UITVOERINGSPROGRAMMA – 4/ RECREATIE GRAAG DICHTBIJ!/ WEEKMARKT/ (NATTE-ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 22 : VOEDSELSCHAARSTE OOSTERSCHELDE

| jaar 2 | nummer 56 |

| 15-03-2015 | 10.00 uur |


 

| UITVOERINGSPROGRAMMA – 4 |  

 

VVVHet college heeft een uitvoeringsprogramma gemaakt, het programma laat zien wat het college in 2015 voornemens is te gaan doen. 23 van de 99 genummerde acties zijn in deel 01 van het stuk voor 2015 nader uitgewerkt. 

Onder actiepunt 58 is te lezen: “We stellen een Economische Agenda op. Dit doen we samen met de Brabantse Wal-gemeenten en met Tholen en Reimerswaal. De basis van deze agenda bestaat uit het topsectorenbeleid voor: onder andere vrijetijdseconomie en verblijfstoerisme.” Voor de BSD is het een goed initiatief om samen met de regio te kijken wat de economische agenda op het gebied van toerisme en recreatie in ons gebied zou kunnen worden.

Reeds vele jaren is toerisme een belangrijke peiler in de Bergse economie. Het is aardig om eens terug te kijken en te bezien wat we uit het verleden kunnen leren. In dat kader heb ik ter hand genomen “Bergen op Zoom, proeve van een sociaal-geografische stadanalyse” door E. Härtel, uit 1961.

Een graadmeter van toen was het aantal overnachtingen van buitenlanders. In 1952 werden er 2.186 vreemdelingen geregistreerd. Dat was in 1958 gestegen naar 9.367. Een stijging van 328 % in zes jaar. Het valt op dat ook toen de vastenavond en de Maria-ommegang hoogtepunten waren en dat de VVV fiets- en wandeltochten en rondleidingen organiseerde. Toen waren Duitsers en Fransen de grootste groepen vreemdelingen en passeerden de Engelsen in 1957 de Belgen in aantallen overnachtende bezoekers. De te kleine capaciteit aan hotelbedden was de beperkende factor voor een nog snellere aanwas van het aantal toeristen. 328 % groei in zes jaar dat krijgt zelfs Ton Linssen niet voor elkaar!

Ook nu willen we dus weer inzetten op groei van het aantal toeristen. Wat opvalt in het uitvoeringsprogramma is dat er niet wordt aangegeven hoe de topsector vrijetijdseconomie en verblijfstoerisme door het college gestimuleerd c.q. gefaciliteerd gaat worden. Wat nodig is, is een uniek toeristisch concept. Volgens de vakantiesite Zoover is Maastricht in Nederland de meest romantische bestemming. Nu is mijn kennis over Maastricht beperkt en mogelijk ben ook ik behept met een gigantisch stuk Bergs chauvinisme maar ik denk dan: hoezo Maastricht? Waar staat Bergen op Zoom in dat lijstje en hoe kunnen we op een dergelijk lijstje stijgen. Enige navraag leert dat Bergenaren tal van plaatsen in de stad een romantische sfeer toedichten. Het Oude Stadhuis, de Gevangenpoort, het Markiezenhof, de tuinen rond het Markiezenhof, onze parken, de Boulevard, plekken in onze bossen. Wat ook opvalt is dat mensen met liefde spreken over de plaats waar zij of familieleden getrouwd zijn. Kortom, Bergen op Zoom heeft kansen om op dit lijstje te stijgen en ook hier een topper te worden. Het is dan wel zaak dat we beginnen met de huwelijksvoltrekking hier ter plaatse ook voor niet Bergenaren makkelijk en aantrekkelijk te maken. Mensen keren op huwelijksjubilea graag terug naar de plek waar ze trouwden. Waar zijn de huwelijksarrangementen?  

Louis van der Kallen

 


 

| RECREATIE GRAAG DICHTBIJ! |  

 

Aanleg van stelfjesbosadsparken, meer diversiteit in landschappen en een focus op cultureel erfgoed maken recreatie voor verschillende typen consumenten beter bereikbaar. Dit concludeert onderzoeker Tom Gosens die op 2 maart is gepromoveerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een dissertatie over recreatiekeuzegedrag.

De verscheidenheid aan activiteiten en voorkeuren op het gebied van recreatie is zo groot dat het van belang is de juiste faciliteiten op de juiste plek aan te bieden. Gosens onderzocht dan ook het keuzegedrag van verschillende typen consumenten rond buiten- en stedelijke recreatie. De maximale reisafstand is van doorslaggevend belang in de voorkeuren van consumenten, zo blijkt uit het onderzoek. Mensen prefereren buitenrecreatieve locaties in de nabijheid van hun woning. Nieuw is dat de diversiteit aan landschappen van belang blijkt te zijn voor de locatiekeuze van de consument, evenals de aanwezigheid van cultureel erfgoed. Dit laatste geldt zeker voor stedelijke recreatie. Gosens: “De overheid kan wel faciliteiten ontwikkelen in de nabijheid van bestaande cultuur-historisch waardevolle objecten. Dit is juist in een tijd waarin het winkelgedrag verandert heel belangrijk voor de leefbaarheid in steden.”.

Oudere consumenten en consumenten met een hoger huishoudinkomen ondernemen vaker buitenrecreatieve trips. Terwijl consumenten die niet afkomstig zijn uit een Nederlandse cultuur vaker voor stedelijk-recreatieve trips kiezen: vooral naar stadsparken. Een voordeel is dat deze gebruikers vaak de auto thuis laten staan en voor een minder vervuilende manier van reizen kiezen.

Een artikel in de Volkskrant van zaterdag 7 maart 2015 laat zien dat dichtbij recreatie ook tot de ontwikkeling kan leiden van een ‘invasie van elfjes en trollen’. Huisvlijt, zoals het maken van deurtjes en inventarissen van elfjeswoningen en deze plaatsen in Wayford Woods nabij het dorp Crewkerne in Somerset, heeft geleid tot een soort van doe-het-zelf-Efteling. Met als gevolg een stroom van toeristen en recreanten en een heuse hype en een toezichthouder op dit elfjesbos en zelfs BBC berichtgeving. Misschien iets voor een eigen Bergse elfjes/trollen wijk in één van onze bossen. Zijn er ooit meldingen geweest in onze contreien van elfjes/trollen/kabouters of collega’s van Wana? Ik heb ooit wel eens, bij een wandeling met de toen nog vierjarige Alexander,  gedacht dat een holte in een boom in de bossen van Lievensberg bewoond was.

Wat mij betreft gaan we een eigen elfenwijk ontwikkelen, maar blijft het bos wel welstands- en ruimtelijk ordening vrij zolang de gebruikte materialen hun oorsprong maar vinden in het bos zelf. 

Louis van der Kallen

 


 

| WEEKMARKT |  

 

jaarmarktVolgens C.J.F. Slootmans (oud gemeente archivaris) heeft Bergen op Zoom sinds 1313 een weekmarkt. Anno 2015 kan je dat na meer dan 700 jaar wel een traditie noemen. In 1365 kreeg de stad zelfs het recht om twee maal per jaar een jaarmarkt te organiseren en in 1390 werd aan de heer van Bergen door de hertog van Brabant het recht verleend om personen, die kooplieden die naar de jaarmarkt gingen of er van terugkeerden lastig vielen, te vervolgen.  

Duidelijk is dat het bestuur van Bergen op Zoom zich al jaren bezighoudt met de markt en marktkooplui en met alles wat daarmee samenhangt. De weekmarkt kent vele hoogte- en dieptepunten. Ook is de markt vaak onderwerp van studie geweest. Uit één van die studies haalde ik het gegeven dat de weekmarkt van 10 juni 1953 maar liefst 181 standhouders kende. Een jaloersmakend getal. Toch was dat vermoedelijk geen record want in 1952 was de opbrengst van de marktgelden hoger dan in 1953. De opbrengst in 1956 was bijna 20 % lager dan in 1952. Het laat zien dat het aantal standhouders ook toen behoorlijk kon variëren en ook wat zij in het laatje van de gemeente brachten. 

Ook werd er in het verleden geëxperimenteerd met andere marktvormen. Zo kende Bergen op Zoom in de jaren vijftig van de vorige eeuw enige jaren een zaterdagse versmarkt die in 1954 een zachte dood stierf. De reden van de mislukking was “de situering van deze zaterdagse markt, die niet op het marktplein gehouden werd, maar op het St. Catharinaplein (oude Vismarkt)”. “Dit plein is niet midden in het winkelcentrum gelegen, zoals het marktplein, maar daarbuiten” (gelezen in: “Bergen op Zoom, proeve van een sociaal-geografische stadanalyse” door E. Härtel, uit 1961).  

De te trekken les uit deze marktgeschiedenis: bezint eer gij begint. Want een verandering betekent niet altijd een verbetering en ga zorgvuldig om met vermoedelijk de langst bestaande (markt)traditie van deze parel aan de Schelde!

Louis van der Kallen

 


 

| (NATTE-ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 22 |  

Voedselschaarste Oosterschelde

 

mosselsDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.  

Het (basisvoedsel) de nutriëntengehalten zoals nitraten en fosfaten dalen al tientallen jaren in de Europese kustwateren en dus ook in de Oosterschelde. De hoofdoorzaak van die daling is dat vanaf de jaren zeventig de Europese landen op grote schaal rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn gaan bouwen en er vrijwel geen ongezuiverde lozingen meer zijn op oppervlaktewateren. Toen was het hard nodig dat die rioolwaterzuiveringsinstallaties er kwamen want de vervuiling door riolen was ontzettend en een bedreiging voor al het leven in onze wateren en voor de volksgezondheid. Maar die ongezuiverde lozingen bevatten wel grote hoeveelheden nutriënten die het voedsel waren voor de onderkant van de voedselketen. Het lijkt er op dat het zuiveren is doorgeschoten en er feitelijk een tekort is ontstaan aan deze nutriënten. Tal van micro-organismen hebben te weinig te eten en als zij te weinig te eten hebben dan daalt de biomassa in de Oosterschelde en daarmee de beschikbaarheid van voedsel voor tal van vissoorten zoals wijting, dikkoppen en kabeljauw die weer tot voedsel dienen voor de bruinvissen en de zeehonden. Ook de omvangrijke schelpdierenteelt begraast de afgenomen biomassa aan micro-organismen. In de zomer van 2014 werden hierover vragen over gesteld in de staten van Zeeland.

Nu hoor je geluiden dat verzilting van het Volkerak-Zoommeer hier de oplossing voor is. Dat is slechts ten dele waar. Natuurlijk is het zo dat het water van het Volkerak-Zoommeer nu nog rijker is aan nutriënten dan het water van de Oosterschelde. Maar een getijdeslag op het Volkerak-Zoommeer van enkele decimeters zal niet tot een relevante toename leiden van de hoeveelheid nutriënten in de Oosterschelde. Terwijl al jaren ook de hoeveelheid nutriënten in het Volkerak-Zoommeer dalende is. Wat voor de Oosterschelde de oplossing kan zijn is het soepeler omgaan met de rigide wetgeving op rioollozingen. Beperkte lozingen van huishoudelijk rioolwater kan hier een oplossing zijn. Wetten en verordeningen verbieden dat echter. Ook de beheersing van de risico’s verbonden aan bijvoorbeeld de voedselveiligheid ten aanzien van commerciële visvangst en de mosselteelt spelen hiermee. Helder moet zijn dat aan alle maatregelen die we in het verleden hebben genomen, buiten voordelen, ook nadelen zitten. Dat betreft de afsluitingen van de zeegaten en de compartimentering, maar ook aan het zuiveren van al het rioolwater. Als straks alles voldoet aan de Kader Richtlijn Water dan zal blijken dat we het kind (rijke visgronden voor de kust en bloeiende mosselcultures) met het waswater hebben weggegooid en dat de rol van de Oosterschelde als kraamkamer vrijwel stil is gevallen. Het wordt tijd voor meer integraal denken in plaats van hapsnap oplossingen voor een deelbelang/deelprobleem. Het wordt misschien wel tijd voor wat ‘woeste gedachten’ zoals het bemesten van de Oosterschelde met bijvoorbeeld rioolslip uit een selecte groep van zuiveringsinstallaties (bijvoorbeeld waar we zeker van zijn dat er uitsluitend huishoudelijk afvalwater opgeloosd is). Hier is misschien wel geld te besparen in plaats van de uitgave van honderden miljoenen aan de verzilting van het Vokerak-Zoommeer.

Voor Ons Water en de BSD is het helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via https://www.petities24.com  

Louis van der Kallen

 


Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *