VRAGEN MEERJARENBEGROTING, KENMERK LK/90056

 


Bergen op Zoom, 19 oktober 2009

Aan het College van
Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

Betreft: Vragen BSD-fractie, kenmerk LK/90056

Geacht College,

BSD vragen naar aanleiding van de meerjarenprogrammabegroting 2010 – 2013:

– Op pagina 116 wordt verwezen naar het raadsvoorstel RVB09-0104 “Actualisatie Meerjaren Programma Grondbedrijf”. Op de gemeentelijke website (gekeken op 19/10/09) staat het raadsvoorstel met die naam en dat nummer gedateerd op 4 oktober 2009. Openen lukte niet. Navraag bij de griffie leerde dat dit stuk weliswaar een nummer heeft, doch nog niet is vrijgegeven. Op welke cijfers is meerjarenprogrammabegroting 2010 – 2014 Programma 16 Gronden gebaseerd?
Wat is de reden dat het raadsvoorstel is gedateerd op 4 oktober 2009 maar toen niet beschikbaar is gesteld? Dit is toch niet om de indruk te wekken dat de begroting gebaseerd zou zijn op de meest actuele cijfers uit een nog niet bestaand stuk?
– Op pagina 20 wordt onder het kopje “gevolgen economische crisis” geld gereserveerd om de ingeschatte verliezen op de grondexploitaties, zoals de Bergse Haven, te compenseren. Bij de overheid is het gewoonte, ingegeven door de comptabiliteitswet, verliezen te nemen wanneer zij zichtbaar worden. Formeel is dit bij het opmaken van de jaarrekening 2009 aan de orde. Op basis waarvan meent het college dat een reservering van 20 miljoen euro afdoende zou zijn als de cijfers zoals gepresenteerd aan de gemeenteraad een te verwachten verlies laten zien dat veel groter is?
– Zonder raadsvoorstel RVB09-0104 is niet goed vast te stellen of de grondparagraaf in de begrotingsstukken voldoet aan de in het BBV in artikel 16 gestelde vereisten. Is aan te geven hoe de wel ter beschikking gestelde stukken voldoen aan artikel 16 lid c, d en e?
– In de begroting is op pagina 88 aangegeven dat ‘uitbreiding van de handhaving vooralsnog niet zal plaatsvinden’. Te gelijkertijd is het duidelijk dat de legesinkomsten op bouwvergunningen circa 500.000 euro achter zullen blijven. Daar de bouwleges formeel een vergoeding zijn voor aan de vergunning verbonden werkzaamheden, mag veronderstelt worden dat ook de werkzaamheden van de betrokken afdeling achter zullen blijven. Zijn de bij de bouwvergunningverlening betrokken ambtenaren dan niet inzetbaar voor de handhaving?

BSD vragen naar aanleiding van het 2e Concernbericht 2009:
– Op pagina 32 is te lezen: “De woningbouwontwikkeling in de Markiezaten is met marktpartijen vastgelegd in realisatieovereenkomsten (vorig jaar nog ontwikkelovereenkomsten genoemd). Zo zijn alle benodigde gronden aan de gemeenten overgedragen in ruil voor een exclusief ontwikkelrecht, voor een bepaald plandeel (een zgn. bouwclaimmodel)”. Daarmee zou circa 85 % van de benodigde opbrengsten “zeker zijn gesteld.” Hoe zeker is “zeker gesteld”? Is afname tegen een vastgestelde prijs en op een vastgelegde termijn, onder alle omstandigheden (zoals faillissement bouwer/ontwikkelaar) gegarandeerd (zeker gesteld)?

Met vriendelijke groet,
namens de BSD-fractie,

L.H. van der Kallen


 

 

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.