VRAGEN EX ART. 39 JEUGDPROFESSIONALS, KENMERK FEK/AP/16021

 


 

Bergen op Zoom, 10 juni 2016

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom  

 

 

Betreft:          Vragen ex art. 39, Jeugdprofessionals, kenmerk FEK/AP/16021

 

Geacht College, 

Sinds 1 januari 2015 is de nieuwe jeugdwet ingetreden in verband met de decentralisatie van het werkgebied jeugd en gezin. De gemeente Bergen op Zoom heeft er voor gekozen om in samenwerking met verschillende gemeenten in West-Brabant west te werken met een systeem waarin de jeugdprofessional de spil moet zijn in dit werkveld. Wij hebben binnen de fractie van de BSD nog eens goed en nauwkeurig naar deze transitie gekeken en wij hebben geconstateerd dat het systeem onnodig ingewikkeld overkomt en voor mensen, die al verschillende problemen ervaren of wellicht lager opgeleid zijn, ondoorgrondelijk is. Wij zijn met u van mening dat het systeem goed in de mond ligt, maar of de functionaliteit toegankelijk is voor iedereen is voor ons onvoldoende meetbaar. Wij missen de handvatten die moeten leiden naar het snel en efficiënt inspelen op problemen die zich zowel thuis, op straat als op school voordoen. Ouders, wijkagenten, zorgcoördinatoren op school en andere professionals, krijgen niet de toegang tot de antwoorden op de hulpvragen waar zij mee zitten en rondlopen. De spin in het web wordt op deze wijze gedegradeerd tot slechts een naamplaatje.

De BSD- fractie heeft de volgende vragen:

  • Hoeveel jeugdprofessionals zijn er op dit moment binnen onze gemeentegrenzen werkzaam en hoeveel FTEs, betreft het hier?
  • Hoeveel kinderen/gezinnen staan er op dit moment onder begeleiding van de jeugdprofessionals?
  • Kunt u ons een nulmeting ter hand stellen van de situatie voor en na de decentralisatie?
  • Wat zijn de ervaringen van de jeugdprofessionals tot nu toe?
  • Kunt u ons aangeven hoeveel jeugdprofessionals sinds aanstelling in 2015 nog steeds in dienst zijn en hoe is het verloop?
  • Wij hebben vernomen dat er verschillende jeugdprofessionals inmiddels vertrokken zijn en dat er inmiddels weer nieuwe bij zijn gekomen. Hoe biedt de gemeente voldoende veiligheid en continuïteit in deze zorg en begeleiding aan deze kwetsbare doelgroep als zij steeds geconfronteerd worden met wisselende gezichten?
  • Wij lezen in de Jaarstukken dat u behoorlijk wat middelen over heeft. Hoe zijn deze middelen besteed waardoor er een overschot heeft kunnen ontstaan?
  • Hoe zijn de lijnen geregeld tussen de jeugdprofessionals en wijkagenten en zorgcoördinatoren?
  • Welke overlegstructuren zijn er tussen de jeugdprofessionals en zorgcoördinatoren vanuit het samenwerkingsverband Brabantse wal?
  • Wat zijn tot nu toe de meetbare resultaten van de nieuwe aanpak?
  • Worden er, in vergelijking met voor 2015, nu meer gezinnen begeleid?
  • Kunt u aangeven hoeveel gezinnen zijn afgehaakt voor het einde van het traject?
  • Zijn er redenen aan te wijzen voor uitval in de trajecten? Hebben die te maken met de rolverdeling binnen de nieuwe opzet?

Met vriendelijke groet,

Namens de BSD fractie

Farid El-Khassim                                                                 

Auri Peters

 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *