OUDERENBELEID

 


 

“Ouderdom komt met gebreken”

Dit is een veel gehoorde uitspraak.

Maar ouder worden doen we het liefst allemaal in goede gezondheid.

Veel ouderen echter krijgen met het verstrijken der jaren lichamelijk en soms ook psychische problemen. Thuis blijven wonen is daarom niet altijd makkelijk maar veel ouderen vinden dit wel zo fijn. Ouderen verhuizen liever niet en als het dan toch moet blijven ze het liefst zo dicht mogelijk bij hun oude woonplek. Het huidige voorzieningenniveau is hierop onvoldoende afgestemd. Er zullen extra middelen beschikbaar gesteld moeten worden om hieraan tegemoet te komen.

Voor de BSD dient het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen vooral om de kwaliteit van het leven van ouderen zoveel mogelijk in stand te houden.

Daarbij dient de behoefte van ouderen en senioren centraal te staan en niet de

door bezuinigingsdrift gedreven opvattingen van het huidige kabinet.

Voor de BSD staat voorop dat beleid dat ouderen treft niet over de hoofden van deze senioren wordt ontwikkeld, maar in samenspraak met senioren tot stand komt, waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de kennis en ervaring van ouderen en de ouderenbonden.

Nu de ouderenadviesraad is opgeheven is het “Overleg van ouderenbonden” (St OOBOZ) een goed alternatief voor het geven van adviezen hierbij.

In onze stad signaleren we een aantal knelpunten op het terrein van het ouderenbeleid. Allereerst zien we een steeds grotere groep ouderen die de komende jaren zeer snel zal toenemen. Met de jaren veranderen ook de behoeften van de ouderen. Het aantal allochtone ouderen neemt elk jaar toe. Hun woonwensen kunnen afwijken van de autochtone ouderen. Met deze groep en hun vertegenwoordigers moet overleg worden gevoerd en hun woonwensen en zorgbehoeften in kaart worden gebracht en vertaald in het volkshuisvestingsbeleid.

Ook de behoeften van déze groep dienen voldoende aandacht te krijgen.

Bergen op Zoom kent een grote groep ouderen of beter gezegd senioren. Van nog zeer vitaal tot intensief zorgbehoevend. Tegenwoordig wordt iemand van 55 jaar of ouder gerekend tot de groep ouderen, maar er zijn nog heel veel mensen van boven de 55 jaar die nog volop in het leven staan. Die nog actief zijn in het arbeidsproces, voor de kleinkinderen zorgen en lid zijn van een sportclub of vereniging en vaak zelfs vrijwilligerswerk verrichten.

Echter we dienen ons ook te realiseren dat de psychische en lichamelijke toestand van de ouder wordende mens achteruit kan gaan. Zij worden dan in toenemende mate afhankelijk van zorg. Doordat de overheid fors gaat bezuinigen op de ouderenzorg zijn het veelal mantelzorgers die bij moeten springen.

Daarnaast zullen veel senioren die thuis willen blijven wonen binnenkort hun huishoudelijke hulp zelf moeten betalen. Alleen voor degenen die dat niet kunnen betalen zal de gemeente een vergoeding geven. Maar de tijd dat de hulp ook even een paar boodschappen haalde, is voorgoed voorbij. Ook de thuiszorg moet goedkoper. Tegelijkertijd zullen senioren met beginnende ouderdomsklachten veel minder snel dan voorheen in een zorginstelling terecht kunnen.

En als ze al een plekje in een instelling kunnen bemachtigen zullen mantelzorgers bij moeten blijven springen. In de praktijk betekent dit zelfs dat een deel van het werk van beroepskrachten door mantelzorgers over genomen moet worden.

De BSD vraagt hierbij nadrukkelijk aandacht voor:

  1. de financiële draagkracht van de persoon
  2. de kwaliteit van de “mantelzorg”.

De groep alleenstaande ouderen met een lichamelijk en/of geestelijke beperking en een minimuminkomen is er het slechtst aan toe. Door de maatregelen van de laatste jaren is rondkomen met een minimuminkomen voor deze (kwetsbare) groep mensen nog moeilijker geworden. Niet alle ouderen met een laag inkomen doen een beroep op regelingen voor inkomensondersteuning uit schaamte of onbekendheid. De gemeente moet daarom de voorlichting aan ouderen intensiveren, zo mogelijk met huisbezoeken.

De aandacht van de BSD richt zich in eerste instantie op deze groep van alleen­staande ouderen onder andere op het punt van voorkomen en bestrijden van een sociaal isolement en eenzaamheid.

De BSD zal zich inzetten om de kwaliteit van zowel gemeentelijke als particuliere instanties, die zich met de zorg van de ouderen bezighouden, vast te houden en zo nodig te verbeteren. Een en ander neemt niet weg dat er in de toekomst voor de hele groep van ouderen een zorgformule moet worden gevonden, gebaseerd op waardering en waardigheid over hun plaats in de totale samenleving. Kortom de WMO, en de komende veranderingen daarin, dienen in samenwerking met de Vraagwijzer en de St. OOBOZ goed geregeld te worden. Immers, de kwaliteit van de beschaving van een volk wordt mede bepaald door de wijze waarop de gemeenschap haar ouderen behandelt.

Enige directe aandachtspunten voor de kortere termijn zijn voor de BSD:

Het volkshuisvestingsbeleid voor de ouderen

Niet alleen letten op nieuwe voorzieningen, maar ook aandacht voor het aanpassen van reeds bestaande woningen en behoud van noodzakelijke voorzieningen. Bijvoorbeeld in de vorm van woonservicegebieden (de wens om langer op eigen “stekje” te blijven). Samen met de zorgaanbieders en de woningcorporaties komen tot seniorenhuisvesting met de zorgwaarde pakketten 1,2 en 3.

Het optimaliseren van de maaltijdendienst

Een reservecapaciteit dient te worden opgebouwd om bijvoorbeeld een tijdelijke overvraag op te kunnen vangen.

De gezondheidszorg

De zorg voor kwetsbare ouderen is een speerpunt voor de BSD.

Naast de bestaande uitgebreide formele zorg, denkt de BSD aan de uitvoeringsmogelijkheden om de fitheid van lichaam en geest zoveel mogelijk te behouden. De komende jaren zal het aantal ouderen en mensen die intensieve zorg behoeven toenemen. Ouderen, zeker in zorgbehoeftige omstandigheden, komen te weinig buiten. Juist voor hen is buitenlucht en licht, ook in de winter van groot belang. Onderzoek heeft uitgewezen dat frisse lucht en daglicht van belang kunnen zijn om ouderdomskwalen te beperken c.q. te vertragen. Hiervoor is het noodzakelijk na te denken over en beleid te ontwikkelen met als doel dat de totstandkoming van ‘wintertuinen’, gelegen aan of bij zorginstellingen, stimuleert c.q. planologisch mogelijk maakt. Onder een ‘wintertuin’ verstaat de BSD een grotendeels met glas overdekte tuin met een hoge verblijfswaarde onder andere met zitgelegenheden. Het liefst ziet de BSD dat dergelijke tuinen openbaar van karakter zijn waardoor bezoek samen met de zorgontvanger van de ‘wintertuin’ gebruik kunnen maken.

Ouderen-educatie

“Je bent nooit te oud om te leren”

Ook ouderen hebben steeds meer de behoefte aan vormen van educatie. Onder de groep van ouderen van 75+ bestaan er financieel minder draagkrachtigen, die in hun kinderjaren meer thuis moesten werken, dan naar school konden gaan.

Hierdoor bestaan er onder deze groep ouderen problemen met:

  • het lezen van instructies en informaties
  • het schrijven van een briefje en
  • het invullen van formulieren

Dit belemmert deze mensen om voluit deel te kunnen nemen aan de samenleving. Wanneer men over de drempel van valse schaamte is heengestapt, hebben zij grote behoefte om alsnog de achterstand in te halen. Uitbreiding van aanbod van cursussen en begeleiding hierbij moet meer dan tot nu toe op buurtniveau gerealiseerd worden.

Voor al deze aandachtspunten geldt dat betrokkenen de gelegenheid moeten krijgen, om wensen en ideeën kenbaar te maken.

Om als oudere voluit aan de samenleving mee te kunnen doen zijn er volgens de BSD nog vele problemen die om een oplossing vragen. Overigens betreffen deze problemen de totale gemeenschap , zoals bijvoorbeeld:

  •  de veiligheid
  • de alarmering
  • de sociaal-maatschappelijke dienstverlening
  • vervoersvoorzieningen

 


 

 

Reacties gesloten.