EX ART. 39 VRAGEN, RAPPORT ONDERWIJSINSPECTIE, KENMERK PVDK/16016

 


 

Bergen op Zoom, 27 april 2016

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom  

 

Betreft:          Ex art. 39 vragen, Rapport onderwijsinspectie, kenmerk PVDK/16016

 

Geacht College,

Recent werd door de Onderwijsinspectie bekend gemaakt dat uit onderzoek blijkt dat in de praktijk een kind uit een sociaal lager milieu minder onderwijskansen krijgt dan zijn of haar leeftijdgenoot uit een hoger sociale milieu c.q. met ouders die hoger opgeleid zijn, ondanks het feit dat beide kinderen over een gelijk intelligentieniveau beschikken. Onderwijssociologen wijzen al langer op deze zorgelijke ontwikkelingen. Een van de oorzaken daarvan  zou gelegen zijn in het feit dat de onderwijskracht van het basisonderwijs een hoger verwachtingspatroon heeft ten aanzien van cognitieve vaardigheden en potentiële intellectuele capaciteiten van een kind waarvan de ouders hoger opgeleid zijn. Het afschaffen van de CITO-toets heeft hier, aldus de onderwijssociologen, mede aan bijgedragen.

Maar als een kind lager dan zijn of haar intelligentieniveau geplaatst wordt op het middelbaar onderwijs, worden de doorstroomkansen voor hem of haar ook nog eens steeds kleiner, omdat schoolbesturen steeds meer kiezen voor een smaller onderwijsaanbod en brede scholengemeenschappen steeds meer lijken te verdwijnen. De praktijk in Bergen op Zoom wijst gelukkig vooralsnog niet op een dergelijke ontwikkeling, maar het helemaal uitsluiten in de toekomst is natuurlijk ook niet realistisch.

De BSD-fractie is van mening, gebaseerd op haar sociaal-democratische visie op de samenleving, dat ieder kind, los van het milieu waaruit afkomstig, gelijke kansen moet worden geboden en ieder kind recht heeft op onderwijs dat aansluit bij zijn of haar niveau en cognitieve vaardigheden. Ook de CITO-toets kende haar beperkingen, vanwege het feit dat het slechts een momentopname was. De fractie van de BSD onderschrijft dit en pleit daarom al langer voor een onderzoek van een kind in groep 8 op het basisonderwijs, dat zich niet alleen richt op het niveau gemeten op een moment, maar een onderzoek dat aangeeft wat de waarschijnlijke ontwikkel- en ontplooiingsmogelijkheden zijn in de toekomst. 

De BSD-fractie maakt zich, net als de onderwijsinspectie, zorgen over de geschetste ontwikkelingen. Zij heeft daarom de volgende vragen aan uw college: 

  1. Bent u op de hoogte van de zorgen die de onderwijsinspectie hierover naar buiten heeft gebracht?
  2. Deelt uw college deze zorgen?
  3. Zo ja , bent u dan met de BSD-fractie van mening dat daarom op korte termijn actie ondernomen moet worden om deze ongewenste situatie en ontwikkelingen zo snel mogelijk aan te pakken?
  4. Bent u het eens met de minister van OCMW dat hier ook een taak is weg gelegd voor gemeentebesturen?
  5. Zo ja, bent u dan bereid om op korte termijn in overleg te treden met het basisonderwijs in Bergen op Zoom om helder te krijgen in welke mate dit probleem ook in Bergen op Zoom aan de orde is?
  6. Hoewel de praktijk in onze gemeente, daar waar het gaat om versmalling en scheiding van onderwijskolommen op dit moment nog niet aan de orde is (we hebben immers een aantal brede scholengemeenschappen), vindt de fractie van de BSD dat het ook niet zover mag komen. Heeft het college hier naar uw mening een positie om de geschetste negatieve ontwikkelingen een halt toe te roepen en dit in de praktijk af te dwingen? En als dat zo is, bent u bereid deze positie daarvoor ook in te zetten?  

Met vriendelijke groeten

Namens de BSD-fractie, 

Piet van den Kieboom

 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *