VOLKSHUISVESTING EN STEDENBOUWKUNDIGE ONTWIKKELING

 


 

Bergen op Zoom dient een klimaatbestendige gemeente te worden zodat de klimaat uitdagingen van de toekomst (hittestress en neerslag hoeveelheden) aangepakt worden en Bergen op Zoom zo leefbaar blijft.

De gemeenteraad heeft de regie over het bouwen naar de behoefte van de bevolking. Centraal staat daarbij de beschikbaarheid van ruim voldoende betaalbare huurwoningen, nu en in de toekomst.

De BSD vindt daarom dat de gemeenteraad bouwgrond beschikbaar moet stellen tegen lagere prijzen om de sociale verhuurders binnen onze gemeentegrens tegemoet te komen, in ruil voor investeringen in de betaalbare huursector.

Bovendien vindt de BSD dat de sociale verhuurders zorgvuldig moeten omgaan met sloop en verkoop van huurwoningen. Voor elke gesloopte huurwoning dienen er minimaal twee nieuwe huurwoningen in de plaats te komen. De BSD zet zich in voor de eigen keuze van mensen bij het kiezen van hun woonvorm en derhalve moet wonen in woonwagens mogelijk blijven. De BSD pleit dan ook voor opheffing van het feitelijke uitsterfbeleid en voor het weer toe gaan wijzen van vrijkomende en vrijgekomen staanplaatsen.

Ook uitbreiding van het aantal staanplaatsen moet weer tot de mogelijkheden gaan behoren bij de inrichting van (nieuwe) woonlocaties.

De overheid is in haar beleid ten aanzien van ouderen (senioren) duidelijk. Het beleid is er op gericht dat ouderen (senioren) zo veel en zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Niet alleen de overheid, maar ook de ouderen zelf geven dit aan. Om dit uitvoerbaar te maken is erkenning van dit feit noodzakelijk. Sociale verhuurders weten wat nodig is en zullen samen met de gemeente creativiteit ten toon moeten spreiden en uitstralen.

De BSD is voorstander van een gedifferentieerd aanbod: dat wil zeggen, rekening houdend met de vraag vanuit de doelgroep. De gemeente dient zich pro-actief op te stellen wanneer ouders bij hun volwassen kinderen willen wonen. Landelijk zijn er steeds meer ontwikkelingen, bijvoorbeeld de kangoeroewoningen, die op deze vraag inspelen.

Nieuwe woningen dienen levensbestendig te worden ontwikkeld, dat wil zeggen dat er variabelen worden opgenomen die voorzien in de behoeften van de verschillende leeftijdsfases van bewoners.

De BSD vindt het noodzakelijk middelen beschikbaar te stellen om aanpassingen in de huidige woningen te kunnen realiseren zoals stoeltjesliften, aanpassingen aan sanitair e.d. Hergebruik van dit soort hulpmiddelen zullen de kosten, ons inziens, aanzienlijk kunnen drukken.

De BSD meent dat vooral in nieuwe wijken binnen de gemeente en bij herstructurering in bestaande wijken woonzorgcomplexen niet mogen ontbreken.

Als aanvullende maatregel is het noodzakelijk er voor te zorgen dat ouderen, zodra zelfstandig wonen niet meer kan, op korte termijn terecht kunnen in verzorgingstehuizen.

Een combinatie van huur- en koop(zorg)woningen zal makkelijker te realiseren zijn, waarbij opgemerkt dient te worden dat de huursector betaalbaar dient te blijven voor de doelgroep. De gemeente heeft ons inziens in deze de verplichting hierop toe te zien als toezichthouder sociale woningbouw.

Gelet op de toenemende vergrijzing en dat voor veel werkenden de vrije tijd zal toenemen, komt er een grote vraag naar mogelijkheden om in en om het huis actief te blijven. De BSD denkt hierbij aan uitbreiding van mogelijkheden voor volkstui­nen, visvij­vers, hobby­ruimten, kleine buurtwerkplaatsen, stadstuinen opgezet en onderhouden door buurtbewoners, e.d..

Daarnaast ziet men steeds meer mensen die bedrijfjes op (willen) zetten.

Met name de wijken die na de tweede wereld­oorlog zijn gebouwd (daar staan de meeste huizen) lenen zich niet zo best voor activiteiten als bijvoorbeeld een computerreparatieplaats in een garage, een trimsalon in de voorkamer of een handeltje in kinderkleding in de schuur.

Oudere wijken en vooral de binnenstad bieden veel meer mogelijkhe­den: leegstaande winkels en pakhuisjes, kleine bedrijfjes en schuren. De schuifdeuren dicht doen en in de voorkamer beginnen of boven gaan wonen en beneden een schoonheidssalon of tweedehands boekenwinkel beginnen.

Overigens moet hierbij worden opgemerkt dat ook de regels (bestemmings-plannen) aangepast zullen moeten worden, vooral in nieuwere wijken. De BSD meent dat er meer moet kunnen dan nu het geval is, uiteraard zonder overlast.

Naoorlogse wijken zijn zeer eenzijdig (alleen wonen) en het type huizen kent slechts beperkte mogelijkheden. Gemeentebestuur en belangenorganisaties zullen hard moeten werken om te zorgen dat nu nog aantrekkelijke wijken aantrekkelijk blijven.

De BSD pleit er dan ook voor dat veel meer geld, energie en creativiteit in het beheer van de bestaande woningvoorraad en de bestaande wijken moeten worden gestopt. Bij de oplossing van deze problemen kan vooral de landelijke overheid een grote rol spelen. Zij heeft de hand aan de financiële kraan. Zij kan een belangrijke rol spelen bij de beleidsom­buiging van meer nieuwbouw naar meer onderhoud. Maar de lokale overheid hoeft zich niet afwachtend op te stellen. De BSD meent dat nog meer aandacht gegeven moet worden aan be­staande wijken. De in de komende jaren nog nieuw te bouwen huizen kunnen gebruikt worden om de verschei­denheid in de bestaande wijken groter te maken. De BSD is voorstander van pluriform samengestelde wijken.

Het staat buiten kijf dat de BSD een boodschap heeft aan de hierboven geschetste problemen. Haar kiezers en de burgers, waarvoor de BSD opkomt, zijn de eersten die deze problemen aan den lijve ervaren. De BSD zal op twee niveaus invloed blijven uitoefenen:

  1. Via de kanalen waarover de BSD beschikt zal bovengemeentelijk gehamerd dienen te worden op zaken als het dreigend verval van de na-oorlogse wijken, de maatschap­pelijke ontwikkelingen die een ander type huizen en woonomgeving vragen en de voor een aantal groepen té hoge woonlasten.
  2. Ook plaatselijk wenst de BSD op het terrein van volkshuisvesting en ruimtelijke ordeningsbeleid actief te zijn.

Voorwaarde is dan wel dat wij weten waar we over praten. Een enquête onder de burgers/bewoners, het analyseren van bepaalde problemen, gesprekken met betrok­kenen (wijkcommissies, dorpsraden, corporaties, huurdersver­enigingen) verschaffen ons de informatie om met beleidsvoorstellen te komen.

Ook is er de mogelijkheid dat actieve burgers/belanghebbenden zitting nemen in de hiervoor genoemde besturen en commis­sies.

Zodoende kan rechtstreeks invloed worden uitgeoefend op de gang van zaken. Tevens dienen huurdersbelangen, gelet op deze veranderde situatie, versterkt te worden.

Onze voorkeur gaat uit naar een externe democratisering middels sterke huurdersbelangenver­enigingen. Ook hier is het zaak de burger te vragen hoe hij dit georganiseerd wil hebben.

Een combinatie van strategieën werkt het best en garandeert een goede leefbaarheid in wijken en buurten.

 


 

 

Reacties gesloten.