ACHTERSTE MEM/ DE ECONOMISCHE BAROMETER/ MEEDENKEN? LIEVER NIET!

| jaar 5 | nummer 228 |

| 19-08-2018 | 10.00 uur |


 

| EENDJES VOEREN |  

OPNAMEDAG: 4 AUGUSTUS 2018

(geluid aanzetten in video)

Louis van der Kallen vertelt waarom eendjes voeren niet altijd een goed idee is. De stankoverlast en het aantrekken van ratten is niet de bedoeling.

 


 

| ACHTERSTE MEM |  

 

Het beeld Brabants Varken voor het Provinciehuis in Den Bosch

Er is bijna zes miljoen euro van de provincie en de Europese Unie beschikbaar voor het herstel van de Brabants bossen. Maar niet voor ons (West-Brabant). Alleen op landgoed De Luchtenburg, nabij Ulvenhout, worden 6.000 van de één miljoen nieuwe bomen in Noord-Brabant geplant. De rest gaat naar Oost- en Midden-Brabant. De Oirschotse Heide, de Kempen en de Regte Heide gaan voor. Er zijn wel plannen voor de Brabantse Wal (162.000) bomen, maar onze grond is nog te ‘goed’.

De te planten loofbomen zijn bodemverbeteraars. De linde, de hazelaar, haagbeuken en fladderiepen gaan geplant worden. Juist de fladderiep zou een mooie aanvulling zijn voor ons gebied. Omdat de iepenspintkevers deze iepsoort nauwelijks aantasten, ontsnapt de boom aan deze ziekte. De bladeren van loofbomen composteren veel beter dan dennennaalden, waardoor de bodem veel beter in staat is om water, voedingsstoffen en mineralen vast te houden. Ook op de Brabantse Wal is dat nodig om de waterhuishouding van het gebied te verbeteren en om veel verloren gegane en verdroogde natuur te laten herstellen. De droogte van deze zomer laat bij uitstek zien dat het de hoogste tijd is om ook de bossen in West-Brabant en zeker die op de Brabantse Wal meer weerbaar te maken. Nu is het nodig dat de (zand)gemeenten in West-Brabant, samen met het waterschap Brabantse Delta, de provincie laten weten dat we niet aan de achterste mem willen hangen, maar dat de besteding van de 6 miljoen euro en verloving van naaldbossen, zoals op de Brabantse Wal, meer gespreid over de provincie dienen plaats te vinden. De Brabantse Wal lijdt onder de verdroging, onder andere door de waterwinning en de samenstelling van de bossen. Dat zou mee moeten wegen in de prioriteitsstelling. Nu is er geld en dat hoeft in een alsmaar veranderende politiek/bestuurlijke wereld niet zo te blijven. Dus bestuurlijk West-Brabant let op uw zaak en ga in Den Bosch eens goed aan de kast rammelen.  Inmiddels heeft de BSD fractie over dit onderwerp een brief gestuurd aan het college van B&W. Ook heb ik namens Ons Water een brief over dit onderwerp gestuurd naar het Dagelijks Bestuur van het waterschap Brabantse Delta. 

Louis van der Kallen    

 


 

| DE ECONOMISCHE BAROMETER |  

 

In de zomerperiode, wanneer de vergaderritmes worden doorbroken, kom ik toe om bepaalde stukken nog eens door te nemen. Zo ook de Economische Barometer 2017  Bergen op Zoom en Roosendaal, opgesteld door I & O Research.

Het aantal banen in Bergen op Zoom is in de periode 2011 en 2017 gedaald van 31.823 naar 29.599. Vooral het aantal banen in de industrie en zakelijke diensten zijn gedaald. Bergen op Zoom heeft in vergelijking met Nederland en met referentiegemeenten verhoudingsgewijs minder banen gerelateerd aan de omvang van de beroepsbevolking.

Positief is dat er sinds 2016 sprake is van herstel en dat dit herstel zich “– in termen van aantal banen – over bijna de volle breedte van de sectorstructuur van Bergen op Zoom voordoet. Alleen de industrie in Bergen op Zoom kampt in 2017 nog met banenkrimp”.

Een ander goed bericht is dat: na een lichte daling in 2016 het aantal vestigingen in 2017 weer  door is gegroeid (+3,5 procent). Dit zijn vooral zzp’ers. “Landelijk is het aantal vestigingen tussen 2011 en 2016 sterker gestegen dan in Bergen op Zoom (Bergen op Zoom:  +10,1 procent; Nederland: +15,1 procent)”. In Bergen op Zoom groeide het aantal vestigingen van 4401 (2011) tot 5016 (2017).

Wat opvalt is dat de toegevoegde waarde in Bergen op Zoom scherp is gedaald van 2579 miljoen in 2011 naar  2371 miljoen 2017. De sluiting van een deel van de Philip Morris activiteiten is hier een belangrijke oorzaak. De industrie en nutsbedrijven zijn verantwoordelijk voor 15 % van de werkgelegenheid en 33 % van de toegevoegde waarde. “Er is een groot verschil in productiviteit (toegevoegde waarde in relatie tot het aantal banen) tussen de sectoren. De zakelijke dienstverlening en de industrie hebben een duidelijk hoger aandeel in de toegevoegde waarde van de economie van Bergen op Zoom, dan in het aantal banen. Het omgekeerde geldt voor de zorg en de handel. De ontwikkeling bij logistiek is opvallend, waar de toegevoegde waarde ongeveer drie keer zo snel steeg als het aantal banen.” “De zakelijke dienstverlening profiteert van de aantrekkende private investeringen, met een grotere vraag naar personeel als gevolg. In de werkgelegenheidsstructuur van Bergen op Zoom is de zakelijke dienstverlening relatief minder sterk vertegenwoordigd dan gemiddeld in Nederland.” De voorgaande twee citaten laten de zwakte zien voor Bergen op Zoom in de nabije toekomst. Voor een goed ondernemings- en vestigingsklimaat is de beschikbaarheid van voldoende aantrekkelijke ruimte voor (ontwikkeling van) bedrijven van belang. In Bergen op Zoom is ultimo 2017 4,5 hectare (netto) direct uitgeefbaar, op de terreinen Noordland (vrijwel volledig uitgegeven) en op Oude Molen (ruim 4 hectare). De eventuele ontwikkeling van de Schans 6 als bedrijventerrein heeft slechts een beperkte invloed op de economische ontwikkeling en productiviteit van Bergen op Zoom, omdat dit terrein, gelegen naast een (toekomstige) woonwijk, een lage milieucategorie zal kennen (milieu klasse 2 of hooguit 3). Dus geen industrie met productieve banen, maar vermoedelijk relatief veel logistiek met weinig banen. Voor de economische ontwikkeling van Bergen op Zoom zijn tientallen hectares nodig waar ook de industrie zich kan vestigen (milieuklasse 4 en 5).

Het beleid, of beter gezegd de afwezigheid daarvan, heeft ertoe geleid dat Bergen op Zoom meer uitgaande dan inkomende pendel heeft (december 2015). Inwoners die elders werken, doen dat vooral in Roosendaal, Rotterdam en Woensdrecht. Andere gemeenten waar inwoners van Bergen op Zoom werken zijn vooral de nabijgelegen gemeenten Tholen en Steenbergen.

Feitelijk heeft Bergen op Zoom haar stedelijke functie (werkgelegenheid en koopcentrum) grotendeels verloren. Voor werk gaan de Bergenaren naar elders! Een ‘stad’ met meer uitgaande dan inkomende pendel is in economische zin geen ‘stad’ meer. En gezien de structurele onderontwikkeling van de werkgelegenheid moet ik constateren dat Bergen op Zoom een slaapstad is geworden. Met ‘dank’ aan GBWP dat Halsteren wil vrijwaren van alles wat op industrie lijkt. De VVD, de zelfverklaarde ondernemerspartij, stond er bij en liet het gebeuren om toch vooral maar een wethouder te mogen leveren. De rol van slippendrager schijnt ze beter te passen dan te staan voor werkgelegenheid en (industrieel)ondernemerschap. En de Bergenaar wacht een lot van reizen naar zijn werk en van het ‘genieten’ van een uitkering. De industriestad Bergen op Zoom verdwijnt langzaam in de duisternis van de geschiedenis.

Louis van der Kallen    

 


 

| MEEDENKEN? LIEVER NIET! |  

 

Le penseur van Rodin

Het kabinet wil af van de wettelijke plicht voor gemeenten om bekendmakingen, zoals vergunningsaanvragen, te publiceren in bijvoorbeeld huis-aan-huisbladen. Het kabinet vindt dat online publicatie voldoende is. Dat kan de gemeenten 16,5 miljoen aan advertentiekosten besparen.

Voor een overheid die steeds op zoek is naar doelmatigheid lijkt dit logisch. Maar wat zijn de gevolgen? Wie kijkt er als burger wekelijks op een website van de gemeente of op de website www.officielebekendmakingen.nl/? Ik denk haast niemand. Maar wie kijkt er wekelijks in het huis-aan-huisblad naar de gemeentelijke pagina’s? Al is het maar uit nieuwsgierigheid. Ik denk best veel mensen. Die gemeentelijke pagina’s zijn er niet alleen om mensen om wettelijke redenen te laten kennisnemen van de lopende vergunningsaanvragen. Ze hebben ook een functie in het betrokken houden van burgers bij hun gemeente. Lang niet alle burgers hebben internet of zijn digitaal vaardig.

Naar de mening van de BSD moet overheidsdienstverlening, zoals die van de gemeente Bergen op Zoom, toegankelijk, begrijpelijk en uitnodigend zijn. De BSD begrijpt niet hoe het kabinet tot een dergelijk voorstel kan komen als die zelfde overheid zijn mond vol heeft over burgerparticipatie. Het betrekken van burgers bij het beleid. Daar hoort wat de BSD betreft echt bij de burger op de hoogte houden van bijvoorbeeld welke vergunningsaanvragen er zijn, zodat de burger op kan komen voor zijn belang of mee kan denken. Is de overheid bang dat die burger echt mee gaat denken en gaat het niet alleen om die 16,5 miljoen maar ook omdat die meedenkende burger wel eens ‘lastig’ kan zijn en geld kan kosten?    

Louis van der Kallen

 

STEUN ONS DOOR DE BSD FACEBOOKPAGINA LEUK TE VINDEN