SOCIALE ZEKERHEDEN

 


 

De BSD wenst zich zeer uitdrukkelijk te verzetten tegen de steeds slechter wordende situatie voor die mensen die afhankelijk zijn of worden van een sociale uitkering. Mede door de economische ontwikkelingen en aanpassingen van wet- en regelgeving wordt het sociale zekerheidsstelsel steeds verder uitgehold. Er dreigt een tweedeling in onze maatschappij te ontstaan waardoor ook de kwaliteit van onze samenleving ernstig geschaad wordt.

Op gemeentelijk niveau worden weliswaar middelen gevonden om de mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen financieel te helpen en te begeleiden naar een menswaardiger bestaan, maar de BSD vindt dat dit beter zou kunnen en moeten. Nog steeds vindt de landelijke politiek mogelijkheden om bezuinigingsmaatregelen af te kondigen. Maatregelen die het hardst aankomen bij de mensen met een laag inkomen. Daarnaast spelen de vaste lasten een grote rol. Deze zijn de laatste jaren schrikbarend gestegen en zullen nog verder stijgen.

De voorwaarden om subsidies te krijgen (bijvoorbeeld huursubsidie) zijn gewijzigd en van dien aard dat vooral de lage inkomens verder onder druk komen te staan. Ook de extra langdurigheidtoeslag brengt nauwelijks verlichting.

Het zogenoemd “vrij besteedbaar inkomen” zal, als het aan sommige politieke partijen ligt, niet stijgen voor de mensen met een laag inkomen. Het beleid dient er dan ook op gericht te zijn om vanuit de Gemeente mensen met een uitkering te begeleiden naar werk. Immers het hebben van betaald werk, mits mogelijk en voor handen, is voor veel mensen een goed medicijn tegen armoede.

Houdt de (schuld)dienstverlening en voorzieningen voor minima op peil. Gebruik de extra gelden, die door het Rijk vanaf 2014 voor armoedebestrijding worden vrijgemaakt, voor het bevorderen van de participatie van kinderen. Ook voor gezinnen die iets boven de 110% norm uitkomen.

Het beleid van de Gemeente, en dan met name de Sociale Dienst, moet zo worden ingericht dat de “uitkeringsfabriek” steeds meer wordt omgebouwd naar een “dienstverlenende instelling” die probeert haar cliënten te helpen en te begeleiden. Hierbij dient aandacht gegeven te worden aan de rol van de bijstandsconsulent. Deze kan niet én een uitkering verstrekken en optreden als coach. Ook verdienen interne procedures aandacht, zodat mensen op trajecten terecht komen die kunnen leiden tot uitstroom.

Biedt bij een gevraagde ‘tegenprestatie’ aan de cliënt keuzemogelijkheden.

Geen werk zonder loon, zonder kansen of zonder begeleiding. Gebruik werken met behoud van uitkering slechts tijdelijk en altijd in een ontwikkelingstraject voor de cliënt.

De dienstverlening moet er voor zorgen dat mensen, die nu nog een uitkering genieten, in een positie komen een zelfstandig inkomen te verwerven.

Dit zelfstandig inkomen kan de Gemeentelijke Sociale Dienst bereiken door samen te werken met de zogenaamde Uvi’s (bedrijfsverenigingen en het Centrum voor Werk en Inkomen). Werken of stage lopen, met behoud van uitkering (werk eerst), kunnen langdurig werklozen helpen naar een structurele baan of opleiding. De BSD heeft geen bezwaar tegen het tijdelijk werken met behoud van uitkering, maar het dient wel zinvol werk te zijn dat bijdraagt aan de kwaliteit van de samenleving, niet in de plaats komt van werk dat toch al gedaan moet worden en tegen betaling van een fatsoenlijk, liefst CAO-loon.

De organisatie of instelling die profijt heeft van de inzet van werklozen dient daar dan ook (een deel) voor te betalen.

Er dient een helder en duidelijk beleid ontwikkeld te worden, waarin de doelstellingen en de te ontwikkelen projecten in vastgelegd dienen te worden.

Daarnaast moeten de verschillende verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken instellingen vastgelegd worden en de door de Wet opgelegde samenwerking met de arbeidsvoorziening dient helder en inzichtelijk gemaakt te worden.

Voor Bergen op Zoom moet er een duidelijke taakstelling vastgesteld worden in een uitvoeringsprotocol, gekoppeld aan een instroom- en uitstroombeleid. Het gemeentelijk beleid dient erop gericht te zijn dat allerlei instrumenten daadwerkelijk een bijdrage leveren in de sluitende aanpak naar langdurig werklozen/werkzoekenden toe. Hiervoor dient men een actief beleid te voeren en als gemeente zal men de kansrijke sectoren op de arbeidsmarkt in beeld dienen te brengen.

De instellingen (reïntegratiebureaus, sociale dienst) moeten de beschikbare vacatures eerst inventariseren en aan de hand van de vraag, de uitkeringsgerechtigden voorbereiden om uiteindelijk duurzaam uit te stromen.

Gezien zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de doelgroep moet men eerder denken aan functies die het karakter hebben van geoefende arbeid in plaats van geschoolde arbeid. Dit neemt niet weg dat er scholingsmogelijkheden geboden moeten worden. Er zijn wel mogelijkheden om scholing aan te bieden in het kader van een reïntegratietraject of sociale activering. Een en ander kan vastgelegd worden in een samenwerkingsovereenkomst met de Arbeidsvoorziening of daarvoor gekwalificeerde bureaus.

De inspanningen die nu al gepleegd worden zijn hoopvol en bemoedigend. Toch zal de BSD er op blijven toezien dat de uitvoering van dit beleid effectief en waardevol is voor de doelgroep.

De BSD juicht het van harte toe om van de “uitkeringsfabriek” een professionele “dienstverlenende instelling” te maken. Een instelling die mensen helpt naar een structurele baan. Een baan die mensen in een positie brengt om economisch onafhankelijk te worden en te blijven in onze samenleving.

 


 

 

Reacties gesloten.