VRAGEN BSD-FRACTIE, kenmerk: LK80086

 


 

Bergen op Zoom, 14 oktober 2008

 

Aan Burgemeester en Wethouders

der Gemeente Bergen op Zoom 

Postbus 35 

4600 AA Bergen op Zoom 

 

Betreft: Vragen BSD-fractie, kenmerk: LK80086 

 

Geacht College, 

BSD vragen naar aanleiding van “Samen doorpakken – een toekomstgerichte tussenbalans van het collegeprogramma 2006-2010: 

– Op pagina 4 wordt onder randvoorwaarden geschreven: “concrete afspraken rond de wijze waarop de gemeenteraad door de verschillende Verbonden Partijen wordt geïnformeerd.”. Waarom wordt dit beperkt tot door de verschillende Verbonden Partijen? Wordt in de “nieuwe Nota Verbonden Partijen ook aandacht geschonken aan de rol en de wijze waarop de bestuurlijke vertegenwoordiging van de gemeente Bergen op Zoom daaraan vorm geeft? 

– Op pagina 5 wordt geschreven over de wijze waarop onder andere de illegale verkooppunten worden aangepakt. In dit kader verwijst de BSD-fractie naar haar brief LK 80083 d.d. 8 oktober 2008 over termijnen die daarbij gangbaar lijken. De feitelijk in dit kader gehanteerde termijnen lijken een effectieve aanpak te vertragen zo niet te blokkeren. Hoe denkt het college deze termijnen terug te dringen? 

– Op pagina 9 wordt onder “Inspelen op de wijzigende woningmarkt” aangegeven dat nog dit jaar gekeken gaat worden naar wat de gevolgen zijn van ‘veranderingen in omvang en samenstelling van de Bergse bevolking’. Waarom worden hier niet de financieel/economische veranderingen in de samenleving meegenomen? 

– Op pagina 11 wordt de ‘toekomst Binnenschelde’ toegelicht. Er wordt “in samenwerking met andere partijen als Waterschap, provincie en Rijkswaterstaat” voorbereidt. Is er een inschatting te geven hoeveel de samenwerking met de andere partijen in geld op kan leveren? Of moeten we de circa zeven miljoen (buiten de vermoedelijke 1,1 miljoen van het waterschap) zelf ophoesten? 

– Op pagina 17 wordt geschreven over de regionale samenwerking onder andere rondom belastingen. Op 12 november 2007 schreef de BSD-fractie daar een brief over. Met welke partijen is de gemeente in gesprek en op welke termijn kan het tot resultaten komen? 

– Op pagina 22 is gesteld: “Voor sommige ruimtelijke plannen worden tot op heden niet kostendekkende leges gevraagd.” Hoe vaak wordt de kostendekkendheid van de legestarieven per dienst berekend en kan een overzicht verstrekt worden van deze kostendekkendheid berekeningen over de laatste vijf jaar? 

BSD vragen naar aanleiding van het 2e Concernbericht 2008: 

– De toelichting “Wat heeft het gekost: financiële analyse” programma 3, sociale voorzieningen, op pagina 022 is niet erg informatief als het gaat over het nadelige verschil in de prognose te verklaren in termen van het waarom of wat is de oorzaak? Het geeft voor de aangegeven verschillen geen inhoudelijke onderbouwing! 

– Graag ook een toelichting op het feit dat een hogere storting naar de voorziening werkdeel nodig is (geboekt als een negatieve bate) terwijl onder de lasten is aangegeven dat er minder uitgaven zijn op het werkdeel.

– Op pagina 088 (programma 16, gronden) wordt verwezen naar “een uitgebreide bijlage”. De bijlage: “projecten grondbedrijf in uitvoering” is niet uitgebreid noch informatief. Zij bevat per exploitatie geen indicatie van het begrote resultaat, noch een overzicht van de actuele ontwikkelingen in het grondbedrijf. Dit terwijl de gemeenteraad onder andere via de media allerlei berichten bereiken over veranderingen. Bijvoorbeeld de omzetting van koop naar huurwoningen in de exploitatie opzetten. Het kan niet anders dan dat dit leidt tot veranderingen van de vermoedelijke resultaten in de contante waarden. Juist nu is een meer dan éénmaal per jaar actualiseren van de exploitatie opzetten wenselijk. De BSD-fractie verzoekt het college dan ook om bij wijzigingen in de opzet de vermoede financiële gevolgen te rapporteren aan de gemeenteraad. Opname in een concernbericht is dan geëigend. Kan de gemeenteraad voor de behandeling van de begroting een overzicht ontvangen van de geactualiseerde exploitatieopzetten? 

BSD vragen naar aanleiding van de meerjarenprogrammabegroting 2009 – 2012 

– Op pagina 9 zijn de (verwachte) ontwikkelingen van de personeelsformatie te vinden. Wat de BSD-fractie mist is een uitsplitsing van deze cijfers naar het verloop van deze cijfers bij het huidige takenpakket en apart de cijfers op basis van de decentralisatie- voornemens van de landsregering en eventueel provinciale decentralisatie- voornemens. Graag in deze een aanvulling. Dit kan discussies in de toekomst voorkomen als voorspelde personeelsontwikkelingen door taakverzwaring niet gerealiseerd worden. 

– Wat de BSD-fractie bij programma 7: verkeer en vervoer (pagina’s 57/60) mist is integraliteit met het milieu. Wat betekenen bijvoorbeeld de voornemens voor de fijnstof concentraties in de binnenstedelijke lucht? 

– Ten aanzien van programma 12: zorg constateert de BSD-fractie dat het in de begroting lijkt dat de nieuwe aanbestedingsronde van de thuiszorg volgens deze begroting niet leidt tot hogere kosten. Graag in deze een onderbouwing! Of heeft de BSD-fractie iets gemist? 

– Op pagina 117 wordt onder het kopje: b. Binnenschelde gesproken over de zwemwaterkwaliteit zonder dat deze gedefiniëerd wordt/is. Welke kwaliteit wordt er nagestreefd en waarom? Als aangever een citaat uit de “integrale gebiedsanalyse Brabantse Wal en Noordpolder van Ossendrecht” van het Waterschap Brabantse Delta die is opgesteld door de Grondmij, inzake de Binnenschelde: “Vanaf 2001 zijn de problemen met vissterfte en blauwalgen niet meer voorgekomen en is er geen zwemverbod meer geweest. Bij een daling van het waterpeil liet men water uit het Volkerak-Zoommeer in de Binneschelde om het peil te handhaven (tussen + 1,40 NAP en + 1,60 NAP). Met dat water kwamen echter ook blauwalgen binnen. Tegenwoordig laat men van april tot en met september geen water meer in vanuit het Volkerak-Zoommeer”. 

Als bron van dit citaat is aangegeven het inrichtingsplan van de Molenbeek-kreek van de gemeente Bergen op Zoom. Sinds de nieuwe zwemwaterrichtlijn (maart 2006) is de aandacht verschoven van stofconcentraties naar bacteriën en blauwalgen. Voor nadelige effecten op de woonkwaliteit door overlast zijn de verwachtingen voor de huidige Binnenschelde dus redelijk OK. Verzilting is dus niet nodig om huizen te kunnen verkopen, maar uitsluitend voor verbetering van de bacteriologische (zwem)kwaliteit! 

– Ten aanzien van de verplichte paragraaf over het weerstandsvermogen mist de BSD-fractie wederom de toets aan de IFLO norm. De eigen NAR norm leidt er toe dat de gemeente Bergen op Zoom haar weerstandspositie overschat, terwijl er steeds meer risico’s in beeld komen. Enkele citaten uit de meerjarenprogramma begroting (pagina 122): “Er is nog steeds sprake van een zekere vraag naar woningen in Bergen op Zoom, echter binnen de huidige marktomstandigheden wordt door de marktpartijen een afwachtende houding gesignaleerd bij aspirant kopers.” “Op dit moment lopen hiervoor verschillende acties, waarbij het nog niet duidelijk is wat de consequenties zullen zijn voor de afzonderlijke grondexploitaties. Verwacht wordt dat het grondbedrijf te maken krijgt met renteverliezen. Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf dient voldoende te zijn om deze renteverliezen op te vangen.” “Indien het benodigde weerstandsvermogen onvoldoende is om te dienen als buffervermogen, zal dit in eerste instantie aangevuld moeten worden ten laste van het werkkapitaal grondbedrijf.” “Dit leidt er bij het aangaan van nieuwe verplichtingen ten laste van het werkkapitaal grondbedrijf toe dat de Algemene Dienst het dan ontstane tekort (tijdelijk) dient af te dekken door haar reserves.” Die laatsten zijn niet vrij beschikbaar maar hebben als direct gevolg bezuinigingen elders of belastingverhogingen! Gezien het voorgaande is de vraag waarom er geen nieuwe geactualiseerde exploitatie begrotingen/opzetten bij deze begroting worden aangeboden aan de gemeenteraad? Nu is immers het moment om de uitgaven en de verplichtingen en de risico’s te beoordelen! 

– Waarop is de volgende stelling: “Op basis van het meerjarenprogramma grondbedrijf kan gesteld worden dat uitgaande van het huidige scenario voor de komende 10 jaar voldoende weerstandsvermogen bij het grondbedrijf aanwezig is om alle plannen uit te kunnen voeren en de daarbij behorende risico’s af te dekken” (pagina 133) gebaseerd? Is deze stelling gebaseerd op de oude exploitatiebegrotingen? 

– Op pagina 134 (Markiezaten) is te lezen: “Voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling zijn in december 2005 en april 2006 ontwikkelingsovereenkomsten aangegaan met marktpartijen die in het gebied grondposities hadden ingenomen. Zo zijn alle benodigde gronden aan de gemeenten overgedragen in ruil voor een exclusief ontwikkelrecht , tegen ruimtelijke, programmatische en financiële voorwaarden, van een bepaald plandeel (een zgn. bouwclaimmodel). Daarmee is circa 85 % van de benodigde opbrengsten zeker gesteld.” Hoe zeker is “zeker gesteld”? Is afname tegen een vastgestelde prijs en op een vastgelegde termijn, onder alle omstandigheden (zoals faillissement bouwer/ontwikkelaar) gegarandeerd (zeker gesteld)? 

Met vriendelijke groet, 

namens de BSD-fractie, 

L.H. van der Kallen 

 


 

 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *