EMANCIPATIE- EN INTEGRATIEBELEID

 


 

Onbekend maakt onbemind. Onbekendheid met elkanders culturen is een ernstig knelpunt in het integratieproces. Daarom dient de bestrijding daarvan stevig te worden aangepakt. Dit kan door bijvoorbeeld in het onderwijs aandacht te besteden aan de culturele achtergronden van etnische minderheidsgroepen.

Datzelfde geldt voor brede kennis van de wereldreligies. Op dit gebied constateren wij zelfs angstgevoelens voor het onbekende.

De BSD is van mening dat meer kennis een zinvolle bijdrage levert aan een beter begrip en respect voor een andere achtergrond, levenswijze en gedrag.

Integratie begint bij communicatie, dus bij beheersing van de Nederlandse taal. De gemeente dient te zorgen voor een gedifferentieerd aanbod van Nederlandse taalcursussen, daarbij rekening houdend met de vaak lastige positie waarin nieuwkomers zich bevinden. Vaak vormen afstand en kinderopvang een probleem. Het cursusaanbod moet toegankelijk en meerjarig zijn en aansluiten op de belevingswereld van de cursisten.

Taalonderwijs voor moeder en kind. De BSD wil, via een daartoe geschikt onderwijsprogramma, voorschoolse taalachterstand voorkomen.

De BSD bedoelt hiermee dat taallessen voor jonge kinderen (van 2 tot 4/5 jaar) in aanwezigheid van moeders worden gegeven. Vooral voor die vrouwen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen is dit een uitkomst. Datgene wat kinderen aan taalvaardigheden leren kan thuis herhaald worden omdat hun moeder hetzelfde programma volgt. Het gaat erom dat moeders gelijktijdig met hun kinderen vertrouwd raken met de Nederlandse taal en cultuur. Taalstages zijn onder andere een goed middel om dit te realiseren.

Vrouwen uit etnische minderheden vervullen een sleutelrol in het integratieproces. Een vrouw die actief is in de samenleving telt voor drie. Ze integreert zelf, is een voorbeeld voor haar familie en eventuele kinderen en motiveert andere vrouwen hetzelfde te doen. Integratie vindt daar plaats waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, zoals op het werk, op school en in de buurt. De gemeente speelt dan ook een belangrijke rol bij het bereiken van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen en bij het activeren van hen, die voornamelijk thuiszitten. Om de emancipatie en integratie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen te bevorderen, is het noodzakelijk hen zelf mede verantwoordelijk te maken voor het slagen ervan.

De gemeente dient de van overheidswege aangeboden instrumenten en subsidies in te zetten om vraaggerichte activiteiten te ontwikkelen en de participatie in de Nederlandse samenleving te bevorderen. Initiatieven uit de samenleving die gericht zijn op emancipatie, integratie en participatie dienen krachtig te worden ondersteund.

Vanuit de gedachte dat samenwerking op zich integratie bevordert, moeten in de wijken meer gezamenlijke activiteiten en multiculturele manifestaties worden georganiseerd. Cultuuruitwisseling is, net als sport, naar de mening van de BSD een prima middel in het integratieproces en moet volop worden gestimuleerd.

Integratie begint bij de wieg. Dat houdt onder andere in dat van jongs af aan eigen inzet en eigen verantwoordelijkheid moet worden gestimuleerd.

Dit betekent ook heel letterlijk dat er (meer) allochtone verpleegkundigen op consultatiebureaus moeten worden ingeschakeld. Zij en intermediairs van maatschappelijke zorginstellingen kunnen niet alleen verwijzend zijn, maar hebben ook een voorbeeldfunctie naar de eigen achterban. Zeker met het oog op de toenemende behoefte aan zorg binnen de allochtone gemeenschap.

De BSD is van mening dat allochtone zelforganisaties een belangrijk instrument zijn om het integratie proces te kunnen bespoedigen en om een brug te slaan tussen achterban en de Nederlandse organisaties. Hiervoor zouden werkbudgetten beschikbaar moeten worden gesteld.

 


 

 

Reacties gesloten.