WOB ONDERZOEK NAAR DE SCHELP, KENMERK LVDK/19007

 


 

Bergen op Zoom, 11 juni 2019

Aan het College van Burgemeester en Wethouders der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA
Bergen op Zoom

BETREFT: WOB ONDERZOEK NAAR DE SCHELP, KENMERK LVDK/19007.

 

Geacht College,

 

Waarnemingen WOB onderzoek stukken aanbesteding/gunning/realisering zwembad de Schelp:

– Er zijn geen opleveringsstukken meer beschikbaar.

– In het bestek genoemde adviesstukken bijvoorbeeld ten aanzien van de toe te passen verfsystemen zijn niet meer beschikbaar.

– De in het bestek voorgeschreven keuringsrapporten van de toegepaste of toe te passen materialen zijn niet meer beschikbaar.

– Er zijn geen stukken aangetroffen waaruit is af te leiden dat de gebruikte materialen, bijvoorbeeld het thermisch verzinkt staal, voldeed aan de in het bestek gestelde normen. Van steekproeven, bijvoorbeeld simpele hardheidsproeven, is niets te vinden.

– Het meer- en minderwerk is slechts éénregelig, vaak met slechts enkele steekwoorden omschreven.

– Een eerder bestek, dat niet is uitgevoerd omdat de aanbesteding/gunning niet rechtmatig was, bleek niet meer beschikbaar. De kosten van dit eerdere bestek zijn wel ten laste gebracht van het oorspronkelijke budget (verklaring oud wethouder van de Water)

– Het bouwkundig bestek is opgesteld door Hevo Bouwmanagement BV. (P. Eggink)

– De architect was van Jan Brouwer associates (N. van Veen)

– De gehanteerde voorschriften en richtlijnen voor het metaalconstructiewerk voldeden aan de in februari 1997 (datum opgesteld bestek) gestelde richtlijnen.

– De in het bestek voorgeschreven kwaliteitsrapporten of een voorgeschreven “abnahmeprüfzeugnis” voor het laswerk zijn niet meer beschikbaar.

– Er zijn geen fabriekscontrole attesten in de stukken aangetroffen.

– Voor de bevestigingsmiddelen is RVS AISI 316 voorgeschreven.

– Voor verbindingsmiddelen is RVS AISI 304 of 316 voorgeschreven.

– Van de in “agressief milieu” toe te passen “kunststof isolatieringen” wordt wel de dikte (tenminste 3 mm) voorgeschreven niet de samenstelling of kwaliteit).

– Voor vrijwel alle metalen objecten (zoals hekwerken, leuningen, ophangconstructies, beugels, enz. ) is RVS AISI 316 voorgeschreven.

– Voor de dekverfsystemen is verf op basis van alkydhars of op basis van epoxy-alkyd voorgeschreven.

– “Van de aannemer zal een door de verffabrikant en schilderonderaannemer mede-ondertekende garantieovereenkomst, volgens de daarvoor door de Vereniging van Vernis- en Verffabrikanten in Nederland en door het bedrijfsschap Schilderbedrijf gemeenschappelijk opgestelde richtlijnen, worden verlangd voor de kwaliteit van de verfprodukten en over de juiste verwerking daarvan op de aangeboden ondergronden. Vanwege de fabrikant moet in verband met de door hem gegeven garantie, controle op de uitvoering van het schilderwerk. Door de verffabrikant moet vooraf een verftechnisch advies aan de directie worden overlegd.” Dit advies noch de garantieovereenkomst is bij de stukken aangetroffen.

– In het beheersplan realisatie nieuwbouw zwemaccommodatie van Hevo is ten aanzien van de kwaliteit van het bestek te lezen: “Het bewaken van de kwaliteit beschouwt Hevo als een van de hoofdtaken. Het gaat daarbij zowel om de proceskwaliteit als om de productkwaliteit. De productkwaliteit zal in belangrijke mate een afgeleide zijn van het bestek en tekeningen. In het bestek, zie punt 1.2., is de te behalen kwalitatieve en kwantitatieve norm vastgelegd. Binnen de projectorganisatie zal ernaar gestreefd worden een optimale kwaliteit te bereiken binnen de budgettaire kaders.”

– De verslagen van de ‘adviseursoverleggen’ zijn niet compleet.

– Op basis van het bestek kan ik niet helder krijgen of en hoe het doek in het zwemgedeelte in het bestek zat. Het lijkt later opgekomen. In het meer-minderwerk duikt het doek op zonder dat ik het startpunt helder krijg (wegens het ontbreken van enkele verslagen ). Mijn vermoeden is in mei 1999 of daarvoor omdat toen een vraag omtrent het doek aan de architect is gesteld. Afhandeling wordt gemeld op 8 september 1999. Dat lijkt een lange afhandelingstijd.

– In een verlag over meer- minderwerk d.d. 5 november 1999 kwam ik de volgende tekst tegen: “Het is gebleken, dat bij een aanname van de vertragingsfactor van het plafonddoek, destijds niet juist is geweest voor wat betreft de omgevingstemperatuur boven het doek en met name rond de kokers (diameter 200). Hierdoor ontstaat condens, zodat alsnog isolatie is aangebracht, om dit te voorkomen.”

Ik heb gesprekken gehad met drie oud-wethouders over de Schelp. Daar kwamen de volgende punten naar voren:

– Klopt in het ontwerp de afstand (in de buitenwand) tussen de luchtaanvoer en de luchtafvoerpijpen wel?

– Klopt de afzuigroute door het gebouw wel in relatie met het ontwerpgebruik en het huidige gebruik?

– Zijn de concentraties CL++ ionen in het gebouw wel overeenkomstig de ontwerp uitgangspunten?

– Hebben tussentijdse verbouwingen/aanpassingen in het gebouw de luchthuishouding niet ontregeld? Denk aan het gebruik van magazijnruimten.

– Wat is de rol van ‘Sportfondsen’?

– Als bezuiniging zijn de installaties ontworpen op 230.000 bezoekers per jaar. Oorspronkelijk was dat 300.000. Terwijl in het raadsvoorstel We/25 van 29 september 1995 het uitgangspunt nog 400.000 bezoekers was. Wat zijn de werkelijke getallen en kunnen de huidige installaties dat aan?

– De bedoeling was dat in het kader van onderhoud en/of inspectie het ‘zeildoek’ met regelmaat verwijderd zou worden. Is dat ook gebeurd en wat waren de bevindingen?

– Is er met het zeildoek rekening gehouden met de “hangbelasting”?

– De afdeling sport was verantwoordelijk voor de bouw. Wat was de rol van ‘vastgoed’ en was het niet beter geweest als zij als deskundigen de bouw hadden begeleid?

– Garanties golden veelal voor vijf jaar. Wat is de rol van de architect geweest in schadebeperkende zin? Heeft hij zijn zorgplicht ingevuld?

Vragen naar aanleiding van het BSD onderzoek die beantwoording c.q. verantwoording verdienen

In 2004 verscheen de “Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van (ophang)constructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden”. Deze praktijkrichtlijn is in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, samengesteld door het Nederlands Corrosie Centrum in samenwerking met TNO Industrie en TNO Bouw. Een citaat uit deze praktijkrichtlijn had iedereen in zwembadland wakker moeten schudden:

“De eerste inspectieresultaten lieten zien dat in de laatste jaren in veel gevallen RVS is toegepast in plafondophangingen en in (ophang)constructies van luchtkanalen, leidingen en andere bevestigingsmiddelen in overdekte zwembaden. Het betreft hier de standaard RVS typen 18Cr10Ni (zoals AISI 304) en 18Cr10NiMo (zoals AISI 316), die in het bad of in de spatwaterzone veelvuldig zonder probleem worden toegepast. Onder specifieke omstandigheden blijken deze materialen echter gevoelig te zijn voor zogenaamde spanningscorrosie (Stress Corrosion Cracking: SCC), waarbij scheurenvorming relatief snel op kan treden en tot breuk kan leiden. Deze specifieke omstandigheden blijken zich met name voor te doen bóven het bad, waar een nagenoeg met chloriden verzadigde dunne vochtfilm op deze materialen kan ontstaan en ongehinderd kan inwerken (er treedt geen verdunning op door badwater). Genoemde standaard RVS typen zijn daarmee volstrekt ongeschikt voor gebruik in dragende constructies boven het bad in overdekte zwembaden.”

  1. Zijn er na het verschijnen van deze praktijkrichtlijn, in 2004 of daarna, acties ondernomen, en zo ja welke, om de RVS 304 en 316 bouten en moeren in de Schelp te monitoren, inspecteren of te vervangen?

  2. Zo nee, waarom niet?

  3. Naar de menig van één van de oud-wethouders is bij de bestekopdracht gesproken over de alternatieven voor RVS 304 en 316. Naar zijn mening is de uiteindelijk keuze om financiële redenen gemaakt met als medeargument dat de toepassing van RVS 304 en 316 binnen de toen geldende richtlijnen viel. Is deze keuze binnen het college van B&W ooit aan de orde geweest en wat waren de uitgewisselde argumenten?

  4. Klopt in het ontwerp de afstand tussen de luchtaanvoer en de luchtafvoerpijpen wel? Kan hier onderzoek naar gedaan worden?

  5. Klopt de afzuigroute door het gebouw wel in relatie met het ontwerp gebruik en het huidige gebruik? Kan hier onderzoek naar gedaan worden of is er bij verbouwingen onderzoek naar gedaan?

  6. Zijn de concentraties CL++ ionen in het gebouw wel overeenkomstig de ontwerp uitgangspunten? Kan hier onderzoek naar gedaan worden? Zijn hier metingen van de afgelopen 10 jaar beschikbaar?

  7. Hebben tussentijdse verbouwingen/aanpassingen in het gebouw de luchthuishouding niet ontregeld? Denk aan het gebruik van magazijnruimten. Kan hier onderzoek naar gedaan worden?

  8. Wat is de rol van ‘Sportfondsen’? Heeft het college ooit overwogen tot onafhankelijk onderzoek naar de adviesrol van ‘Sportfondsen’? Is ooit de rol van ‘Sportfondsen’ op landelijke schaal geëvalueerd? Wat waren daarvan de uitkomsten?

  9. Als bezuiniging zijn de installaties ontworpen op 230.000 bezoekers per jaar. Oorspronkelijk was dat in het bestek 300.000. Terwijl in het raadsvoorstel We/25 van 29 september 1995 het uitgangspunt nog 400.000 bezoekers was. Wat zijn de werkelijke getallen en kunnen de huidige installaties dat aan?

  10. De bedoeling was dat in het kader van onderhoud en inspectie het ‘zeildoek’ met regelmaat verwijderd zou worden. Is dat ook gebeurd en wat waren de bevindingen?

  11. Is er met het zeildoek rekening gehouden met de “hangbelasting”?

  12. De afdeling sport was verantwoordelijk voor de bouw. Wat was de rol van ‘vastgoed’ en was het niet beter geweest als zij als deskundigen de bouw hadden begeleid?

  13. Garanties golden veelal voor vijf jaar. Wat is de rol van de architect geweest in schade beperkende zin? Heeft hij zijn zorgplicht ingevuld? Heeft de architect naar aanleiding van de in 2004 verschenen “ Praktijkrichtlijn voor inspectie en onderhoud van (ophang)constructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden” richting de gemeente actie ondernomen om te wijzen op de risico’s van de gebruikte RVS 304 en 316 bouten en moeren en heeft hij suggesties gedaan hoe met deze risico’s om te gaan?

  14. Is er de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de “kunststof isolatieringen”?

In mijn brief d.d. 11 augustus 2018 kondigde ik het volgende vervolg aan:

“Gezien de bevindingen op basis van de stukken betreffende de aanbesteding/ gunning/ realisering zwembad de Schelp, heb ik de behoefte een aantal zaken nader te onderzoeken.

Daartoe verzoek ik met een beroep op de WOB inzage in alle onderhoudsrapportages, inspecties, metingen aan de lucht in het gebouw en in de aan- en afzuigsystemen, jaarverslagen en verslagen van de raad van commissarissen of raad van toezicht vanaf de opening in 1999.”

Het heeft een aantal maanden geduurd alvorens de gemeente een aantal van de gevraagde stukken ter beschikking stelde. Daarna ben ik door ziekte, zowel van mijn echtgenote als van mezelf langdurig niet in staat geweest nader onderzoek te doen.

De aanvullende stukken betreffende de aanbesteding/ gunning/ realisering zwembad de Schelp heb ik ondertussen in kunnen zien. Verslagen van de raad van commissarissen of raad van toezicht vanaf de opening in 1999 zijn tot mijn spijt tot op de dag van vandaag niet vrijgegeven voor nader onderzoek.

Bevindingen aan de laatste vrijgegeven documenten

De inhoud van de stukken zijn een litanie van klachten en problemen over vooral bouwkundige, lucht- en klimaatproblemen in de periode vanaf de oplevering tot mei 2004. Over de periode na 2004 heb ik behoudends jaarverslagen geen stukken ontvangen.

Enkele veelzeggende constateringen/citaten:

  1. Uit het proces-verbaal van oplevering d.d. 27 oktober 1999 blijken problemen met condens- en temperatuurbeheersing.

  2. “Tot drie maal toe hebben wij in de bouwvergaderingen hiervoor gewaarschuwd, terwijl het in feite onze directe verantwoording niet heeft. Men heeft hier niet op gereageerd, althans geen aanpassende besluiten genomen ten aanzien van de keuze van het glas.” (10 december 1999) Citaat uit een brief van een leverancier over de keuze van de beglazing.

  3. Uit een telefax van het hoofd sport blijkt dat tussen de opening (september 1999) en eind maart 2000 de onderwaterverlichting al twee keer is vervangen.

  4. “Het probleem is dat de aangebrachte dampdichte laag op verschillende plaatsen niet dampdicht is aangesloten is. Vandaar een opeenhoping van condens met alle mogelijke kwalijke gevolgen van dien.” (17 mei 2000)

  5. Perplex stond ik echter van de slordige en provisorische wijze waarop isolatiemateriaal is aangebracht een gebouw van 25.000.000 gulden onwaardig.” (22 mei 2000 in een telefax van het hoofd sport)

  6. “Zoals gezegd zijn er inmiddels tien maanden verstrekken, feitelijk zonder enig tastbaar resultaat. Een betreurenswaardige zaak die alle partijen zich mogen aantrekken. Gezien de ernst van de situatie met mogelijk vergaande consequenties heb ik de wethouder van sportzaken, de heer C. van der Weegen, uitvoerig geïnformeerd. “ ( 11 juli 2000) (hoofd sport over de luchtbehandeling en klimaatbeheersing).

  7. “De gebrekkige beschrijving van het bouwkundige bestek” “De op alle fronten doorgevoerde bezuinigingen gaan nu opbreken.” “Er was geen goede afstemming tussen het ene en het andere bestek.” “Daarnaast laat de kwaliteit van uitvoering grovelijk te wensen over.” “Deskundige uitvoering laat het ook hier afweten en houdt zich verre van een kritische kijk op eigen functioneren.” ( 2 oktober 2000) B&W notitie van het hoofd sport.

  8. “Wat het houten plenum betreft blijven wij ten volle bij ons standpunt, dat het plenum slordig en onoordeelkundig is aangebracht en zelfs los van de functie die het heeft niet de duurzaamheid bezit om te worden aangemerkt als een bouwkundig onderdeel van het gebouw.” (27 maart 2001)

  9. Het gaat immers niet zo zeer om de vraag of de gemeente nog middelen heeft of middelen kan vrijmaken, maar meer om de vraag of destijds juist is gehandeld, de juiste (bezuinigings-) besluiten zijn genomen.” (27 maart 2001) memo hoofd sport.

  10. In november 2003 wijst de directie van de Schelp het college op een onveilige situatie bij het recreatiebad bij zonnig weer omdat door schittering op het water het toezicht “ernstig bemoeilijkt” wordt. Er wordt net als onder (2) gewezen op de glaskeuze en de suggestie gedaan hetzelfde glas te gebruiken als bij de sporthal. Het probleem van de onjuiste ZTA waarde!

  11. In een nota d.d. 25 februari 2004 worden de lucht/klimaat/condens-problemen geweten aan het feit dat het aantal aan/afvoer kokers bij de bouw van twaalf (12) is teruggebracht naar acht (8).

  12. Ondanks dat ander glas de werk- en verblijfklimaatproblemen in het kantoor, de horeca en de entreehal en de veiligheid bij het recreatiebad zou op kunnen lossen, werd er bij raadsbesluit van 27 mei 2004 geen geld (benodigd 65.000 euro) voor ter beschikking gesteld.

  13. Wat opvalt is dat leveranciers van installaties zelden aanboden om bij onderhoud ook rapportages op te stellen.

(Voorlopige) conclusies:

A. Het aanbesteding/gunning/realisering dossier van zwembad de Schelp is verre van compleet. Belangrijke documenten (keuringsrapporten, certificaten, opleverdocumenten), die inzicht zouden kunnen verschaffen in de uiteindelijke kwaliteit van het gerealiseerde gebouw, ontbreken. Dat maakt het onmogelijk om op basis van documenten met enige zekerheid te weten wat de kwaliteiten waren bij oplevering, laat staan wat de te verwachten kwaliteit is nu.

B. De verantwoording van meer- en minderwerk is armzalig. Vaak beperkt tot een enkele zin of steekwoorden en guldens. Ook de verslagen van adviseurs- of bouwoverleggen zijn in dat kader weinig informatief. Dit maakt het verder onmogelijk te komen tot een reëel oordeel over de kwaliteit bij oplevering.

C. Het niet (meer) aanwezig zijn van het verfadvies (zo dat er is geweest) maakt het moeilijk om te kunnen oordelen over de kwaliteit van het uitgevoerde of beoogde onderhoud aan verfsystemen.

D. In zowel de stalen constructie als in allerlei andere ophang- en verbindingselementen zijn de sinds 2004 als volstrekt ongeschikte (voor overdekte zwembaden) RVS typen gebruikt. Het is dan ook voor de BSD-fractie onbegrijpelijk dat niet reeds vanaf 2004 maatregelen zijn genomen c.q. de gemeenteraad is geïnformeerd over hoe met het probleem van de (op termijn) noodzakelijke vervanging van deze RVS typen moet worden omgegaan.

E. De keuze van Hevo Bouwmanagement BV en het architectenbureau waren keuzen voor de te verwachten kwaliteit. Beide hadden in 1999 een goede naam en werden deskundig geacht.

F. De gehanteerde voorschriften en richtlijnen voor het metaalconstructiewerk voldeden aan de in februari 1997 geldende richtlijnen, hoewel in documentatie rond het onderwerp van corrosiebestendigheid en de geschiktheid van de gebruikte RVS typen in zwembaden reeds vragen werden gesteld.

G Vanaf het moment van ingebruikname zijn er ernstige problemen met de verblijfskwaliteit, lucht- en klimaatproblemen waarvan het hoofd sport keer op keer melding deed en duidelijk van zijn hart geen moordkuil maakte. In een voor een ambtenaar soms stevig taakgebruik maakte hij naar leveranciers en naar zijn politieke bazen duidelijk dat er veel niet deugde. Helaas zonder veel resultaat!

H. Wat een ernstige beperking is geweest om te komen tot een kwalitatief zwembad is het beschikbare budget, dat reeds deels was gebruikt voor het maken van een bestek wat niet is gebruikt. Het volgende citaat uit het “beheersplan realisatie nieuwbouw zwemaccommodatie van Hevo” geeft een inkijk in de manier waarop werd gedacht.

“Het bewaken van de kwaliteit beschouwt Hevo als een van de hoofdtaken. Het gaat daarbij zowel om de proceskwaliteit als om de productkwaliteit. De productkwaliteit zal in belangrijke mate een afgeleide zijn van het bestek en tekeningen. In het bestek, zie punt 1.2. is de te behalen kwalitatieve en kwantitatieve norm vastgelegd. Binnen de projectorganisatie zal ernaar gestreefd worden een optimale kwaliteit te bereiken binnen de budgettaire kaders.” Niet de kwaliteit was bepalend maar het beschikbare budget!!!!!!

Vervolg

Het BSD-onderzoek komt in de eindfase. Het is spijtig en misschien wel veelzeggend dat verslagen van de raad van commissarissen of raad van toezicht vanaf de opening in 1999 tot op heden spijtig genoeg niet zijn vrijgegeven voor nader onderzoek. Dat zou alsnog moeten gebeuren!
Wat het recente nadere onderzoek heeft opgeleverd, is dat slechts weinig leveranciers in hun onderhoudsoffertes hebben aangegeven daarbij rapportages te leveren. Nedalo BV en KWB Kunststofwerktuigbouw BV deden dat wel. Deze rapportages zou ik met een beroep op de WOB alsnog willen inzien.

Ten aanzien van het nu lopende externe onderzoek naar de sluiting van zwembad De Schelp (Raadsbesluit RVB18-0067) is het advies van de BSD-fractie onze bevindingen mee te nemen en mogelijk de op de pagina’s 3 en 4 van deze brief opgeworpen veertien vragen te beantwoorden.

Uw reactie/ handelen afwachtend,

met vriendelijke groet,

namens de BSD-fractie,

 

Louis van der Kallen.
 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *