KIEZEN!/ DE SCHELP/ OPMERKELIJK/ OPNIEUW PLEJADENLAAN/ (ON)VEILIG

| jaar 5 | nummer 217 |

| 10-06-2018 | 11.00 uur |


 

| KIEZEN! |  

 

De gemeente lost schulden af met een gedeelte van het geld dat door verkoop van gronden en gebouwen wordt verkregen. Tegelijkertijd daalt het saldo van bezittingen en schulden. De gemeente bezit in geld gewaardeerd steeds minder omdat de afgelopen 20 jaar de gemeente jaarlijks meer geld ‘investeert’ (iedere uitgave aan een goed of dienst boven de 25.000 euro) dan er door afschrijvingen vrijvalt.

De solvabiliteit is dan ook de laatste acht jaar gedaald van 36 % op 1 januari 2012 tot 11% op 1 januari 2018 (volgens de begroting 2018). Het nieuwe college heeft volgens Peter van den Ouden GRL (coalitie) als inzet: “dat de investeringen gelijk blijven aan de afschrijvingen”.  Hoezo ‘gelijk blijven’? De laatste 20 jaar is dat, voor zover ik kan nagaan, nog nooit gebeurd. Dus van ‘gelijk blijven’ zal geen sprake zijn, gelijk worden zou al mooi zijn. Maar gezien mijn eerste inzichten/ervaringen met het nieuwe college en nieuwe raad is dit ‘gelijk blijven’ niet waarschijnlijk. Zo kwamen vooral de vertegenwoordigers van collegepartijen bij de besprekingen van de conceptverordeningen op 5 juni met voorstellen die meer geld zouden kosten aan vergoedingen aan fracties voor ondersteuning en hulpmiddelen en voor de verbetering van de rechtspositie van raads- en duoburgerleden.  Vorige week schreef ik over een kostbaar idee van GrL (een fietsenstalling onder de Grote Markt). Dromen mag, schijnen ze te denken.

De BSD pleit voor een vast investeringsplafond, waarbinnen zaken uitgevoerd kunnen worden waarvoor een krediet door de raad is verleend. Dat kan betekenen dat, ook al is er een vastgesteld krediet, er pas tot uitvoer kan worden besloten als het in enig jaar uitgevoerd kan worden binnen de grenzen van het vastgestelde investeringsplafond. Dat betekent voor een college keuzen maken. Wat wel en wat niet. Als je moet kiezen overweeg je pas echt wat is goed en wat is onvermijdelijk.

Een voorbeeld van iets waarvan ik denk dat het wel uitgesteld had kunnen worden: Op de gemeentepagina van 6 juni prijkte de aankondiging van “Groot onderhoud Fontein Burgemeester Stulemeijerlaan”. Het werk bevat het herstellen van het natuurstenen voetstuk en het waterdicht maken van de wateropvang, het vervangen van technische installaties zoals leidingen en pompen en het herinrichten van de groenstrook rondom de fontein. Dit alles voor de lieve som van 210.000 euro, aldus de betrokken ambtenaar waarnaar in het stukje op de gemeentepagina wordt verwezen. Heel veel geld voor een object uit 1914 dat er nog best goed uitziet. Buiten de kosten stoort het mij vreselijk dat “de werkzaamheden worden uitgevoerd door Smederij Oldenhave uit Vorden.” Niet dat de BSD twijfelt aan de kwaliteit van deze smederij, maar waarom krijgt een ondernemer op bijna 200 kilometer hier vandaan de opdracht? Terwijl er in de regio en zelfs in Bergen op Zoom er meer dan voldoende vakkennis aanwezig is om dit werk uit te voeren. Als voorbeeld: de afgelopen jaren zijn een aantal rijksmonumenten, inclusief veel smeedwerk, op de Protestantse Begraafplaats gerestaureerd door  restauratie-aannemersbedrijf Cauwenborgh voor heel veel minder geld.

Als onder de verantwoordelijkheid van de BSD de keuze zou moeten worden gemaakt stond deze uitgaaf van 210.000 euro niet in 2018 op de agenda en zou gezocht/gekeken worden of de job niet beter en goedkoper lokaal aanbesteed zou kunnen worden.

Louis van der Kallen

 


 

| DE SCHELP |  

 

De bouw van zwembad De Schelp kostte ruim 19 jaar geleden 6,1 miljoen euro. Op het gebouw is in de loop der jaren 3,9 miljoen euro afgeschreven. Nu zijn de plannen om 3,9 miljoen aan onderhoud en vernieuwing uit te geven. 

Het zwembad voorziet onmiskenbaar in een behoefte. De vraag die nu snel beantwoord zou moeten worden is, of de bestaande behoefte de herinvestering rechtvaardigt? Het raadsvoorstel geeft 5 alternatieven, maar de ‘behoefte’ vraag wordt niet gesteld. Terwijl de samenleving en de behoeften van mensen tussen 1999 en 2018 aanzienlijk veranderd kunnen zijn. Ook zijn de alternatieven in de omgeving sinds 1999 veranderd. De beschrijving van de vijf alternatieven en de afwegingen die de gemeenteraad bij haar keuze in het raadsvoorstel wordt meegegeven, is puur financieel en dan nog verengd tot de schuldenlast. Begrijpelijk, maar naar mijn mening niet voldoende. Gezien de financiële situatie van Bergen op Zoom zal de gemeente keer op keer moeten bekijken of bestaande zaken wel of niet gecontinueerd moeten worden. Zeker als een majeure investering in een gebouw aan de orde is, dient op zijn minst de vraag gesteld en beantwoord te worden: is een voorziening de komende dertig jaar (de afschrijvingstermijn van gebouwen) nog nodig? 

Het valt op dat in het raadsvoorstel ‘vervangende nieuwbouw’ geschat wordt op 15 tot 20 miljoen. Dat zal best een reëel bedrag zijn. Mijn conclusie is dan wel dat, als er nu geen roest aan de orde was geweest, er in 2029 (einde afschrijving) er met 6,1 miljoen afschrijving onvoldoende geld/financieringsruimte was geweest om tot vervangende nieuwbouw te komen. Alleen dit laat al zien hoe slecht er voor de toekomst wordt gezorgd. Wie dan leeft die dan zorgt lijkt het gemeentelijke motto.

Louis van der Kallen

 


 

| OPMERKELIJK |  

 

Afgelopen week liep ik over de weekmarkt. Het viel mij op dat de kramen her en der geplaatst waren en dat er zelfs auto’s tussen de kramen stonden. Dit straalt, mijns inziens, totaal geen gezellige bourgondische sfeer uit. De vraag is: gaat hier nog iemand, die er wat over te vertellen heeft, over nadenken? De weekmarkt in de binnenstad is een succes. Laten we dit succes koesteren.

Marcel Mulder

 


 

| OPNIEUW PLEJADENLAAN |  

 

Het leek er op dat het rustig was aan de Plejadenlaan en omgeving. De Burgemeester heeft de zaak naar zich toegetrokken en met een aantal maatschappelijke organisaties, de gemeente en de politie hernieuwde afspraken gemaakt. Ik heb daar regelmatig overleg over met de burgemeester. 

Aanvankelijk leek dit te werken. Maar ondanks de inzet van de Burgemeester, waarvoor waardering, steekt de overlast voor de bewoners van de Plejadenflats, toch weer de kop op.

Ik ben blij met de brief van de BSD-fractie aan het college waarin zij haar grote zorg over de recente ontwikkeling uitspreekt en om aangepaste maatregelen vraagt. Dit naar aanleiding van het gooien van een vuurwerkbom naar een woning in de Mercuriusstraat-West.

Maar wat zijn nu effectieve maatregelen om de overlast die hangjongeren in de buurt veroorzaken, aan te kunnen pakken en welke instrumenten heeft de burgemeester tot zijn beschikking? Manuela van Gent, burgerlid voor de BSD, heeft daarvoor een aantal zinvolle suggesties gedaan op haar facebook-site.

Afgelopen vrijdag werd bekend dat de burgemeester van Noordwijk, om de overlast van hangjongeren in zijn gemeente aan te pakken, een aantal drastische maatregelen heeft genomen, waaronder een tijdelijke noodverordening. Dit gaat wel ver zult u misschien zeggen, maar om deze ‘plaag’ van hangjongeren effectief te kunnen bestrijden is elk middel, mits binnen de wettelijke regels, wat mij betreft geoorloofd. Misschien dat onze burgemeester zich, naast de suggesties van Manuela van Gent, ook hierover eens zou kunnen buigen.

Maar hoe is het nu eigenlijk zover kunnen komen dat met name oudere bewoners van de Plejadenflats zich onveilig voelen en liever niet te vaak alleen over straat lopen met of zonder rollator? Daar is maar één antwoord op: ‘Vanuit misplaatste politieke correctheid werd er niet dan wel onvoldoende opgetreden in het verleden tegen dit onaanvaardbaar anti- maatschappelijk gedrag’. Er zijn in het verleden sloten met geld gestopt in opvoedcursussen, sporten op straat, trapveldjes, tegengaan van voortijdig schoolverlaten enz. Was dit allemaal zinloos of weggegooid geld? Neen, zover wil ik niet gaan. Maar er is absoluut onvoldoende gestuurd op het bereiken van concrete, meetbare resultaten. Dat werd ongepast gevonden, deze jeugd had het al zo moeilijk. Tegelijkertijd moeten we constateren dat een dominante politieke fractie als GBWP, samen met de VVD, fors bezuinigd heeft op voorzieningen in de wijken, waaronder wijkaccomodaties waar bewoners, en dus ook alle jongeren, elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen ontplooien. Ik besef het. Dit is niet ‘Het ei van Columbus’, maar wel een belangrijke voorziening om de leefbaarheid in wijken en buurten terug te brengen. Omdat in de praktijk is gebleken dat veel maatschappelijke organisaties, die actief zijn in de wijken, (te) veel langs elkaar heen werken, dient de onderlinge communicatie drastisch verbeterd te worden. De ‘wijktafels’ die in het verleden haar meerwaarde hebben aangetoond, dienen in ere hersteld te worden. Dit hoeft absoluut geen kapitalen te kosten. Het is een kwestie van de burgers en haar opvattingen serieus nemen en openstaan voor hun ideeën en wensen. Het is ook wenselijk om de in het verleden onterecht weg bezuinigde jongerenwerkers in te zetten, die jongeren ook op straat aanspreken op hun gedrag en met hen een opbouwende relatie aan te gaan.

Als we er samen de schouders onder zetten moet dit toch tot duurzame oplossingen leiden. 

Piet van den Kieboom

 


 

| (ON)VEILIG |  

 

Na de presidium bijeenkomst van afgelopen week, waarin 3 politiemedewerkers tekst en uitleg gaven over politie activiteiten naar aanleiding van een aantal incidenten, was mijn gedachte dat veel gevoelens van onveiligheid ontstaan door onze eigen interpretatie van wat we zien en voor mij reden om er eens in te duiken. 

Recent kwam de AD ‘misdaadmeter’ uit. Die misdaadmeter is opgebouwd met behulp van politiegegevens. Wat blijkt? Bergen op Zoom is, net als alle andere stedelijke gebieden, relatief onveilig. Maar daarmee is niet alles gezegd. In 2017 stonden we op de lijst van onveilige gemeenten op plaats 59. In 2016 nog op plaats 57. In vrijwel alle misdaad categorieën was ten opzichte van 2016 een verbetering te bespeuren. Ik vergelijk graag met Roosendaal. Roosendaal kwam in 2017 uit op plek 30 en in 2016 op plek 36. Breda scoorde nog slechter, in 2017 plek 15! Zo bekeken doet Bergen op Zoom het helemaal nog niet zo beroerd. Bergen op Zoom is een stad en daarmee niet echt vergelijkbaar met plattelandsgemeenten. Die hebben bijna altijd lagere misdaadcijfers dan stedelijke gemeenten. Zonder gelijk in een juichstemming te komen is enige relativering als het gaat over onveiligheidsgevoelens wel op zijn plek.  Vorige week schreef ik onder het kopje; “ (on)begrijpelijkheden van de week” onder andere een stukje over het ‘Institutioneel vertrouwen’ waarin West-Noord Brabant achter onder andere Delftzijl en omgeving en Zuid- Limburg laag scoorde. Het viel mij bij de ‘misdaadmeter’ ook op hoe slecht Delftzijl en omgeving en Zuid- Limburg scoorden. Klaarblijkelijk is er een verband tussen slechte misdaadcijfers en het vertrouwen dat mensen hebben in instituties als de overheid en de politiek.

Daar moet de politiek iets mee!

Louis van der Kallen 

 

STEUN ONS DOOR DE BSD FACEBOOKPAGINA LEUK TE VINDEN