WEINIG KRITISCH/ OVERHEID KAN ER VOOR ZORGEN DAT BURGERS GELUKKIGER ZIJN/ ‘ANONIEM’/ ZIJN WE FINANCIEEL GEZONDER?

| jaar 4 | nummer 166 |

| 18-06-2017 | 10.00 uur |


 

| WEINIG KRITISCH |  

 

Het beleidskader is een belangrijk stuk om tot toekomstig beleid te komen. Dit stuk wordt opgesteld door het college van B&W ten behoeve van de kaderstellende rol van de gemeenteraad. Dan mag verwacht worden dat het stuk qua informatie van hoog gehalte moet zijn en geen voor de hand liggende vragen moet op roepen.

Mijn conclusie: er is weinig moeite gedaan om de raad, of moet ik zeggen anderen dan de coalitie, mee te krijgen met dit stuk door heldere informatie te verschaffen. Een voorbeeld: het college stelt voor jaarlijks een bedrag op te nemen van 60.000 euro voor de herdenking van de bevrijding van Bergen op Zoom en het aanhalen van de banden met Canada. Onder andere met de motivering: “daarnaast biedt dit budget ons de mogelijkheid mee te bewegen met de ambitie van het platform van Canadagemeenten in Nederland. Bergen op Zoom is op dit platform aangesloten.” Het ligt dus voor de hand dat een raadslid die ambitie dan wel wil weten. Zoeken op internet naar dit platform bleek op 28 mei zinloos. Niet te vinden! Laat staan dat een raadslid dan kan weten wat de ambitie daarvan is en wat dat kan betekenen voor Bergen op Zoom. De BSD, maar ook anderen zijn vaak kritisch als het gaat over samenwerkingsverbanden. Steeds is dan de vraag wat is de toegevoegde waarde? Als je als college dan ergens naar verwijst, moet die vraag wel beantwoord kunnen worden.

Louis van der Kallen

 


 

| OVERHEID KAN ER VOOR ZORGEN DAT BURGERS GELUKKIGER ZIJN |  

 

Onlangs werd mijn aandacht getrokken door een artikel van Prof. Dr. Ruut Veenhoven. Hij stelt dat de belangrijkste taak van de overheid is het zorgen voor geluk van een zo groot mogelijk aantal burgers. En dat is volgens hem belangrijk, want gelukkige burgers zijn betere burgers. Ze vertonen minder antisociaal gedrag, betalen eerder hun belasting, zijn meer politiek betrokken en minder extreem. Hij vindt het daarom tijd om op geluk te (gaan) sturen.

Burgers zijn duidelijk gelukkiger in landen, provincies en gemeenten waar de publieke sector goed functioneert. Politiek en ambtelijke organisatie nemen regelmatig beslissingen die van invloed zijn op het geluk van burgers. Als aan de basisbehoeften van mensen is voldaan (Maslov) komt vanzelf de vraag aan de orde “Waar gaan we nu in investeren?”. De overheid, waar onder gemeenten, draait aan verschillende knoppen zoals ruimtelijke ordening, (geestelijke) gezondheidszorg, werk en inkomen, milieu, duurzaamheid,  infrastructuur en recreatie. Investeren hierin maken burgers overwegend gelukkiger, of misschien ook niet! Volgens Ruut Veenhoven c.s. zou de overheid er goed aan doen om rekening te houden met de  invloed van bepaalde keuzes op het geluk van burgers. Neem groenvoorzieningen. Als blijkt dat burgers gelukkig worden van bomen, planten en ander groen in de wijk of buurt, dan is het verstandig dat de gemeente hierin (extra) investeert. Een ander voorbeeld is volgens de onderzoekers de gehandicaptenzorg. De afgelopen jaren is hier flink op bezuinigd via de decentralisatie van de drie ”D’s”. Niet verstandig. Juist goede en voldoende voorzieningen, met zorg voor mensen met een beperking, leveren een belangrijke bijdrage aan het geluk van de samenleving met zorg voor mensen die dat nodig hebben. Het welzijn van de samenleving als geheel wordt hiermee in stand gehouden. In de praktijk is het sturen op geluk van de burgers nog bijna nergens als beleid van de grond gekomen. Het is tijd dat sturen op geluk in het publieke domein beleid wordt. Beleidsmakers en -beslissers moeten weten wat de consequenties zijn van hun beleid op het geluk van de burger. Bestaat er dan een recept voor geluk in deze? Neen zegt Veenhoven stellig, dat bestaat niet. Iedere situatie is anders en investeren in geluk verschilt dan ook in tijd en plaats. Per gemeente of per wijk kan een eigen beleid ontwikkeld en voorgesteld worden. In de ene buurt is behoefte aan een speeltuin en in de andere aan een park, parkeergelegenheid of openbaar vervoer. Onderzoek naar geluk kan hierbij helpen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat geluk even sterk samenhangt met passieve als met actieve sportbeoefening. Goed om te weten bij subsidieaanvragen voor bijvoorbeeld een tribune. 

