VESTINGSTAD TOT VESTIGINGSSTAD/ HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET/ MOEILIJKER KUNNEN WE HET WEL MAKEN!/ HET MANTELZORG COMPLIMENT/ COMMUNICATIE

| jaar 1 | nummer 29 |

| 21-09-2014 | 10.30 uur |


 

| VESTINGSTAD TOT VESTIGINGSSTAD |

 

bergen op zoom 1747 kaartIn tijden van economische tegenspoed, zoals nu, kun je ook terugkijken hoe daarmee in het verleden werd omgegaan. In 1987 verscheen in het kader van 700 jaar Heerlijkheid van Stad en Land van Bergen op Zoom het boekje: ‘Van vestingstad tot vestigingsstad’. Een uitgave van de P&H Groep die toen gevestigd was op de tiende verdieping van de Lucernaflat.

In het boekje gaven zeventien in Bergen op Zoom gevestigde grotere ondernemingen hun mening over het vestigingsklimaat in onze gemeente en etaleerde de heer Herbers, als voorzitter van de federatie MGH en als vertegenwoordiger van het toenmalige City-Marketingteam, zijn visie over de toekomst van Bergen op Zoom als vestigingsstad en hoe die te bereiken. Als je het boekje leest, kun je er niet omheen dat veel is veranderd. Maar dat er ook veel het zelfde is gebleven. Toen waren de zeventien bedrijven de ambassadeurs van de vestigingsstad Bergen op Zoom. Zij verspreidden toen niet alleen het boekje, maar ook de gedachte dat het goed toeven, ondernemen en werken is in hun en ons Bergen op Zoom.

Mij dunkt het initiatief van toen kan op herhaling. Ik denk dat onze wethouder van economische zaken, terugdenkend aan 1987 (hij was toen met zijn bedrijf ook gevestigd in de Lucernaflat) moet nadenken over het initiatief toen van zijn buurman (de P&H groep). Ik denk dat het op herhaling kan. Natuurlijk mag dat ook in een digitaal jasje, zoals een website waar iedere ondernemer uitlegt waarom het goed zaken doen is in Bergen op Zoom. Zeker als die website dan ook gepromoot zou worden door ondernemend Bergen op Zoom.

Louis van der Kallen

 


 

| HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET |

 

U (her-)kent het misschien wel: u zoekt ondersteuning, hulp, advies of behandeling bij een instelling ten behoeve van uw zoon of dochter, uw echtgenoot/echtgenote, uw vader of moeder. U neemt al vroeg in de ochtend contact op met de instelling en krijgt te horen dat u het best vanaf 9 uur terug kunt bellen, want dan is die meneer of mevrouw aanwezig. Om stipt 9 uur belt u weer. Na enig doorverbinden krijgt u een mevrouw aan de lijn en vraagt of u al bekend bent bij deze instelling. U weet dat niet zeker. Mevrouw gaat het opzoeken maar moet eerst nog even haar computer op starten. U bent er nog niet bekend. Eerst gegevens invullen, dan uw vraag stellen waarvoor u belt.

En dan komt de verrassende mededeling: “Oh, die mevrouw is vandaag niet aanwezig werkt niet op woensdag. Kunt u morgen terug bellen?”. Dus de andere dag belt u terug en dan wordt u verteld dat men niet weet of u daarvoor in aanmerking komt en of u al een indicatie heeft. U krijgt het verzoek om die dan met nog wat aanvullende gegevens met behulp van uw DigiD naar de instelling te mailen. Daarna zal men kijken wat er gedaan kan worden. U vraagt of ze dat morgen al kan vertellen, maar helaas daar gaat een collega over en die is een weekje op vakantie. Vier weken later heeft u eindelijk een afspraak dat er iemand bij u thuis langs zal komen. Maar de dag er voor wordt u gebeld met de mededeling dat die mevrouw helaas ziek is. Wanneer ze terug komt? Ja dat is onbekend, een griepje kan al snel een week duren. 

En zo gaat dat vaak wanneer u afhankelijk bent van zorg in natura. Oftewel van hulp die geleverd wordt door een instelling. Zorg in natura is voor veel gemeenten straks de wijze waarop zij ondersteuning en begeleiding willen gaan leveren bij de uitvoering van de nieuwe, uitgebreide WMO en Jeugdwet. Natuurlijk er zijn genoeg instellingen met professionele medewerkers die goede en adequate hulp kunnen leveren. Maar vaak bent u dan gebonden aan hun werktijden. Meestal tussen 9 uur ’s morgens en 5 uur ’s middags. En u moet ook niet vreemd op kijken als er om de twee weken een andere medewerker/-ster bij u aan de deur staat. De collega heeft een studiedag, maar dat is geen probleem hoor, want de ander kent ook uw dossier. Ja, wel het dossier maar niet de mens waar het over gaat. Bovendien zijn hun tarieven zodanig opgebouwd dat de kosten voor de directeur, de administrateur, de personeelschef, het autopark, enz. daarin verwerkt zijn.  

Voormalig staatssecretaris Erica Terpstra had dat ook al ingeschat. Reden waarom zij in het eerste paarse kabinet het persoonsgebonden budget invoerde. Met behulp van een indicatie wordt objectief vastgesteld of u, of één van u, in aanmerking komt voor hulp, begeleiding en zorg. Als daaruit blijkt dat u daar voor een aantal uren per week voor in aanmerking komt krijgt u een bedrag toegewezen wat u kunt inzetten voor het betalen van hulp door diegene waar u vertrouwen in heeft en die past bij u als persoon. Daarmee wilde mevrouw Terpstra benadrukken dat iedereen het recht heeft om de regie over zijn/haar eigen leven te behouden, ook in tijden waarop u noodgedwongen een beroep moet doen op hulp van buiten af. Bovendien is er sprake van een relatie die u opbouwt met uw hulpverlener, waarbij u vaak de hulpverlener in vertrouwen neemt. Een hulpverlener die u kent en die u kent. Ook ik ken de ‘indianenverhalen’ en de ‘cafépraat’ dat er fraude wordt gepleegd met de PGB’s. Voor een deel is dat mogelijk waar, zoals er meerdere vormen van oplichting van de overheid plaatsvinden. Maar pak dan de fraudeurs aan en help niet een goede, werkbare en bovendien goedkopere (75 procent van het bedrag voor hulp in natura) regeling om zeep. Bij de invoering en uitvoering van de nieuwe WMO en Jeugdwet zullen de gemeenten, ook de gemeente Bergen op Zoom , in eerste instantie kiezen voor zorg in natura. Dat is voor de gemeente overzichtelijk en ze kan daarvoor contracten afsluiten met instellingen die het product al jaren leveren. Als dat perse niet kan, zou u voor een PGB in aanmerking kunnen komen. De wet schrijft voor dat u keuzevrijheid geboden moet worden.

De BSD zal dan ook bij de behandeling van de decentralisatietaken (overgaan van Jeugdwet en nieuwe WMO naar gemeenten) in de commissie en de gemeenteraad er alles aan doen om de keuzevrijheid voor de zorgvrager veilig te stellen. Daar hoort ook het kunnen kiezen voor een PGB bij. Immers niemand vraagt er om tijdelijk aangewezen te zijn op hulp van buitenaf.

Diana van den Kieboom

 


 

| MOEILIJKER KUNNEN WE HET WEL MAKEN! |

 

Vorige week was er een informatie bijeenkomst waarbij de lokale partijen uitleg kregen over de dienstverlening van de Gemeente Bergen op Zoom. Op deze avond gaf de Projectmanager Dienstverlening een voorlichting ten behoeve van de plaatselijke politiek. Achtergrond van deze informatieavond was het volgende: politici moeten ook weten hoe het systeem (in aanbouw) werkt en dit kunnen verduidelijken naar hun kiezers en/ of omgeving. Deze avond liep niet helemaal zoals verwacht.

Op de avond waren ook de wethouders Ad Coppens (VVD) en Yvonne Kammeijer-Luycks (D66) aanwezig om de nodige duiding te geven en eventuele vragen te beantwoorden. Omdat de vragen talrijk waren en de onduidelijkheid en overige wensen bij de aanwezige vertegenwoordigers van de partijen groot, is er op het laatst, onder enige druk, besloten om een vervolgbijeenkomst te plannen. Niet voor niets.

Het ging al fout bij aanvang. De presentatie was niet te lezen op het scherm en de verantwoordelijken hadden zelf niet voldoende kennis in huis om dit op te lossen. Als geluk bij een ongeluk werd besloten om een ieder de stappen van uitleg zelf te gaan laten uitvoeren via het internet. Er werd gekozen om te simuleren dat een burger een melding ging maken van een kapotte lantaarnpaal in onze gemeente. De helft van de aanwezigen kreeg dit niet voor elkaar of vond dit veel te omslachtig. Dat was het ook. Veel te veel keuzes en voor niet voldoende digitaal onderlegde personen was er een te grote stortvloed aan mogelijkheden. Dit alles om het vooral de gemeentelijke organisatie gemakkelijker te maken om de vraag naar dienstverlening goed in kaart te brengen en te organiseren. Op zich een goed streven. Maar in de basis is dit een verkeerd uitgangsprincipe: het moet de burger gemakkelijker gemaakt worden.

Blijkbaar was er niet gewerkt met een panel van burgers om het systeem op te zetten. Helaas, want op deze manier waren de haken en ogen, zoals hierboven omschreven, direct naar boven gekomen. Het gaat mij te ver om in dit artikel de gehele werking van dit systeem, inclusief de door mij geplaatste kanttekeningen te gaan uitleggen. Kort samengevat heb ik op een bepaald moment aangegeven dat ik het eigenlijk helemaal nergens op vond slaan. Het moderne leven is al te veel doorspekt met het in de wacht staan bij servicenummers bij de vele slechte dienstverleners. De website van de gemeente Bergen op Zoom is ook veel te complex en is tijdens eerder onderzoek niet tot de meest klantvriendelijke bevonden. Hoewel het college een nieuwe website voor ons allen in petto heeft, houd ik mijn hart vast. Overheid en ICT gaat vaak niet goed samen. Vaak te complex en in dit voorbeeld, waarbij de systemen niet aan de gebruiker getoetst worden, te gebruiksonvriendelijk. Zeker als er al systemen zijn die hun werking al bewezen hebben of aan het bewijzen zijn: buitenbeter.nl (vooralsnog alleen voor mobiele apparaten, maar dat is makkelijk aan te passen). Waarom probeert het college het wiel opnieuw uit te vinden? Dit kost veel geld en voordat dit goed en wel werkt is de gebruiker al tureluurs geworden van de veranderingen.

Mijn voorstel is om het project per direct te herzien en duidelijk samen te gaan werken met de gebruikers en de lokale partijen en een bewezen dienstverlener op ICT gebied. Dit om een mislukking en te hoge kosten te voorkomen. Als voorbeeld draag ik aan dat er in de begintijd van de horecasystemen ook niet werd gevraagd aan de gebruiker (horecapersoneel) hoe het systeem in te richten. Gevolg was dat men voor de hardlopende producten (bijvoorbeeld cola en bier) soms drie schermen door moest spitten om ze te vinden. Het heeft jaren geduurd voordat het systeem gebruiksvriendelijk werd en er aan je tafeltje bediening kwam die ook tijd had voor jou als klant en niet de gehele tijd naar het schermpje stond te turen, omdat hij of zij de slagroom niet kon vinden. Geacht college: wij willen graag een kers op de slagroom!

Marcel Mulder, fractieassistent BSD

  


 

| HET MANTELZORG COMPLIMENT |

 

mantelzorgAl een aantal jaren kunnen mantelzorgers voor hun vele, vele uren die zij inzetten ten behoeve van de zorg voor hun naasten, familieleden, vrienden of buren in aanmerking komen voor een ‘compliment’. Een geldelijke waardering voor hun inzet van € 250,- per jaar. In haar bezuinigingsdrift heeft het kabinet ook dit sympathieke, en in de praktijk hogelijk gewaardeerde, gebaar geschrapt met ingang van 1 januari 2015.

Gemeenten mogen wel een vorm van waardering laten blijken voor deze mensen die zich, vaak naast vele andere taken, belangeloos en vaak zonder dat anderen dat zien inzetten voor de medemens. Daarbij kiest een gemeente voor een zogenoemde ‘Dag van en voor de vrijwilliger’. Niet verkeerd, begrijp me goed, maar het zou ook anders kunnen. Al eerder heeft de BSD-fractie gepleit om mantelzorgers ontheffing te geven voor het betalen van parkeergeld of het parkeren van hun auto op een plaats waar dat zonder toestemming niet is toegestaan om snel en dichtbij de zorgvrager te kunnen komen. Mijn voorstel is nu om een budget beschikbaar te stellen (in plaats van de financiële waardering) door de gemeente om mantelzorgers een beperkte basis cursus te (laten) geven. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan tiltechnieken, discrete persoonlijke verzorging, elementaire voedingsleer. Hiermee vangen we meerdere vliegen in een klap. De mantelzorger voelt zich niet alleen bekwamer en meer zeker in zijn of haar handelen, maar wordt dat feitelijk ook. Dit zal voor de mantelzorger een meer voldaan gevoel geven en een ondeskundige, onnodige extra (fysieke) belasting verminderen. De zorgvrager is er uiteraard ook bij gebaat dat de mantelzorger over meer basiskennis en -vaardigheden beschikt. Tot slot heeft ook de gemeente er voordeel bij, omdat ze dan minder dure uren van professionele medewerkers moet betalen.  

De BSD-fractie zal dit inbrengen bij de behandeling van het voorstel tot uitvoering van de nieuwe uitgebreide Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in commissie en raad.  

Diana van den Kieboom

 


 

| COMMUNICATIE |

 

Goed communiceren vergt tact en aandacht. Niet iedere wethouder en niet iedere organisatie is daar even bekwaam in. Zeker als men de neiging heeft voor de muziek uit te lopen om snel de pers te willen halen, verliezen betrokkenen soms uit het oog wie allemaal belanghebbend zijn.

Wethouder Linssen loopt, door zijn enthousiasme, vaak voor de muziek uit of heeft te veel haast de media te halen. Zo ook met zijn plannen met de kermissen in onze gemeente. Hoe kan hij Lepelstraat nu vergeten? Vermoedelijk omdat hij al jaren over de kermissen daar geen klachten krijgt. Iets wat goed gaat bereikt vast zelden de burelen van het college. En dat is jammer. Voor de BSD geldt dan ook dat in Lepelstraat de organisatie van de braderie en de kermis moeten blijven zoals die is. Dat past voor dat mooie kerkdorp en dat past, wat de BSD betreft, de gemeente en de kermisexploitanten. Verander nooit een winnend team.  

Louis van der Kallen

 


 

| NIEUWSBRIEF |

 

Wilt u ook elke zondag de nieuwsbrief van de BSD op uw tijdlijn ontvangen, wordt dan vrienden met deze facebookpagina

Louis van der Kallen

 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *