GLADHEIDBESTRIJDING, KENMERK LK/90069

 

 


Bergen op Zoom, 29 december 2009

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft: gladheidbestrijding, ons kenmerk LK/90069

 

Geacht College,

 

Nu de gladheidproblemen mede door de dooi zijn opgelost, is het wat de BSD-fractie betreft tijd voor een brede evaluatie. Centrale vraag: waar heeft de bevolking behoefte aan en wat kan met de beschikbare middelen beter en hoe gaan we het beter maken?
In het besef dat je het als overheid nooit zo kan doen dat een ieder tevreden is, overheerst het gevoel dat de maatschappelijke en economische schade aan have en goed wel eens meer zou kunnen zijn dan men denkt.
Veel burgers spreken lokale politici er op aan dat het ‘elders’ beter geregeld is dan hier. De BSD-fractie heeft geen enkele twijfel dat onze mannen en vrouwen in het veld bij nacht en ontij er hard aan getrokken hebben om de (doorgaande) wegen enigszins begaanbaar te maken en te houden. Veel van de ‘klachten’ heeft ondergetekende bij de klagers dan ook gerelativeerd en omschreven als overmacht en het stellen van terechte prioriteiten.

Maar sommige ‘klagers’ sneden met hun opmerkingen wel degelijk terecht problemen aan. Het meest indringend is ondergetekende onderhouden in een busje met mindervaliden. De chauffeur nodigde mij op verzoek van zijn passagiers binnen en toen kwam er een stortvloed van opmerkingen. Niet alleen over de wegen, maar vooral over de onmogelijkheid om op sommige plekken gewoon hun werk als chauffeur te doen. Vervoer van en naar appartementgebouwen speciaal voor ouderen was vanwege de gladheid van de op en afritten nauwelijks uitvoerbaar. Mensen die slecht ter been zijn moesten met hulp van de chauffeur door de gladheid levensgevaarlijke hellingen op. In het besef dat hier ook een taak kan liggen voor de beheerders of verhuurders van dat soort gebouwen vraagt de BSD-fractie hier toch uw aandacht voor. Mogelijk kan in het belang van onze inwoners hier eens met de verhuurders van speciaal op ouderen gerichte huisvesting over gesproken worden. Maar de problemen gaan verder. Je zal maar slecht ter been zijn en je moet naar de dokter, de fysio of gewoon boodschappen doen en de enige route is via een openbare spekgladde trap.
Er is dan behoefte aan een wel of niet georganiseerde burenhulp. Of een meldpunt waar mensen in een dergelijke situatie naar toe kunnen bellen voor hulp. Als voorbeeld een persoon die alleen met de hulp van de chauffeur van het busje voor mindervaliden de trap naast de toren van Krier kon gebruiken om zijn woning te bereiken.

Ook is de vraag gerechtvaardigd of de langdurige onbegaanbaarheid van het kernwinkelgebied te accepteren is. Voetgangers zijn, zeker als ze ouder worden kwetsbaar voor valbreuken.
Een gebied met veel voetgangers zou wel eens hoger op de prioriteitenlijst kunnen horen als de maatschappelijke schade aan personen in de berekening zou worden betrokken. Een deukje in een auto is vaak eerder en goedkoper weggewerkt dan een gebroken bekken van een oudere.
Ondergetekende is ook aangesproken over het feit dat ‘het sneeuwvrij maken van de eigen stoep’ uit de APV is verdwenen. Artikel 2.13 is niet ingevuld! In een nationaal radioprogramma is uitgelegd dat hier de te lange arm van ‘Europa’ een rol bij heeft gespeeld. Dit soort ge/verboden zouden van ‘Europa’ algemeen geldend moeten zijn en om dat het in landen als Oostenrijk en Noorwegen niet zou werken, zijn dit soort bepalingen in Nederland ook uit de APV’s verdwenen. Als dit allemaal juist zou zijn, is dit een voorbeeld van een bemoeienis van ‘Europa’ die de mensen in de gordijnen jaagt. Zeker in een omgeving met veel ouderen zou het ‘stoepje sneeuwvrij maken’ weer in de mode moeten komen c.q. worden gepropageerd als een maatschappelijke plicht.

College denk er eens over na. Het gaat vast weer een keer sneeuwen.

Uw reactie afwachtend,

 

L.H. van der Kallen