Dat de overheid een belangrijke rol speelt in het maatschappelijk geluksgevoel staat volgens Veenhoven vast. Burgers zijn duidelijk gelukkiger in landen, gemeenten en wijken waar de publieke sector goed functioneert. Dit is het sterkste correlaat dat de onderzoekers gevonden hebben, zelfs sterker dan welvaart. Sturen op geluk in het publieke domein vraag wel om balans tussen kosten en baten. Zouden we in onze gemeente met de resultaten van deze onderzoeken ons voordeel kunnen doen en het geluk van de burgers kunnen vergroten? Als we daarvoor het organiseerproces en de besluitvorming moeten aanpassen is het wat mij betreft zeker de moeite waard om uit te proberen. Een burger met een goed functionerende gemeente is, zo blijkt, een gelukkiger mens!

Piet van den Kieboom

 


 

| ‘ANONIEM’ |  

 

Het beleidskader 2018-2021 bevat de ideeën van het college over wenselijke beleidsalternatieven voor de komende jaren en zaken, die naar het inzicht van het college, de aandacht vragen.

Eén van die zaken is de parkeergarage “Achter de Grote Markt”.  De garage kent een aantal fysieke gebreken: lekkages, onvoldoende brandveiligheid, gedateerd qua uitstraling, functionaliteit en toegankelijkheid. Maar wat ook speelt is de “slechte ruimtelijke relatie met de historische binnenstad” ook “de voetgangerstoegankelijkheid blijft gedateerd en loopt via een anoniem woongebied”. De BSD-fractie onderschrijft de waargenomen fysieke gebreken.  

Maar een “anoniem woongebied” vinden wij een rare betiteling voor het Lindebaan/Gieterij buurtje. De looproute naar de Grote Markt via Vlaszak en de Penstraat is door leegstand van de commerciële panden en slecht gemeentelijk beheer van de openbare ruimte verrommeld en verpauperd. Niks “anoniem woongebied”. Dat is gezien de geschiedenis onterecht en is een wegduiken van de werkelijke situatie. Niet alleen de parkeergarage verdient een opknapbeurt maar ook de Gieterij, de Vlaszak en de Penstraat, waarbij ook leegstaande commerciële panden een andere bestemming moeten krijgen. 

Louis van der Kallen

 


 

| ZIJN WE FINANCIEEL GEZONDER? |  

 

Het college klopt zich op de borst dat ze de financiën van Bergen op Zoom op orde hebben gekregen en de schuldenlast hebben verminderd. De schuldenlast is inderdaad flink verlaagd van 245 miljoen euro in 2014 naar 211 miljoen euro in 2016. Zijn we daarmee financieel gezonder?

De schuldenlast is niet verminderd omdat we geld op de exploitatie zijn over gaan houden, maar is voornamelijk verminderd door de verkoop van bezittingen (gronden). Dit betekent dat de risico’s zijn verminderd. Maar rijker of minder arm zijn we er niet van geworden. De schuldenlast is ook verminderd door een afname van de reserves met ruim 1,7 miljoen euro. Alleen de voorzieningen zijn met ruim 6 ton toegenomen. Het totaal aan reserves en voorzieningen is circa 1,1 miljoen euro afgenomen. De solvabiliteit (de ratio die inzicht geeft in hoeverre de gemeente aan haar verplichtingen kan voldoen en in staat is tegenvallers op te vangen) is in 2016 verder verslechterd (van 14 % in 2015 naar 13 % in 2016). Slechts 13 % van onze bezittingen zijn van ons zelf. 87 % is gefinancierd met geld van de bank. In 2012 was de solvabiliteit, volgens de balans cijfers nog 36 % en in 2013 27 %. Deze wethouder van financiën is dus in staat te roepen: ‘we zijn in deze collegeperiode financieel gezonder geworden’ terwijl het tegendeel waar is. De gemeente is nog lang niet financieel gezond en is ook nog niet financieel gezonder geworden. Wat hij wel met succes gedaan heeft, is het inzicht verbeterd in de werkelijke financiële situatie. De gemeentelijke balans geeft nu een beter beeld van de werkelijkheid en hij heeft, voor zover dat mogelijk was, de financiële risico’s verminderd. 

Hoe had financieel gezonder maken wel gemoeten? In april 2014 schreef ik over de collegeonderhandelingen: “Voor de BSD is één punt boven alle twijfel het belangrijkste: het terugbrengen van de schuld. Die schuld is nu in euro’s tweemaal zoveel als in Roosendaal. Hierbij hanteert de BSD twee uitgangspunten, te weten: een positieve kasstroom bij het grondbedrijf (dit betekent dat de uitgaven de inkomsten niet mogen overstijgen) en hooguit 80 % van de afschrijvingen in een boekjaar gebruiken voor nieuwe investeringen (dit betekent dat men 20 % van de afschrijvingen op kapitaalgoederen gebruikt om de schuld af te lossen).” Toen was dat laatste voor de geachte collega’s onbespreekbaar! Nu komen ze zelf met de inzet om de investeringen lager te laten zijn dan de afschrijvingen. Je zou kunnen zeggen beter laat dan nooit. Maar het is te weinig om werkelijk het verschil te maken. Voor de BSD moet het doel, net als in 2014, worden: hooguit 80 % van de afschrijvingen in een boekjaar gebruiken voor nieuwe investeringen (dit betekent dat men 20 % van de afschrijvingen op kapitaalgoederen gebruikt om de schuld af te lossen).

Louis van der Kallen