EUREKA!/ BAR/ WAT TE BOUWEN?

| jaar 3 | nummer 87 |

| 03-01-2016 | 09.15 uur |


 

| EUREKA! |  

 

EurekaAl een paar jaar vroeg ik me af wat er veranderd was aan de VVD als organisatie en aan veel VVD politici. In het verleden heb ik nooit getwijfeld aan de bestuurlijke kwaliteiten van de vele VVD politici dit tot een bestuurlijk ambt geroepen werden. Ik deelde niet altijd hun mening of bestuurlijke inbreng en deelde zeker niet hun maatschappijvisie, maar ik twijfelde nooit aan het gegeven dat ook zij, vanuit hun maatschappijbeeld, het beste met de samenleving of Nederland voor hadden. 

Ik volg al vanaf mijn jeugd het politieke bedrijf. VVD voormannen zoals Pieter Oud, Edzo Toxopeus, Joris Voorhoeve, Frits Bolkestein of Hans Dijkstal waren stuk voor stuk VVD’ers die getuigden van visie, niet mijn visie. Omdat ik een heilig geloof heb in de democratie als middel om een land te besturen en van mening ben dat coalities matigend werken als het gaat om de arrogantie van de macht had ik nooit het gevoel dat de toekomst van ons land in gevaar kwam als een verkiezingsuitslag leidde tot een andere coalitie ook niet als dat betekende dat de VVD daarin vertegenwoordigd werd. De laatste jaren is mijn denken op dat punt veranderd en tot donderdag 24 december 2015 begreep ik niet waarom of hoe dat kwam. Na de waterschapsverkiezingen en zeker na de coalitieonderhandelingen om te komen tot een nieuw Dagelijks Bestuur heb ik, om te doorgronden wat er veranderd was, een studie gemaakt van VVD programma’s. Ik constateerde op basis van de VVD verkiezingsprogramma’s bij de waterschapsverkiezingen dat bij de VVD het in de eerste plaats om geld gaat (bezuinigen) en niet zozeer wat er moet gebeuren om Nederland of ons waterschapsgebied veiliger en schoner of gezonder te houden of te maken. En dat er bij de VVD een soort van vooruitgangsgeloof zich heeft ontwikkeld dat eigenlijk behelst dat het allemaal vanzelf goed komt en dat de techniek in de toekomst altijd wel de oplossing zal bieden voor de problemen van vandaag en dat vooruitschuiven van de aanpak dus verantwoord is. Wat bewoog VVD politici? Vroeg ik mij vaak af. Ik vroeg me ook af of niet de VVD maar ik veranderd was en ik steeds pessimistischer was geworden.

In de NRC van donderdag 24 december 2015 stond een artikel met de kop: “VVD’ers op de sofa bij de psycholoog” waarin hoogleraar Roos Vonk mij het inzicht verschafte waar naar ik zocht. “Op de vraag wat mensen beweegt zijn grofweg twee soorten antwoorden mogelijk, volgens de regulatory focus theory; mensen kunnen gemotiveerd worden doordat ze ergens naartoe willen of juist ergens vandaan willen blijven. In het laatste geval heeft men een hoge preventie-focus en de overheersende drijfveer is het vermijden van fouten; belangrijke waarden zijn verantwoordelijkheid, veiligheid, bescherming, normen en regels. Bij een hoge promotie-focus is men gericht op het bereiken van doelen en idealen, op uitdaging, winst, risico, avontuur, ambitie en succes. Mensen met een hoge promotie-focus zijn vaak optimistischer en hun denken is losser en globaler: ze kijken naar de grote lijn, terwijl een sterke preventie-focus juist gepaard gaat met een meer gedetailleerde en analytische blik – meer beren op de weg zien en, in de ogen van een promotie-denker, meer spijkers op laag water. 

Het mooie aan slechts twee keuzen/typeringen is dat je ook makkelijk kan kiezen of je zelf indelen. Voor mij was het een Eureka moment. Ik, door velen beschouwd als een azijnzeiker, ben zeker preventie-focus gericht, terwijl de moderne VVD’er tot de promotie-focus politici behoort. De NRC analyse was ook dat met macht het zelfvertrouwen stijgt en het denken abstracter en meer gericht op het einddoel wordt en minder op wat er fout kan gaan. Uit onderzoek bleek dat VVD stemmers hoger scoren op promotie-focus dan de stemmers op andere partijen. De preventie-focus bleek bij de VVD stemmers juist lager. Ook de PvdA stemmers scoren lager op de preventie-focus. Volgens Roos Vonk zou dat “kunnen betekenen dat PvdA‘ers op dit punt in elk geval geen adequaat tegengas kunnen bieden aan de luchthartigheid van de VVD’ers.”.

Een recent voorbeeld van de VVD luchthartigheid is de benoeming door de VVD Commissaris van de Koning van Gelderland Cornielje van de beschadigde VVD’er Loek Hermans tot waarnemend burgermeester in Zutphen. Hoe kun je denken dat iemand die zo recent af heeft moeten treden wegens ernstige kritiek, zonder kritische reacties zo kort na zijn aftreden benoemd zou kunnen worden in een functie waar vertrouwen een belangrijke rol speelt?  

Mijn inzicht in mijzelf en in het waarom van de opstelling/gedrag van VVD’ers is gegroeid. 

In tijden van hoge risico’s, zoals nu, kan dat grenzenloze optimisme wel eens heel slecht uitpakken voor de VVD, de politiek en voor de samenleving. Achteraf is het ook een verklaring waarom er in Bergen op Zoom financieel zoveel heeft fout kunnen gaan.

Louis van der Kallen

 


 

| BAR |  

  

Het Bergse politieke en ambtelijke jaar eindigt in Bergen op Zoom op de laatste vrijdag voor Kerst met de Bergse Ambtenaren Revue, de BAR, voor en door onze ambtenaren. Voor mij is het vaste prik om daar naar toe te gaan. Ik hou die datum altijd vrij in mijn agenda.

Wat ik uniek vind is dat de deelnemers, zowel de politiek als de bestuurders, maar ook hun ambtelijke leiding de gemeente secretaris/directeur zonder schroom kritisch op de hak nemen. Voor de meeste raadsleden is het ondanks de soms boute kritiek de vraag: kom ik er in voor? Word ik genoemd? Zelf heb ik het genoegen gehad mijn naam de afgelopen jaren geregeld vanaf het toneel gehoord te hebben. Een aantal jaren geleden speelde mijn evenknie op het toneel zelfs een hoofdrol. Ik was de burgermeester in een gelukkig ver jaar in de toekomst.

Wat mij dit jaar het meeste trof was een uitspraak over ‘Zeeman managers’. “Ze worden met veel gekrijs aangekondigd, schijten de boel onder en vliegen met de wind mee.” Dat heb ik met regelmaat met dure jongens en meisjes zien gebeuren. Wat ik ook meer dan leuk vond is dat er wat oud burgermeesters op bezoek kwamen bij de revue-psycholoog om van hun trauma’s af te komen. Het trauma van Peter van der Velden  bleek Nedalco. Bij Ans van den Berg veroorzaakte Linssen nog steeds nachtmerries. Bij Han Polman was het de gedachte dat er nog niets naar hem vernoemd was. Ook kwam oud wethouder Cees van der Weegen langs die moeite bleek te hebben met de portefeuille van zijn zoon Arjan. Zelfs de evenknie van Yvonne Kammeijer belandde nog even in de stoel bij de revue-psycholoog. Haar ‘probleem’ waren al die macho mannen in het college. Haar werd zelfs de eer gegund dat aan haar relatie met die mannen in het college een lied gewijd was. Het revuevergrootglas leverde weer veel gelach en inspiratie op.

Bedankt ambtenaren van Bergen op Zoom voor de ontspannen middag en al jullie werk het afgelopen jaar.

Louis van der Kallen

 


 

| WAT TE BOUWEN? |  

 

huizenbouwGemeenten en veel ontwikkelaars blijven plannen ontwikkelen die gebaseerd zijn op de ideeën/motieven die kopers hadden vóór de flexibilisering van de arbeid en vóór de economische/financiële crisis die in 2008 begon. Tot die tijd was bijna iedereen er van overtuigd dat het kopen van een huis feitelijk ook het opbouwen van een spaarpot was voor later.

Je kon de financiële verplichting ook wel aan gaan want je had een grotere zekerheid van het behoud van de (goed) betaalde baan en de inflatie verminderde als vanzelf de last van de aangegane schuld en de overheid stimuleerde kopen en lenen met een mooie belastingaftrek. Kopen leek dus verstandig en bijna al je voorgangers waren er in de loop der tijd beter van geworden. Een aantal jaren op een houtje bijten loonde dus.

Hoe anders is dat anno 2015? De inflatie is vrijwel afwezig. Je baan en inkomenszekerheid is zeker voor jongeren/starters en ZZP’ers grotendeels verdwenen. De belastingaftrek is en wordt verder versoberd. De inkomensvervangende uitkeringen zijn in uitkeringsduur verkort. En wat zeker leek: minimaal met de inflatie meestijgende woningprijzen is een droom gebleken. De onzekerheid is in de gedachte van mensen geslopen.

Als ik met jongeren spreek dan blijkt er, als het over het kopen van een huis gaat, een steeds groter gat te bestaan tussen de goed opgeleiden en de minder goed opgeleiden. Jonge MBO’ers denken steeds vaker dat, mede door de arbeidsflexibilisering, het kopen van een huis voor hen niet meer is weggelegd. Maar ook HBO- en universitair geschoolden ervaren de arbeidsflexibiliteit en trekken er vaak de conclusie uit dat huren veel logischer is.

Wat ik ook moet constateren is dat jongeren een ander idee hebben dan voorgaande generaties over het percentage van hun besteedbaar inkomen dat ze uit willen geven voor wonen. Nu het toekomstbeeld van de waardeontwikkeling van huizen is veranderd, is de bereidheid om een bepaalde periode van hun inkomen een hoog percentage te besteden aan wonen aan het afnemen. Feitelijk zou dat moeten betekenen dat gemeenten en ontwikkelaars zich realiseren dat hun markt veranderd is en verder verandert. Naar mijn inzicht zou dat moeten betekenen dat er verhoudingsgewijs meer huurwoningen moeten worden gebouwd en dat de woningen die gebouwd worden goedkoper moeten worden, zodat starters op de koop- en huurmarkt, ook als ze alleen zijn, een kans krijgen of verleid worden tot koop of huur. Het is ook de vraag of het zogenoemde antikraak wonen niet leidt tot een neveneffect dat mensen minder bereid zijn uit te geven aan wonen. Het gewenningseffect aan hogere andere uitgaven leidt tot een bepaald bestedingspatroon, waarbij hoge woonlasten niet passen. 

Ook de instroom van asielzoekers/migranten leidt tot andere huisvestingseisen. Veel van die mensen zijn alleen en krijgen een tijdelijke status (5/10 jaar). Het is ook verre van zeker dat de huidige regelingen van gezinshereniging blijven of niet versoberd worden. Dat zou kunnen leiden tot de bouw van tijdelijke woningen of huizen die bestaan uit meerdere wooneenheden bijvoorbeeld geschikt voor éénpersoonshuishoudingen, maar later eenvoudig omgebouwd kunnen worden tot huizen gericht op meerpersoonshuishoudingen. 

Als gemeente moeten we echt nadenken of de huidige woningbouwplannen niet aan een herziening toe zijn. Te lang wachten kunnen we ons financieel niet veroorloven en huisvestingsproblemen van onze jeugd en de nieuwkomers/statushouders vragen om een oplossing. 

Louis van der Kallen

 


 

| VERZONDEN BRIEVEN |

 

30-12
VRAGEN EX ART. 39 COLLECTIEVE ZORGVERZEKERING, KENMERK PVDK/15066


30-12
VERZOEK WOB 2 MARKIEZENHOF, KENMERK LVDK/15065


29-12
ARTIKEL 39 VRAGEN, THEODORUSHAVEN, KENMERK LVDK/15064


29-12
HUREN, KENMERK LVDK/15063


28-12
EX ART. 39 VRAGEN, UITKERINGSFRAUDE ISD, KENMERK PVDK/15062

 


 

| BEANTWOORDE BRIEVEN |

 

26-08
ONDERHOUD MARKIEZENHOF, KENMERK LVDK/15044

ANTWOORD, KENMERK U15-016632 

 


Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *