WERKGELEGENHEID/ COLLEGIAAL BESTUUR/ GEMEENTELIJK RIOOLBEHEER

| jaar 4 | nummer 142 |

| 08-01-2017 | 09.15 uur |


 

| WERKGELEGENHEID |  

 

De afgelopen jaren heb ik een aantal keren geschreven over de slechte ontwikkeling van de werkgelegenheid in Bergen op Zoom. Het laatst in het artikel “een cijferanalyse” in oktober vorig jaar.

Het doet dan ook deugd dat in Bergen op Zoom de werkgelegenheid in 2016 is gestegen. Dat laat onverlet dat de werkgelegenheid in de periode 1998-2015 zich erbarmelijk heeft ontwikkeld. De kop in BNdeStem “Bergen op Zoom eindelijk job-koploper” is dan ook volstrekt misplaatst. De werkgelegenheid in Bergen op Zoom per 10.000 inwoners ligt nog altijd ruim 6 % onder het landelijk gemiddelde. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, is een spreekwoord wat hier echt van toepassing is. De risico’s op een verdere afbraak van werkgelegenheid in Bergen op Zoom blijven groot. Dat blijkt ook uit de recent aangekondigde sluiting van Solidus Solutions (voorheen Trimbach) waar 53 mensen mogelijk hun baan kwijtraken en 31 mensen elders werk krijgen aangeboden. Dat betekent toch dat 84 arbeidsplaatsen in Bergen op Zoom verloren gaan als de inzet van de OR en de vakbonden niet succesvol blijken te zijn. De werkgelegenheid is al jaren aan het verschuiven naar Oost-Brabant, waar steden als Eindhoven en Helmond het veel beter doen dan de West-Brabantse steden. Waarom? Omdat zij in het verleden duidelijke keuzen hebben gemaakt en naast locaties voor woningbouw ook locaties voor bedrijven ontwikkelden. Zij grepen hun kansen wel, terwijl in Bergen op Zoom al jaren de ontwikkeling van de Augvernepolder tot bedrijventerrein, met de mogelijkheid van havenaanleg, geblokkeerd wordt door één partij om de inwoners van Halsteren en Lepelstraat te plezieren.  Weg kansen om echt gebruik te maken van de economische opleving.

Lees nog eens wat ik schreef in het eerste artikel van nieuwsbrief 57. Ik greep terug naar “Bergen’s groei naar stedelijke en heerlijke onafhankelijkheid (1937)“ en “Bergen op Zoom en zijn problemen (1951)” beiden geschreven door C.J.F. Slootmans  (gemeente archivaris) en “Bergen op Zoom, proeve van een sociaal-geografische stadanalyse” door E. Härtel, uit 1961”.  Wat in al deze geschriften opvalt, is de samenhang van de welvaart van Bergen op Zoom in relatie met gebeurtenissen die van invloed zijn op haar havenactiviteiten/mogelijkheden. Maar ‘moderne’ politici hebben de neiging niet te leren van de geschiedenis. Ze kennen deze ook niet meer. Ook van hun adviseurs valt niet veel te verwachten. Die komen immers niet van hier  en komen slechts voor het riante uurloon. Geschiedenis? Moet ik dan de boeken in?  Iets moeten lezen van stoffig papier? Nee, dat doen de politici en de bestuurders van vandaag niet of zelden. Zij hebben immers de wijsheid in pacht en leven vandaag en hebben moderne opleidingen, met het gebruik van alle technische middelen die er zijn. Boeken is iets voor ‘oude grijze raadsleden, zoals ik, die niet met hun tijd zijn meegegaan.’  

Louis van der Kallen

 


 

| COLLEGIAAL BESTUUR |  

 

Als gemeenteraadslid bereiken me regelmatig berichten uit de samenleving, die aanleiding zijn om politiek actie te ondernemen. Dit kan zijn het inwinnen van informatie via de griffier bij de betreffende afdeling op het stadskantoor, een telefoontje naar de wethouder, het stellen van vragen tijdens een commissievergadering of het stellen van schriftelijke vragen aan het college van Burgemeester en Wethouders (volgens art. 39 van het reglement van orde).

Bij de laatste mogelijkheid mag je verwachten dat er een schriftelijk antwoord komt van het college, ondertekend door de (loco-)gemeentesecretaris en de (loco-)burgemeester, de vragen waren immers schriftelijk aan het college gericht. 

Het valt mij de laatste tijd op dat vragen aan het college volgens art. 39, steeds meer schriftelijk beantwoord en ondertekend worden door individuele wethouders. Ik moet er dan maar vanuit gaan dat de inhoud van het antwoord waarschijnlijk niet anders is dan wanneer de antwoordbrief zou zijn ondertekend door gemeentesecretaris en burgemeester, want in het laatste geval weet ik pas zeker dat het totale college zich hierover heeft gebogen en beslist. Misschien zoek ik ‘spijkers op laag water’, maar we worden de laatste tijd in het openbaar  ook steeds meer geconfronteerd met vergaande uitspraken en opvattingen van individuele wethouders over zaken die de portefeuille van een collega betreffen. Nu zou ik de laatste zijn die een non-interventie-gedrag  (het niet bemoeien met de portefeuille van een andere wethouder) zou willen stimuleren en propageren, dit zou immers de bedoelingen van ‘Collegiaal Bestuur’ (samen zijn we verantwoordelijk, ook voor de portefeuille van collega-wethouders) ernstig aantasten. Maar de laatste tijd moeten we constateren dat individuele wethouders zich in toenemende mate verregaand bemoeien met de bestuurlijke aansturing van de portefeuille van een collega. Opvallend is dat dit zich vooral voordoet binnen het sociaal domein en toeristisch-recreatieve beleidsvelden. Zo bemoeide wethouder van der Weegen zich zonder enige terughoudendheid actief met de zaak rond De Korenaere en de wijkaccommodaties. Een beleidsterrein van wethouder Kammeijer als eerst verantwoordelijke portefeuillehouder in de aansturing ervan. Wethouder van der Weegen legitimeerde deze vergaande openbare interventie met het argument dat hij verantwoordelijk is voor de werkgelegenheid van de medewerkers van Stichting Verenigde Wijkhuizen (SVW). Maar ook met het vervolg, namelijk de te maken afspraken met welzijnsinstelling Wij zijn Traverse over het leveren van diensten, bemoeide wethouder van der Weegen zich actief, terwijl dit toch echt tot de portefeuille van wethouder Kammeijer behoort. 

Een ander voorbeeld, maar dan andersom gaat over  de midget-golfbaan Meilust. De aanvankelijk eerst verantwoordelijke wethouder van der Weegen deed dit kennelijk weerbarstige dossier over aan zijn collega Kammeijer, omdat een van de drie belangstellenden voor het exploiteren van de golfbaan, lid is van GB/WP, de politieke partij van wethouder van der Weegen. Wel was kennelijk, voordat de overdracht had plaats gevonden, wethouder van der Weegen al actief met de inhoud van dit dossier bezig geweest. Zijn enthousiaste  opmerkingen in BN/De Stem over de opening van een particuliere midgetgolfbaan in Halsteren in het voorjaar van 2016, geven hier voeding aan. In een college van Burgemeester en Wethouders is de rangorde , hoezeer deze ook wordt ontkend, bepalend voor het politieke succes dat men naar zich toe mag trekken. Natuurlijk, onder de wethouders is er altijd sprake van een “primus inter pares”, een eerste onder zijn gelijken. Maar wethouder van der Weegen is meer dan dat. De recente cartoon in BN/De Stem van Eric Elich gaf dit treffend weer. Hij lijkt over alles te gaan!

Zou dit dan de reden zijn dat andere wethouders de kansen nemen om de gemeenteraad persoonlijk te antwoorden op vragen zonder dat wethouder van der Weegen zich hiermee kon bemoeien? Een wethouder dient, als lid van het college van B&W, zijn of haar positie op te eisen en zich niet te laten leiden door een gevoel van afhankelijkheid van collega’s. Een dergelijke houding doet het Collegiaal Bestuur en het dienen van het belang van heel de gemeente Bergen op Zoom geweld aan!

Piet van den Kieboom

 


 

| GEMEENTELIJK RIOOLBEHEER |  

 

Recent is verschenen “het nut van stedelijk waterbeheer” met als subtitel “Monitor gemeentelijke watertaken 2016”, een uitgave van de stichting RIONED. De publicatie is de opvolger van de Benchmark rioleringszorg die in 2010 en 2013 werd gepubliceerd. Het is jammerlijk dat de gemeente Bergen op Zoom de enige gemeente in West-Brabant is die aan deze monitor niet deelgenomen heeft. Een gemiste kans. Deelname kan belangrijke kennis opleveren om het rioolbeheer door gemeenten doelmatiger en goedkoper te maken en een kwaliteitsimpuls te geven.

Steeds meer gemeenten gaan hun inwoners verplichten om regenwater op het eigen terrein te houden en niet op de riolering te lozen. Nu doen in Nederland al ruim 30 gemeenten dit. Steeds vaker na ernstige wateroverlast door overvloedige regenval die tot grote schades hebben geleid. Sommige gemeenten gebruiken de modelverordening van de VNG, die gaat best ver. Wie niet meewerkt aan het afkoppelen van de regenpijp kan dan te maken krijgen met drie maanden cel of een boete van 4.050 euro. De verplichting tot afkoppelen geldt dan vaak voor aangewezen gebieden. In de praktijk lozen vrijwel alle huis- en perceeleigenaren het overtollige regenwater van hun perceel op de riolering. Dit  terwijl zij sinds 2009 in principe zelf verantwoordelijk zijn om het regenwater op het eigen terrein te verwerken. Dit blijkt een wettelijke verplichting, waar de meeste huiseigenaren zich niet van bewust zijn. Soms is verwerken/bergen op het perceel niet mogelijk of moeilijk, denk aan binnensteden of geheel bebouwde percelen. Toch zal men er rekening mee moeten gaan houden dat in de toekomst zij toch ook hun regenwaterprobleem meer zelf op moeten gaan lossen. Zeker als zij aantoonbaar mede veroorzaker zijn van wateroverlast in lager gelegen percelen/straten of wijken.

De meeste huiseigenaren kunnen zelf maatregelen treffen om de wateroverlast, deels afkomstig van hun perceel, tegen te gaan bijvoorbeeld door het plaatsen van een regenton . Tuincentra en loodgieters varen er wel bij. Zaken als de Praxis en de Gamma zien dan ook in 2016 forse omzetstijgingen van regentonnen, waterreservoirs, enzovoorts. Ook kunnen eigenaren van bebouwingen zelf meer structurele maatregelen nemen, zoals door opritten en terrassen lager aan te leggen dan het huis, zodat zij kunnen dienen als tijdelijke waterberging bij extreme regenval. Ook de aanleg van groen in de tuin in plaats van verharde oppervlakken, of het aanleggen van een grindbed of drainagekuil kunnen een forse bijdrage leveren aan de beperking van wateroverlast.

Het is tijd dat de gemeente Bergen op Zoom gaat deelnemen aan dit soort benchmarks en eens bekijkt of de verplichting om af te koppelen niet iets is voor bepaalde delen van onze gemeente, te beginnen bij nieuw te bouwen wijken.

Louis van der Kallen

 


 

| VERZONDEN BRIEVEN |

 

05-01
VRAGEN EX ART. 39, SCHEIDINGSMUUR DUMONTSDREEF, KENMERK PB/17004


05-01
HUISVESTING STATUSHOUDERS, KENMERK LVDK/17003 


03-01
EX ART. 39 VRAGEN, MIDGETGOLFBAAN MEILUST, KENMERK PVDK/17002 


03-01
EX ART. 39 VRAGEN, ONKOSTENVERGOEDING GEMEENTESECRETARIS, KENMERK PVDK/17001

 


Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *