VRAGEN 1E CONCERNBERICHT 2010/ JAARREKENING 2009, KENMERK LK/10019

 


Bergen op Zoom, 7 mei 2010

 

Aan Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft: Vragen/opmerkingen n.a.v. 1e Concernbericht 2010/jaarrekening 2009, kenmerk LK/10019

 

Geacht College,

 

Naar aanleiding van het 1e Concernbericht 2010 heeft de BSD een aantal vragen en bemerkingen:

  • Ondanks het gebruik van de woorden “Concrete doelstellingen” worden er onder dat kopje bar weinig concrete zaken genoemd. Eindeloos komen woorden voor als: voorkomen, beperken, behoeden, bestrijden, aanpak, uitbreiding, bevorderen, verbeteren, het hoofd bieden, vertrouwen en geloofwaardigheid, effectiever, versterken enz. (te vinden in het gehele boekwerkje). Terwijl het SMART kan. De voorgaande woorden zijn o.a. te vinden in de verslaglegging van programma 2 (openbare orde en veiligheid, pagina’s 18 t/m 20). Vrijwel al de daar genoemde maatschappelijke effecten zijn objectief vast te stellen bijvoorbeeld middels de politiecijfers of via de veiligheidsindex. Maar dat is klaarblijkelijk niet gewenst, want het enige voor de raad bruikbare vergelijkingsstuk, de veiligheidsindex, is weer gewijzigd omdat de politie weer eens is over gegaan op een nieuw registratiesysteem. Weg de mogelijkheid tot vergelijkend verantwoorden. Hoezo transparant, controleer- en afrekenbaar!!!
  • Soms is het helemaal bar. Wederom een voorbeeld uit programma 2. Als eerste maatschappelijk effect is op genomen: “Het bevorderen van een veilige en tolerante gemeenschap en een rustig woon- en leefklimaat.” Op geen enkele wijze komt het element ‘tolerante gemeenschap’ terug in de ‘concrete doelstellingen’ noch bij de ‘kwantificering’ daarvan.!!! Op welke wijze denkt het college inhoud te geven aan voornoemd gewenst maatschappelijk effect? Het college deelt toch de BSD-mening dat juist in deze tijd van verharding en zichtbare oproepen tot intolerantie door een grote landelijke partij (waarvan zelfs een parlementslid zich in dat kader voor het gerecht moet verantwoorden), het werken aan een tolerante samenleving van het grootste belang is?
  • In programma 1 (pagina 9) is aangegeven “Kwaliteitsslag in de professionalisering van de organisatie (o.a. op het gebied van communicatie). Bij de kwantificering wordt gesteld dat de gemeente een score heeft gehaald van 65 en een score van 7,7. Waarom vermeldt uw college niet hoe Bergen op Zoom het doet ten opzichte van andere gemeenten? Waarom bijvoorbeeld niet vermeldt wat onze score is op de Checklist Dienstverlening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties? De BSD-fractie denkt het antwoord wel te weten: Bergen op Zoom scoort daar niet best 40%! Zelfs Roosendaal, onze buur waarmee we ‘zo goed’ samenwerken, scoort met 50% al een stuk beter. Waarom leren we zo weinig van anderen? In deze benchmark scoren we nergens “goed”. Roosendaal doet dat wel bij: “we zijn transparant en aanspreekbaar”! Bijgaand die benchmark tabellen. Is het college bereid in deze de leermomenten bij Roosendaal op te halen en dit jaar te implementeren?
  • Ook bij de WOZ geldt: er is een benchmark en de gemeente BOZ doet daar zelfs aan mee namelijk die van de Waarderingskamer! Zijn we trots op de resultaten? Vast niet. Want hoe is uit te leggen dat bij ons de kosten per object veel hoger zijn dan bijvoorbeeld in Etten-Leur? Uit de statistieken van de Waarderingskamer blijkt dat hoe groter de gemeente hoe lager de gemiddelde kosten per object. In West-Brabant is zelfs Steenbergen per object goedkoper en Moerdijk zelfs veel goedkoper dan Bergen op Zoom. Wat doen/deden we fout? Kan de raad inzage krijgen in de benchmark-cijfers van de afgelopen jaren? Graag gecombineerd met de leermomenten die de gemeente gevolgd heeft om te leren van de goede voorbeelden van gemeenten uit de omgeving zoals Etten-Leur!
  • Bij het programma 16 (gronden) heeft de BSD-fractie met verbazing gelezen dat ondanks de oplopende verliezen op een aantal exploitaties (De Bergse Haven en De Markiezaten) onze gemeente 7 nieuwe exploitaties (in de jaarrekening wordt op pagina 132 in plaats van 7 het getal 8 vermeld als het aantal projecten in voorbereiding per ultimo 2009) in voorbereidingen heeft waarbij het aantal dus tot 15 of 16 wordt uitgebreid. Hier ontbreekt simpele marklogica. Denkt uw college werkelijk dat met het steeds meer in de marktzetten van bouwlocaties de verliezen en teruglopende omzetten op de lopende exploitaties beperkt kunnen worden? Dit acht de BSD-fractie de reinste geldverspilling!!!
  • De BSD-fractie acht dit 1e Concernbericht volstrekt onvolledig zonder de opname van de nu reeds voorzienbare effecten van de Bergse Haven op het grondbedrijf. Het college heeft aangegeven dat de GEM is beëindigd. Dit kan niet anders dan dat de voorgenomen gemeentelijke inbreng in de GEM nu ten volle opgenomen had moeten zijn in de beleidsanalyse en in dit 1e Concernbericht. Door de uitzondering van het Groene Gordijn en de Bergse Haven kan dit 1e Concernbericht niet beschouwd worden als een stuk dat “rekening houdend met actuele ontwikkelingen een doorrekening maakt.”! Ook het buiten beschouwing laten van de Bergse Haven en het Groene Gordijn bij de noodzakelijkheid het werkkapitaal aan te moeten vullen vanuit de Algemene Dienst is een aan misleiding grenzende aanpak. Ook uitgaan van een hopelijk positief besluit van de Raad van Staten is niet conform de BBV. Volgens het BBV dient men bij de financiële verslaglegging in het kader van de P&C cyclus te handelen volgens het voorzorgprincipe. Dat gebeurt nu niet. Zelfs als men uitgaat van de mogelijke bebouwing van de terpen is het nog de vraag of deze te vermarkten zijn.

Naar aanleiding van de jaarrekening 2009 heeft de BSD een aantal vragen en bemerkingen:

  • In algemene zin valt op dat de jaarrekening vrijwel uitsluitend een financieel stuk is dat nauwelijks aandacht geeft aan het waarom van over- of onderbesteding. In onderstaande vragen/bemerkingen worden hiervan een aantal evidente voorbeelden aangegeven.
  • Graag zag de BSD-fractie een opgave/uitsplitsing van het voordeel van 2.022.000 euro ten aanzien van het participatiebudget onderdeel reïntegratie (pagina 36)!
  • Op pagina 62 ontbreekt de uitleg waarom niet is gebeurd wat was voorgenomen (de investeringen, de handhaving, de niet ingezette uren, uitbreiding parkeergebieden enz.).
  • Aan rioolheffingen is ruim 8,6 % meer binnengekomen dan geraamd (pagina 147). Op pagina 72 is aangegeven dat de meeropbrengst bij grootverbruikers maar liefs 660.000 euro bedroeg, zonder dat deze ‘gegevens’ worden toegelicht. Dit is een evident manco in een jaarrekening die ook een verantwoording hoort te zijn over het hoe en waarom. Vrijwel nergens worden de oorzaken verder toegelicht. Verantwoording is meer dan vertellen hoe het zit met de euro’s. Graag inzake dit voorbeeld een nadere toelichting.
  • Ten aanzien van de lasten van riolen (pagina 72) is het gewenst, als men spreekt over 500.000 euro aan noodreparaties aan het riool in de van Konijnenburgweg/Theodorushaven, om toe te lichten waaruit de reparaties bestonden en wat de oorzaken waren van deze calamiteiten. Waren er veroorzakers en zijn deze aan te spreken of is de riolering ter plaatse zeer slecht en is een renovatie nodig? Ook dan is een nadere rapportage van de oorzaken gewenst. 500.000 euro betreft niet een ‘standaard’ rioleringslekkage!
  • Op pagina 89 is nog een rapportage te vinden waaraan het gebrek hangt van niet concreet zijn. Bij het maatschappelijk effect staat vermeld: “zorgdragen voor een juist gebruik van gebouwen en bouwwerken”. Onder het kopje: “concrete doelstelling” is vermeld: “Adequate vergunningverlening en handhaving op het gebied van bouwen en wonen.” Onder realisatie is slechts vermeld wat men heeft gedaan. Voor een raadslid blijft dan volstrekt onduidelijk in hoeverre met dat handelen het gewenste maatschappelijk effect of de concrete doelstelling gehaald wordt. Met deze cijfers kan een raadsfractie haar controlerende taak niet invullen. Dit is dus informatie die niet kan leiden tot het gewenste doel van een jaarrekening/verslag.
  • Op pagina 90 is te lezen: “Binnenschelde. De uitkomsten waren eind 2009 informeel beschikbaar en worden in 2010 definitief gemaakt.” Wat is “informeel beschikbaar”? Voor wie wel of voor wie niet?
  • Een ander evident voorbeeld van nietszeggende informatie is op pagina 116 te vinden. Als concrete doelstelling is geformuleerd “Integratie en activering van groepen en personen, gericht op het verhogen van de kwaliteit van het samenleven”. Onder realisatie is dan te vinden “op jaarbasis wordt vanuit het welzijnswerk 1954 uur ingezet ten behoeve van bewoners en wijkcommissies”. Hoe kan de Raad op basis van deze informatie bepalen/controleren of de besteding van de middelen/uren leidt tot de gewenst maatschappelijke effecten of de ‘concrete doelen’?
  • Terwijl elders (behalve bij verbonden partijen) in het jaarverslag niets gerapporteerd wordt over de Bergse Haven, omdat dit een private exploitatie zou zijn waarin de gemeente slechts een deelneming kent van 50 %, wordt op pagina 133 de Bergse Haven wel genoemd als zou bij de doorrekening van het Meerjarenprogramma Grondbedrijf rekening worden gehouden met een exploitatie risico van 25 % op o.a. deze exploitatie! Hoe zit dit?
  • Graag ontvangt de BSD-fractie toelichting op het gegeven dat op pagina 203 ten aanzien van de grondexploitatie- en realisatieovereenkomst van het plangebied de Bergse Haven vermeld staat: “deze onzekerheden maken het vormen van een onderbouwde voorziening op dit moment prematuur.”, terwijl zoals vermeld op pagina 161 een reserve voor deze ‘onzekerheden’ in de exploitatie van de Bergse Haven is gevormd van 10 miljoen plus de jaarlijkse storting die moet leiden tot een uiteindelijke reserve van 20 miljoen. Betekenen deze teksten dat de opbouw van de reserve tot 20 miljoen niet realistisch is onderbouwd?
  • Op pagina 165 wordt vermeld: “De gemeente heeft met een tweetal partijen een mondeling akkoord over de afname van een groot aantal locaties, echter de gereedliggende overeenkomsten zijn tot op heden niet getekend.” Waarom is in deze tekst het woord akkoord gebruikt en niet het woord overeenkomst? Over welke locaties gaat het en hoelang wachten deze mondelinge ‘akkoorden’ al op schriftelijke afdoening? Wat was de inhoud van de mondelinge akkoorden? Was daar een termijn genoemd? Zo niet, waarom niet?
  • Op pagina 193 is bij de privaat verbonden partij “GEM Bergse Haven CV, Bergen op Zoom” onder “risico totaal” vermeld: “Verlies inleg kapitaal en aanspraak op verstrekte bankgarantie”. Is de bankgarantie beperkt tot het in bijlage 4 genoemde bedrag van 12.827.130 euro per 31-12-2009 of is dat bedrag gedurende 2010 nog verder opgelopen? Graag de actuele stand van het totale risico per heden! Kunnen er nog steeds verhogingen van het feitelijk door de gemeente gegarandeerde bedrag plaatsvinden? Is de garantie op de totaal som van 75.000.000 euro ingetrokken?
  • Op pagina 201 is te lezen: “dit zogenoemde bouwclaimmodel waarborgt 85 % van de benodigde opbrengsten”. Wat is in dit geval de definitie van ‘waarborgt’? Welke zekerheden zijn er in de contracten opgenomen?
  • In bijlage 3, de staat van langlopende geldleningen, is onder het kopje geldleningen diverse geldgevers (was dat laatste maar waar) een bedrag van 20.000.000 euro opgenomen. Welke uitlener betreft dit?

Uw reactie tegemoet ziende,

 

Met vriendelijke groet,
namens de BSD-fractie

 

Louis van der Kallen
Francis van Slooten


 

 

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten.