VERKIEZINGEN/ QUO VADIS/ BETAALBAAR/ SCHULD

| jaar 4 | nummer 149 |

| 19-02-2017 | 11.00 uur |


 

| VERKIEZINGEN |

 

Ja hoor ze zijn er weer, de lijst met kandidaten die graag in de tweede kamer gekozen willen worden. Praatprogramma’s, zendtijd voor politieke partijen, extra spotjes, affiches, folderen, enz. Alles wordt ingezet om zo veel mogelijk zetels te halen. De beloftes, halve beloftes, toezeggingen, niets wordt de kiezer onthouden.

Natuurlijk de BSD laat ook haar gezicht zien en laat weten waar we voor staan. Maar dat doet ze niet alleen in verkiezingstijd. Al jaren staat Louis van der Kallen met zijn praatpaal op het Zuivelplein. Luisteren naar de burger. Maar ook transparant zijn over ons handelen. Afgelopen donderdag werd er in de commissievergadering gesproken over de integriteitscode voor raadsleden, wethouders en burgemeester. Integriteit moet je doen, zo gaven meerdere fracties aan. En zo is het ook. Louis van der Kallen poneerde de stelling, een oud gezegde van zijn verstandige moeder, die zei: “Als je hoofd van boter is, moet je geen bakker willen worden”.  En terecht. Teveel politici blijken in de praktijk, ver uit het zicht van de burger denken ze,  wel degelijk hun persoonlijk belang voor op te stellen. Deze week werd bekend dat leden van het Europees Parlement in het verleden weigerde om meer premie af te staan van hun toch al riante salaris voor hun pensioenvoorziening. Hierdoor heeft hun pensioenpot een dekkingsgraad van slechts 37%, veel te laag volgens de autoriteiten. Omdat Europarlementariërs ook nu weigeren om van hun salaris extra te betalen om de pensioenpot aan te vullen, wordt er schaamteloos € 220 miljoen uit de algemene middelen gegraaid. Middelen die door de belastingbetaler opgebracht zijn. Over integriteit gesproken. Om met een variant op de woorden van Louis van der Kallen te spreken “Als de boter van je hoofd druipt, moet je jezelf geen kandidaat willen stellen voor een zeer goed betaalde politieke functie”.

Over een paar weken zijn er Tweede Kamerverkiezingen. Ik hoop dat de kiezer zich niet “met een kluitje boter” in de luren laat leggen. Maar ook volgend jaar, wanneer de burgers weer een nieuwe gemeenteraad kunnen kiezen, hoop ik dat ze bij hun keuze het gedrag van de huidige politici, voor zover dat zichtbaar is voor het publiek, mee laten wegen bij hun keuze.

Piet van den Kieboom

 


 

| QUO VADIS |

 

Over het begrip ‘city marketing’ wordt de laatste tijd veel geschreven. Het lijkt wel of iedere stad of dorp op zoek is naar zijn DNA om de toekomstige richting te vinden en te bepalen. Veel geld wordt daaraan uitgegeven. Dat leidt soms tot onderzoeken en uitgaven waarvan je denkt hoe komen ze er op?

Zundert geeft 20.000 euro uit om een Zeeuws marketingbureau op zoek te laten gaan naar het DNA van Zundert. Terwijl iedere heemkundekring (dus ook die van Zundert) zo kan zeggen wat de afkomst is van hun dorp of streek. Slogans komen en gaan als of het vuile onderbroeken betreft. Terwijl een naam of imago in tientallen jaren moet worden opgebouwd. In mijn ogen is het simpel: je bouwt voort op wat er in de loop der jaren tot stand is gekomen en bouwt dat verder uit. Maar gemeenten zwalken. Het is nog niet zolang geleden dat de VVV en de bibliotheek moesten verhuizen naar de Kortemeestraat. Dat was belangrijk voor de toeloop naar het Vierkantje. Tonnen werden uitgeven. Nu moet het volgens het college weer allemaal anders. De VVV moet naar het Markiezenhof en de bibliotheek naar de Burgemeester Stulemeijerlaan. Het mag weer geld kosten. Picknicken in de tuin van het Markiezenhof? Wethouder van der Weegen vind dat het “moet kunnen”. Hij vindt ook dat “Bergen op Zoom iets te bieden moet hebben. Anders gebeurt het in Breda.” Wethouder, het gebeurt zeker in Breda. Omdat Bergen op Zoom al jaren niet weet wat het te bieden heeft. Het kent haar DNA niet en het zwalkt al jaren tussen hoop en vrees van de ene slogan naar de andere. Kies en houdt daaraan vast en pas al het beleid daar op aan. Zwalken, zoals met de bibliotheek en de VVV, leidt nergens toe en kost alleen maar geld. Kies je doelgroep en blijf die bewerken. Graag een standvastig beleid in plaats van steeds een ander verhaal.       

Louis van der Kallen

 


 

| BETAALBAAR |

 

Recent was de jaarlijkse beeldvormende bijeenkomst van de gemeenteraad met als thema ‘Wonen & Volkshuisvesting’. De bijeenkomst betrof een toelichting en dialoog aan de hand van een presentatie over (de uitvoering) van het gemeentelijk woonbeleid, het woningbouwprogramma (ontwikkeling van de woningvoorraad) en over de gemaakte prestatieafspraken met woningcorporaties zoals Stadlander.

Uit de mond van vrijwel alle sprekers viel met regelmaat het woord ‘betaalbaar’ te horen. Sociaal wonen moet voor de mensen die daarvoor in aanmerking komen ‘betaalbaar’ zijn! Of een huur ‘betaalbaar’ is hangt sterk af van je inkomen en de zekerheid daarvan en van je overige bestedingspatroon. Dat laatste is een moeilijk objectiveerbaar element. Voor jongeren blijkt ‘betaalbaar’ in de praktijk haast onmogelijk en daardoor huren van een huis en daarmee een stap naar zelfstandigheid lastig. Je moet bijna per definitie een (huur)partner hebben om het huren voor hen betaalbaar te laten zijn. Maar een huurpartner is weer lastig als je inkomen weg zou vallen en je in de bijstand komt (voordeurregeling). Complicerend is het gegeven dat jongeren veelal geen baanzekerheid hebben en vooral tijdelijke baantjes hebben. Vaak deeltijd en tegen het minimum uurloon. Omdat de contracten korte looptijden hebben is doorgroei naar meer fatsoenlijke CAO lonen schier illusionair. Er is wel een plaatselijke regeling voor jongeren tot 23 jaar. Om hen meer kans te geven creëerde Stadlander een huurkorting voor jongeren die recht hebben op een huurtoeslag. De korting is het verschil tussen de officiële contracthuur van een woning en de huurtoeslaggrens (nu 414 euro). Dit vervalt op 23 jarige leeftijd en dan gaat de huur plotseling naar de voor die woning vastgestelde contracthuur. Voor mij is helder: voor veel jonge mensen blijft het inkomen veel langer onzeker en laag. Ik denk dat, als het gaat over ‘betaalbaar’, jongeren zeker tot 30 jaar voor een huurkorting in aanmerking zouden moeten kunnen komen. Betaalbaar wordt ook voor sommige ouderen (met kleine pensioentjes) een steeds groter probleem. Hun inkomens hebben al sinds 2006 een dalende lijn. Prijsstijgingen zijn al jaren in die pensioentjes niet meer gecompenseerd en soms zijn de pensioentjes zelfs gekort, terwijl de huren de afgelopen jaren ruim boven de inflatie zijn gestegen. Ik hoop dat het volgende kabinet hier oog voor krijgt. Want langzaam wordt de nood steeds hoger en sluipt de armoede niet alleen bij jongeren, maar ook bij veel ouderen de (huur)huizen binnen.

 

Louis van der Kallen

 


 

| SCHULD |

 

In BNdeStem stond recent een artikel met de kop “Hoe hoog mag de schuld van Bergen op Zoom zijn?”. Wethouder Coppens waarschuwt wel vast voor ‘al te groot optimisme’.

Wat ik meer dan jammer vind is dat keer op keer gedaan wordt alsof we op de goede weg zijn en de zon weer op doorbreken staat. Maar dat is helaas nog lang niet waar. Er zijn schulden afgelost. Maar dat is niet omdat de gemeente zo zuinig is geweest. De vermindering van de schuld van 245 naar 199 miljoen euro is tot stand gekomen door verkoop van gronden en gebouwen. Soms onder de marktwaarde of boekwaarde. De schulden zijn verminderd, maar dat betekent niet dat de gemeentefinanciën gezonder zijn geworden. Tegen de resterende schulden staan steeds minder bezittingen. Het zijn nu grotendeels schulden waar geen rendement op is te verwachten. De laatste accountant van Deloitte heeft een samenvatting gemaakt van de “financiële positie gemeente Bergen op Zoom 2015”:

  • Lasten van investeringen nog te dekken in de toekomst (per inwoner): in 2014: 2.628 euro, in 2015: 3.288 euro, terwijl het landelijk gemiddelde op 1.496 euro ligt. In 2015 ondanks alle mooie verhalen een stevige verslechtering.
  • Percentage investeringen gefinancierd met schulden: in 2014: 72 %, in 2015: 78 %, terwijl het landelijk gemiddelde op 36 % ligt. In 2015 dus weer een stevige verslechtering.
  • De reserves (per inwoner): in 2014: 721 euro, in 2015: 645 euro, terwijl het landelijk gemiddelde op 1.727 euro ligt. In 2015 dus weer een stevige verslechtering.
  • De reserves en voorzieningen (per inwoner): in 2014: 934 euro, in 2015: 868 euro, terwijl het landelijk gemiddelde op 2.049 euro ligt. In 2015 dus weer een stevige verslechtering.

Het is aardig dat het college vermeldt dat de belastingen als gevolg van de verliezen niet zijn verhoogd. Maar dat betekent simpelweg dat je de rekening naar de toekomst hebt doorgeschoven. Coppens kondigt aan dat hij Bergen op Zoom gaat vergelijken met andere gemeenten van ongeveer gelijke omvang. Voor dat vergelijken hoeft hij alleen maar naar de laatste Deloitte vergelijking te kijken om te zien dat Bergen op Zoom ook in de toekomst geen geld heeft voor extra of nieuwe investeringen.

De BSD fractie is zich er van bewust dat de afgelopen jaren de financiële situatie door dit college wel meer inzichtelijk is gemaakt. Voordat we op voornoemde kerngetallen in de buurt kunnen komen van de landelijke gemiddelden, zijn we misschien wel 15 of 20 jaar verder. En dan moet er meer gebeuren dan nu. Dat is voor politici en burgers niet leuk. Maar als Bergen op Zoom zich werkelijk financieel gezond wil gaan noemen, is dat wel nodig. Nu is het beleid nog steeds: doen alsof er niets aan de hand is, nu genieten en laat toekomstige generaties van burgers, bedrijven en politici het maar betalen. De BSD is voor een beleid dat meer oog heeft voor de langere termijn. Ja, dat betekent nu met minder doen dan andere gemeenten. Dat is de prijs die ook de kiezers uiteindelijk moeten betalen voor hun slechte keuzen in het verleden.

Louis van der Kallen

 


Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *