B&W BESLUIT FIETSEN, KENMERK LK/80068

 


 

Bergen op Zoom, 29 juli 2008

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders 

der Gemeente Bergen op Zoom

Postbus 35 

4600 AA Bergen op Zoom 

 

Betreft: B&W besluit ex artikel 5.1.11 eerste lid APV, ons kenmerk LK/80068 

 

Geacht College, 

De BSD-fractie heeft met verbijstering en ongeloof, via de bekendmaking in de Bergen op Zoomse Bode van zondag 27 juli 2008 kennisgenomen van een collegebesluit d.d. 24 juni 2008 waarbij, met gebruik van de bevoegdheid van het college ex. artikel 5.1.11 eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), een groot aantal straten en pleinen in het centrum van Bergen op Zoom zijn aangewezen als een gebied “waarin het verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan”. 

Het voorgaande zou, in de zienswijze van het college, in het belang zijn van: 

– het uiterlijk aanzien van de gemeente 

– het voorkomen van overlast 

– het opheffen van overlast 

– het voorkomen van schade aan de openbare gezondheid 

– het voorkomen van aantasting van het woon- en leefklimaat 

zoals bedoeld in artikel 5.1.11 lid 1 van de APV. 

De BSD-fractie onderkent dat er op enkele plaatsen in het aangewezen gebied op gezette tijden sprake is van overlast door gestalde fietsen ter plaatse. 

Het genomen besluit staat in geen enkele verhouding tot de slechts lokaal ervaren overlast. Dit leidt bij burgers en bewoners uit de binnenstad tot kwalificaties zoals belachelijk, idioot, ridicuul, die voornamelijk uitingen zijn van volstrekt ongeloof en de geloofwaardigheid van het gehele openbaar bestuur, dus niet alleen van het college, aantasten. Uit de telefonische mondelinge toelichting, van heden, begrijpt ondergetekende dat delen van de toelichtende teksten uit de oorspronkelijke B&W tekst niet in de bekendmaking zijn opgenomen. Toch heeft de BSD-fractie nog een aantal vragen, te weten: 

1.Op basis van welke doelformulering/criteria met betrekking tot ‘het aanzien van de gemeente’ heeft het college tot het voornoemde collegebesluit gebracht?

2.Op basis van welke overlastanalyse of van welke specifieke klachten (per in het besluit vermelde straten en pleinen) heeft het college tot het voornoemde collegebesluit gebracht?

3.Op welke ‘schade aan de openbare gezondheid’ doelt het college in de bij de bekendmaking gebruikte motivering?

4.Op welke gronden (per in het besluit vermelde straten en pleinen) meent het college dat het ‘voorkomen van aantasting van het woon- en leefklimaat’ door het voornoemde besluit doelmatig wordt gediend?

5.Is er een onderzoek naar de evidente aantasting van het woon- en leefklimaat voor bewoners van in de in het voornoemde besluit vermelde straten en pleinen en kan de gemeenteraad daar kennis van nemen?

6.Op pagina 39 van het collegeprogramma “Samen werken aan een sterker Bergen” is vermeld: “Het mes gaat in de veelheid aan regels waarmee burgers en ondernemers te maken hebben”. Hoe rijmt het college de discrepantie tussen de tekst uit het collegeprogramma en het voornoemde besluit dat, door de omvang (het aantal straten en pleinen), een ernstige verzwaring is van de regels waarmee burgers en ondernemers in de binnenstad rekening hebben te houden?

7.Wat is het wettelijk doelbereik van de formulering “onbeheerd” (volgens van Dale o.a. “aan geen bekende eigenaar toebehorende”)? Is het dan afdoende, om bekeuring of verwijdering te voorkomen, als de gestalde fiets voorzien is van een naam aanduiding van de eigenaar/gebruiker of verankerd/verzekerd is aan de muur of een ander vast object?

8.Wat is het wettelijk doelbereik van “laten staan”? Is het dan afdoende, om bekeuring of verwijdering te voorkomen, als de fiets wordt opgehangen aan de gevel of anderszins zich niet staand maar bijvoorbeeld liggend op straat bevindt?

9.Wethouder Hagenaars heeft in BN/de Stem van 29 juli 2008 gesteld: “Maar het kan niet zo zijn dat burgers hun fiets niet meer bij hun huis kunnen parkeren” Een fiets tegen de gevel moet kunnen vindt Hagenaars. Maar of vier fietsen straks ook nog is toegestaan blijft onduidelijk. Het voornoemde college besluit is helder: geen enkele fiets mag in de vermelde straten en pleinen buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen staan. Waarom besluit het college tot een algemeen verbod terwijl op zijn minst één wethouder de mening is toegedaan dat minimaal één en mogelijk drie fietsen, mits van een bewoner, tegen een eigen gevel mag staan?

10.Is het college er zich van bewust dat bij de wetsgeschiedenis en wetgeving in Nederland het begrip proportionaliteit een basis uitgangspunt is? Probleem en maatregel dienen tot een zekere verhouding tot elkaar te staan. Acht het college de betrokken maatregel in verhouding tot het ‘probleem’ van fout gestalde fietsen? Gaarne bij het beantwoorden van deze vraag de uitleg betrekken die wethouder Hagenaars heeft gegeven in BN/de Stem van 29 juli 2008!

11.Als het college, gezien de uitleg van wethouder Hagenaars, niet van plan is te handhaven bij overtredingen van één of enkele fietsen waarom is dan toch gekozen voor een absoluut verbod in een groot aantal straten? Hoe denkt het college willekeur bij de handhaving te voorkomen?

12.Acht het college voornoemd besluit qua handhaving uitvoerbaar?

13.Uit de mondelinge toelichting van heden door wethouder Linssen begrijpt ondergetekende dat het niet bedoeling is geweest om in te grijpen bij gestalde fietsen die geen aanleiding geven tot overlast. Waarom dan de maatregel in de APV dat ingrijpen in 110 straten en pleinen mogelijk maakt, terwijl in de meesten daarvan nog nooit een overlast situatie zich heeft voor gedaan die geleid heeft tot klachten. 

Voor de BSD-fractie is wetgeving, en dat is een dergelijk B&W besluit, alleen nodig voor plaatsen die feitelijk hebben geleid tot gerechtvaardigde klachten. 

De overheid, zeker de lokale moet alleen gebruik maken van haar bevoegdheden tot regeling als daar de noodzaak voor is. De BSD-fractie acht de noodzaak op een aantal plaatsen ook aanwezig en juicht ingrijpen daar dan ook toe. Het aanwijzen van 110 straten en pleinen in een dergelijk besluit is een gebruik van een bevoegdheid die ieder vorm van proportionaliteit en daarmee van rechtmatigheid mist. Uw college heeft bepaalde bevoegdheden. De BSD-fractie verwacht dat van die bevoegdheden op een correcte manier en met de juiste motivering gebruik wordt gemaakt. Hier schaadt de overdaad en dit kan leiden tot een willekeur in de handhaving. Dat zou ook uw college niet moeten willen. 

De BSD-fractie, kennisnemende van de mondelinge toelichting, alsmede de recent op de gemeentelijk website geplaatste toelichtende teksten, verzoekt uw college het B&W besluit van 24 juni 2008 in te trekken en zulks in de eerstkomende Bergen op Zoomse Bode te publiceren en de problematiek te agenderen voor de raadscyclus van september. Mocht uw college onverhoopt aan dit verzoek per omgaande geen gevolg geven dan zal de BSD-fractie met een zestal andere raadsleden de burgemeester ex. artikel 17 lid 2 van de gemeentewet verzoeken op zeer korte termijn een extra raadsvergadering bijeen te roepen. Dit om de inwerkingtreding van voornoemd B&W besluit te verhinderen. 

Met vriendelijke groet, 

Louis van der Kallen 

 


 

 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *