DE MOGELIJKE NAHEFFINGEN VAN ATTERO/ MASTERPLAN ARBEIDSMARKT WEST-BRABANT IN 3-D/ JONGERENHUISVESTING/ VERZONDEN BRIEVEN

| jaar 1 | nummer 13 |

| 01-06-2014 | 14.30 uur |


 

| DE MOGELIJKE NAHEFFINGEN VAN ATTERO |

 

Stacks_of_new_euros

Het zal duidelijk zijn dat de BSD vindt dat de burgers van West-Brabant niet de dupe mogen worden van eventuele naheffingen van Attero. Ook in Bergen op Zoom, waar nu de afvalscheiding eindelijk meer serieus wordt genomen, mogen burgers niet gestraft worden voor  hun inspanningen op dit punt.

Toch is het te gemakkelijk om in deze alleen boos te kijken naar de afvalverwerker Attero,
want er zijn ook wel wat politieke vragen te stellen over de gehele gang van zaken. Want wie besluit, bij zijn volle verstand, om in juli 1993 een contract te tekenen met een looptijd tot februari 2017? Hoe konden die politici/bestuurders menen dat ze zover vooruit konden denken en feitelijk ver over hun politieke graf konden regeren (toen en nu ‘not done’)? Maar er is meer om over na te denken. Wat is de geschiedenis? Wie waren er aan de macht bij de organisaties die er over gingen? Wat was de aanleiding? Sommige van die vragen zijn makkelijk te beantwoorden.

In de jaren negentig waren er, zowel bij de Provincie Noord Brabant als bij vrijwel alle betrokken gemeenten,  drie partijen die de dienst uitmaakten. Het CDA, de VVD en de PvdA. Zelf zat ik toen in de Provinciale Staten van Noord Brabant en in de gemeenteraad van Bergen op Zoom en maakte het allemaal mee. In Gedeputeerde Staten (zeg maar het college van de Provincie) zaten alleen die drie partijen. In de jaren negentig moesten de gemeenten van de Provincie overgaan tot afvalverbranding en hun stortplaatsen sluiten. De Provincie, als vergunningverlener, dwong gemeenten hun afval te gaan verbranden. Omdat ze dat niet zelf konden moest er een grote afvalverbrander in Noord-Brabant komen. De enkele kleine afvalverbranders, zoals één in Roosendaal, konden dat niet aan en waren soms ook milieutechnisch niet in staat dat binnen de regels te doen. De Provincie wist wel raad. Als groot aandeelhouder van Essent/PNEM zouden ze het wel regelen, mits de gemeenten zouden tekenen bij het kruisje! Gemeenten, afhankelijk van de Provincie voor de vergunningen van hun sloopterreinen, deden dat massaal. Ze konden hun partijgenoten in de Provincie toch niet voor paal laten staan?

geldhonger001Zo kon het bedrijf, waar de Provincie grootaandeelhouder van was, risicoloos investeren in een afvalverbrander want de levering was gegarandeerd en daarmee het dividend voor de Provincie. De risico’s van de investering kwamen geheel op het bordje van de gemeenten en die pikten dat! En veel gemeenten en hun burgers lopen nu de kans te gaan betalen voor de geldhonger van de Provincie die met de verkoop van Essent de hoofdprijs heeft binnen gehaald.

Al die wethouders van vooral CDA, PvdA en VVD huize tekenden in mijn visie omdat ze braaf deden wat de Provincie en hun partijgenoten in Gedeputeerde Staten hen vertelden en ze voor hun vergunningen om stortplaatsen nog even open te mogen houden van de Provincie afhankelijk waren. Zo ook Bergen op Zoom die wat langer dan anderen de Kragge mocht openhouden.

Het wordt tijd dat politici in Provinciale Staten en in gemeenteraden hun bestuurders vragen, samen met alle betrokkenen, de geschiedenis in beeld te brengen in een poging de Provincie bewust te maken van hun rol in het veroorzaken van deze financiële ellende (zie onze brief van 31 mei 2014, LK/14027). Want in dit geval lijkt de dubbelrol van de Provincie als beleidsbepaler, vergunning verlener en als investeerder de belangrijkste veroorzaker van de (mogelijke) naheffing. Hierbij mag de volgzaamheid van met name de CDA, VVD en PvdA wethouders ook vermeld worden.  

Louis van der Kallen  

 


 

| MASTERPLAN ARBEIDSMARKT WEST-BRABANT IN 3-D |

 

Bron: Bn de Stem, 31 mei 2014

Bron: Bn de Stem, 31 mei 2014

Drie weken politiek. Eerlijk gezegd weet ik nog niet helemaal waar te beginnen. Praten, heel veel praten. Maar ik heb nog niet het gevoel dat ik ergens aan begonnen ben. Natuurlijk moet ik mijzelf nog goed inlezen in de politieke materie, er volgen nog informatie avonden en verder zijn er een aantal onderwerpen waar ik mijzelf nog in wil vastbijten. Eentje daarvan is de arbeidsmarkt in Bergen op Zoom. Een aantal weken geleden was ik hier al zeer enthousiast over in gesprek geraakt met onze voorman Louis van der Kallen. Hij gaf me een hoop huiswerk mee, huiswerk voor in het hoofd: nadenkwerk.

De gemeente Bergen op Zoom heeft  hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen gevraagd om mee te gaan denken over de arbeidsmarkt in Bergen op Zoom (en omstreken). Aangezien ik geen hoogleraar ben en vooralsnog geen masterplan kan schrijven, althans niet zonder mij te moeten afzonderen in een klooster om een jaar te gaan schrijven, lijkt het mij wel wat om een balletje op te gooien. Als liefhebber van wetenschap loop ik al een jaar of twee met het 3-D printer idee. Het 3-D printer idee? Ik zal het verklaren.

Allereerst is in mijn ogen deze technologie, waarbij het mogelijk is om zowat alles te printen wat men kan verzinnen, de nieuwe industriële revolutie. Om het wat zwart-witter en duidelijker te verwoorden: over een aantal jaren kan er lokaal, regionaal of nationaal op basis van slechts grondstoffen geproduceerd worden wat men wil. De afhankelijkheid van lage lonen landen, zoals China en Korea, zal stukken minder worden. In combinatie met de mogelijkheden om zelfs modulair transistoren te gaan printen is de meest gangbare consumenten elektronica, lokaal te produceren. Stelt u zich eens voor: de logistiek, alleen grondstoffen, dit scheelt ruimte en kostbaar geld (en milieu). Maken wat nodig is, recyclen wat niet meer nodig is en omvormen naar een nieuw product. Tevens zou het op maat gemaakt kunnen worden. Van een op maat gemaakte keuken in een monumentaal pand tot aan een op maat gemaakte kinderschoen die door uzelf ontworpen is. Men is zelfs in proefopstellingen al huizen aan het printen. Voor een fractie van de kosten van nu! Niet voor niets maken bedrijven als Disney zich ontzettend druk over deze techniek, een Mickey Mouse is namelijk zo thuis uitgeprint. De macht van de grote jongens zal ook verschuiven, dus hopelijk ook een eerlijkere verdeling van rijkdom. Ik daag u uit om zich te verdiepen in deze techniek, het zal u verbazen. Er is genoeg over te vinden op het wereldwijde webAuto, fiets, huis..

Wat heeft dit allemaal met Bergen op Zoom te maken? Ik zal beginnen met wat steekwoorden: Sabic (plastics), water/ haven/ A4. Als B&W echt de toekomst in durft te filosoferen en eens echt durft de geschiedenis te gaan ‘herschrijven’, dan was Philip Morris een ‘turning point’ in onze geschiedenis. Wat zou het mooi zijn als we vanaf nu het heft in eigen hand zouden kunnen nemen! Bergen op Zoom als proeftuin van Nederland.  Lokaal zouden we dan de mogelijkheid moeten krijgen om de regels te versoepelen en onderzoek te doen naar de eventuele gevaren van de techniek (hoge temperatuur bij printen/ gassen/ weekmakers e.d.). Hierdoor kan er voor ondernemers een gunstig klimaat ontstaan waardoor de politiek deze koers onze Bergse geschiedenis in zou kunnen masseren. Over dit soort aankomende revolutionaire technieken moeten wij politici niet te lichtvoetig denken en we mogen deze boot zeker niet missen. Misschien ten overvloede: dit is de volgende industriële revolutie. Het zou deze regio weer bovenaan de ladder kunnen brengen. Ook op het gebied van educatie liggen hier kansen, eigenlijk gewoon voor het oprapen..

Ik hoop dan ook, samen met de BSD een aftrap te mogen maken en de discussie geopend te verklaren. Niets ten nadele van de door de B&W gevraagde hoogleraar, maar hopelijk bepalen wij onze toekomst samen. De BSD is voor de bescherming van de werknemer en tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Als voetnoot willen wij meegeven dat hoogleraar Ton Wilthagen misschien wel een tegenovergestelde visie heeft. Wij hopen dan ook dat dit meegewogen wordt in de beoordeling van ‘zijn’ Masterplan. Waarom? U kunt het hier (pdf) zelf lezen. 

Marcel Mulder, fractieassistent.  

 


 

| JONGERENHUISVESTING |

 

1280px-Jan_SchaeferpadGraag lees ik de column ‘Brandnetel’ in de BNdeStem en ik gun iedereen, dus ook Marc Molenaars, zijn mening. Maar om te schrijven dat de inzet van politici voor behoud van de Warandaflat te betitelen is als “bedelcultuur om potentiële kiezers te winnen” (BNdeStem van 17 mei) vind ik geen recht doen aan wat er gebeurde. Natuurlijk mag ook Marc Molenaars vinden dat wie iets bezit er over mag beslissen. Maar voor de BSD is het eigendomsverhaal slechts één element van de discussie. 

Even terug in de geschiedenis van de volkshuisvesting. Rond 1850 kwam het bewustzijn dat grote delen van de bevolking in mensonterende omstandigheden werden gehuisvest. De eerste particuliere initiatieven kwamen op om daar iets aan te doen. In het begin van de vorige eeuw namen gemeenten dit massaal over en begonnen te investeren in ‘sociale huisvesting’. Uiteindelijk ook de gemeente Bergen op Zoom en zo ontstonden de gemeentelijk woningbedrijven. Zij bouwden, net als coöperaties, woningen met veel subsidie van de rijksoverheid en soms ook subsidies van provinciale overheden (dus onze belastingcenten). Het bouwen gebeurde vaak op gronden die gemeenten aan coöperaties tegen gereduceerd tarief ter beschikking stelden. Kortom: veel geld dat niet ‘verdiend werd’ door de coöperaties en gemeentelijk woningbedrijven. Dit allemaal om ook mensen zonder grote salarissen acceptabele woonkwaliteiten te kunnen bieden.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw besloten de regeringen (CDA, VVD, PvdA- combinaties) in hun ‘wijsheid’ dat die gemeentelijke woningbedrijven verzelfstandigd moesten worden en losgekoppeld moesten worden van de gemeenten. Zo ook het Gemeentelijk Woningbedrijf in Bergen op Zoom. Het Bergse Gemeentelijk Woningbedrijf werd eind jaren tachtig van de vorige eeuw verzelfstandigd en feitelijk kregen de bestuurders van toen gratis het gehele in het bedrijf geïnvesteerde vermogen (de huizen) mee. In het besef dat de staat van onderhoud destijds niet altijd optimaal was, vertegenwoordigde dat woningbezit toch een fors kapitaal. Uiteindelijk ging ons Gemeentelijk Woningbedrijf, inclusief het gemeentelijk woningbezit van andere gemeenten en met coöperaties, door fusies op in wat nu Stadlander is. De paarse kabinetten (PvdA, VVD en D66) zorgden er voor dat de directies van de gefuseerde coöperaties zich echt bedrijven gingen voelen en gingen denken als managers van bedrijven. Ze mochten vrijuit speculeren en projecten gaan ontwikkelen buiten de sociale woningbouw. Samenvattend: wat coöperaties bezitten is de laatste 120 jaar opgebracht door overheden met belastinggeld van de burgers en door de huurders.

Wat de BSD waarneemt is een maatschappelijk losgezongen Stadlander zonder besef van haar geschiedenis en de taken waarvan de politiek van de laatste, pakweg, 120 jaar vindt dat woningcoöperaties zich gesteld zouden moeten voelen. En mogen Bergse politici een mening hebben over datgene wat voort is gekomen uit Bergs gemeenschapsgeld? Wat de BSD betreft wel. We werden als gemeente Bergen op Zoom door wetgeving gedwongen om de controle op ‘ons bezit’ af te staan aan, zoals nu blijkt, bestuurders die zich niets gelegen laten liggen aan de samenleving die hun bezit hebben opgebracht. Dat topman Ton Ringersma van Stadlander schrikt van de politiek irritaties verwondert de BSD fractie niet. Het is een bewijs dat ze gewoon niet meer verbonden zijn met de samenleving in het geheel en hun oorspronkelijke doelgroep, de mensen zonder grote salarissen, zoals: jongeren, alleenstaanden, gescheiden mensen (schuilwoningen), mensen in de schuldsanering, enz. en deze doelgroep acceptabele woonkwaliteiten te bieden. Nee meneer Marc Molenaar (BNdeStem 21 mei) politici zien Stadlander niet als de ‘gemeenschappelijke tegenstander’. We ‘pingelen’ niet met de politieke hete aardappel, we zijn gewoon boos omdat de bestuurders van Stadlander zich niet vanzelfsprekend meer inzetten voor hun oorspronkelijk geboorterecht: het bieden van acceptabele, betaalbare huisvesting voor de mensen zonder grote salarissen.

Het is wat de BSD betreft niet de “hoogste tijd voor een goed gesprek”, maar de tijd van daden. Het is de hoogste tijd dat de bestuurders van Stadlander inspiratie vinden in de ontstaansgeschiedenis van hun rechtsvoorgangers. Maar misschien is het meer tijd voor een rijksoverheid die in gaat zien dat ‘privatiseringsbesluiten’ van de jaren tachtig van de vorige eeuw ‘een beetje dom’ waren en worden deze besluiten, wat de BSD betreft (maar helaas we gaan er niet over), teruggedraaid. De betaalde topsalarissen en de schandalen bij Vestia en de Woningstichting Geertruidenberg, alsmede het gebrek aan besef van de sociale taak die de politiek hen toedicht zijn, wat de BSD betreft, genoeg redenen om uit dit soort coöperaties de stekker te trekken.

Graag wil ik eindigen met de woorden van Jan Schaefer: “In gelul kan je niet wonen”.

Louis van der Kallen 

 


 

| VERZONDEN BRIEVEN |

 

Lees hier:

31 mei 2014 – ATTERO, KENMERK LK/14027