROEP VUURWERK

 


 

Bergen op Zoom, 28 juli 2008

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders 

der Gemeente Bergen op Zoom 

Postbus 35 

4600 AA Bergen op Zoom 

Betreft: Bezwaar en beroep, tegen het besluit van het college van B&W der gemeente Bergen op Zoom om de Nieuwstraat te Bergen op Zoom niet aan te wijzen als een straat waar ook tijdens de jaarwisseling geen consumentenvuurwerk mag worden gebezigd  

Geacht College, 

Middels dit schrijven maak ik bezwaar tegen uw weigering, bij brief van 18 juli 2008 uw kenmerk U08-012844, om de Nieuwstraat te Bergen op Zoom aan te wijzen als een straat waar ook tijdens de jaarwisseling geen consumentenvuurwerk mag worden gebezigd. 

Voor zover van belang wil ik uw college er op wijzen dat ondergetekende in zijn brief van 19 januari 2008 een verzoek heeft gedaan gericht op de bevoegdheden van uw college in het kader van artikel 2.6.3. lid 1 van de APV. De relevantie van de verhandelingen in uw brief van 18 juli 2008 over de artikelen 2.4.10 en 4.1.5 APV ontgaat mij, daar het verzoek gericht was op uw bevoegdheden ex artikel 2.6.3. lid 1. Ook het eerste kopje onder motivering: “Artikel 2.6.4 APV” bevreemdt ondergetekende, omdat de daarna volgende tekst/motivering uitsluitend betrekking heeft op Artikel 2.6.3. lid 1 APV. 

Mijn bezwaar richt zich op uw afwijzing zonder dat uit de motivering blijkt dat rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van mijn echtgenote en mij. In mijn brief van 19 januari 2008 (zie bijlage) zijn de medische situaties van mijn echtgenote en mij geschetst en met het aangegeven medicijngebruik nader onderbouwd. Juist in het gegeven dat ten aanzien van het doelbereik van het artikel 2.6.3. lid 1 APV, ook in uw motivering, is verwezen naar ziekenhuizen en bejaardenhuizen, acht ondergetekende het in de rede liggen dat bij de afwegingen de gezondheidssituatie van belanghebbende verzoekers zou dienen te worden meegewogen. De wetgever heeft niet voor niets de mogelijkheid geschapen om middels dit artikel verblijvenden in ziekenhuizen en bejaardenhuizen, naar ik vermoed mede gezien hun fysieke gesteldheid, te beschermen tegen de overlast en gezondheidseffecten van (consumenten)vuurwerk. Ook de verwijzing naar de toepasbaarheid van artikel 2.6.3. lid 1 in de nabijheid van dierenasiels wijst er op dat de wetgever mede heeft beoogd dieren te beschermen tegen de gevaren en overlast van (consumenten)vuurwerk. Het is naar mijn gevoelen dan ook onjuist dat in de motivering op geen enkele wijze is in gegaan op het gegeven dat van mijn gezin permanent een drietal huisdieren (katten) deel uitmaken en incidenteel dit aantal verdubbeld door logees.

Gezien het gegeven dat middels uw motivering is aangegeven dat artikel 2.6.3. lid 1 APV mede gericht is op dierenasiels, wijs ik uw college er op dat, op Nieuwstraat 4 en 6 tot op heden bestemmingsplantechnisch (bestemming kleine bedrijven) de oprichting van een dierenasiel tot de mogelijkheden behoort. Mijn echtgenote en ik hebben reeds drie katten asiel geboden en soms, zoals vermeld, bieden wij drie andere katten met regelmaat een tijdelijk asiel. Als het nodig is kunnen wij deze feitelijke situatie formaliseren. Wat zijn uw criteria voor een dierenasiel? Wat ondergetekende in de motivering nadrukkelijk mist, is het meewegen van de in ons verzoek d.d. 19 januari aangegeven specifieke omstandigheden (gezondheid en huisdieren). Die specifieke omstandigheden bevatten elementen die tot op zekere hoogte vergelijkbaar zijn met die van mensen en dieren die zich bevinden in ziekenhuizen, bejaardenhuizen en dierenasiels. Bijgaand treft u aan mijn eerdere brieven van 1 en 19 januari 2008 met foto. 

Gezien er nu alsnog een inhoudelijke beslissing is genomen op mijn verzoek van 19 januari 2008 trek ik het bezwaar d.d. 26 mei 2008 inzake de weigering van uw college een beslissing te nemen op mijn verzoek d.d. 19 januari 2008 in. 

Hoogachtend, 

Louis van der Kallen

 


 

 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *