VRAGEN EX ART. 36 INZAKE IN 2018 OPGELEGDE DWANGSOMMEN, KENMERK LVDK/19008

 


 

Bergen op Zoom, 2 juli 2019

Aan het College van Burgemeester en Wethouders der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA
Bergen op Zoom

BETREFT: VRAGEN EX ART. 36 INZAKE IN 2018 OPGELEGDE DWANGSOMMEN, KENMERK LVDK/19008.

 

Geacht College,

 

Uit de jaarstukken 2018 blijkt dan in dat jaar 190.000 euro aan dwangsommen is geïnd bij handhavingstaken en dat deze opbrengst niet geraamd was.  

Naar aanleiding van dit gegeven heeft de BSD-fractie een aantal vragen:

  • Bestuursdwang in de vorm van het opleggen van dwangsommen is een algemeen aanvaard middel in de handhavingspraktijk. Waarom wordt er dan geen opbrengst van dwangsommen geraamd?
  • Het niet ramen van een opbrengst aan dwangsommen wekt de indruk dat het opleggen van dwangsommen tot 2018 niet in de Bergse handhavingspraktijk werd toegepast. Waarom was dat in 2018 dan wel het geval? Wat is de achtergrond van deze mogelijke beleidswijziging?
  • Hoeveel handhavingszaken betreft het?
  • In hoeveel zaken heeft het opleggen van een dwangsom in het jaar 2018 geleid tot het gewenste doel en bij hoeveel zaken is de verwachting dat het opleggen van een dwangsom uiteindelijk zal leiden tot het gewenste doel (het beëindigen of corrigeren van de overtreding)?
  • Vindt er ook teruggaaf van dwangsommen plaats als uiteindelijk het gewenste handhavingsresultaat is bereikt en is er voor dergelijke gevallen een handelingsprotocol?

Uw reactie/ handelen afwachtend,

met vriendelijke groet,

namens de BSD-fractie,

 

Louis van der Kallen.
 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *