PROFIJTBEGINSEL/ GELD TERUG/ DE POT VERWIJT DE KETEL

| jaar 5 | nummer 232 |

| 09-09-2018 | 10.30 uur |


 

| DE SCHELP ONDERZOEK |  

 

(geluid aanzetten in video)

Louis van der Kallen legt uit waarom de BSD kiest voor een eigen onderzoek

 


 

| PROFIJTBEGINSEL |  

 

Als politicus verbaas ik mij geregeld erover hoe inconsequent het politiek/bestuurlijk bedrijf soms is. In de jaren 80 van de vorige eeuw is het profijtbeginsel een leidend principe geworden in hoe overheden hun diensten financieren. Het profijtbeginsel is gebaseerd op de gedachte dat burgers en bedrijven moeten bijdragen in de kosten van de door de overheid voortgebrachte voorzieningen naar de mate van het profijt dat zij van die voorzieningen hebben. Een principe dat ik onderschrijf en met mij vrijwel iedere politicus. Of toch niet?

Voor de auto is dat profijtbeginsel in alle facetten doorgevoerd. Bij de aanschaf wordt er BTW betaald. Bij een nieuwe auto ook BPM (de belasting van personenauto’s en motorrijwielen). De heffing die in de duizenden euro’s loopt. De auto bezitter betaalt ook motorrijtuigenbelasting, provinciale opcenten, brandstofaccijnzen (inclusief het kwartje van Kok) en parkeerheffingen.
Hoe anders is dat voor de fiets. Buiten de BTW bij aankoop van een nieuwe fiets betaalt de bezitter, fietsgebruiker, fietsparkeerder niets! Vroeger (tot 1941) was er rijwielbelasting.

Het wordt als vanzelfsprekend beschouwd dat de fiets niet belast wordt. Maar is dat logisch als er voor de fiets allerlei voorzieningen worden gerealiseerd? In de bijeenkomst ‘beeldvorming’ van de gemeenteraad van deze maand werd, in het kader van het raadsvoorstel “City Service Punt” (bewaakte fietsenstalling) door een inspreker namens de fietsersbond gesteld dat er in de gemeentelijke uitgaven een wanverhouding was tussen de uitgaven voor de auto en voor de fiets!
Vanuit het belang dat hij wordt geacht te dienen, begrijp ik zijn opmerking. Maar eigenlijk is die heel opmerkelijk. De automobilist betaalt van alle kanten voor de diensten die de overheid hem of haar als autobezitter biedt. En de fietser betaalt niets, maar heeft bij monde van de inspreker van de fietsersbond wel een heleboel eisen. De fietsen, zeker de elektrische, zijn dure hebbedingetjes geworden. Die dienen goed beschermd, bewaakt en wel gestald te kunnen worden. Toilet, reparatievoorziening en wifi schijnen daar allemaal bij te horen. Ik voel wel met hem mee. Maar is het logisch dat de automobilist dat via de parkeerheffingen betaald?  

Iedere vergelijking gaat mank. Maar ik doe toch een poging. Je bent op leeftijd of je geniet een uitkering en je kunt je nog net een autootje van 1000 euro veroorloven, omdat je zoon de reparaties en het olie verversen kan doen. Een uitje naar de stad met zijn tweeën met het autootje, omdat fietsen allang niet meer gaat, kost toch parkeergeld en je moet met de stramme benen en minder mobiele knieën een eindje lopen, omdat parkeren buiten het centrum nog net betaalbaar is. Een elektrische fiets valt ver buiten de portemonnee en is voor jou en je echtgenote te gevaarlijk. Want die dingen zijn zwaar en niet stabiel genoeg omdat je evenwichtsorgaan ook niet meer is wat het geweest is. Jij moet voor het parkeren betalen!

Je buurman kan wel een betere auto betalen maar ook nog twee prachtige elektrische fietsen van top kwaliteit en ruim 2000 euro per stuk, waarmee hij en zijn vrouw als vitale ouderen nog wel overweg kunnen. Die twee te stallen fietsen, 4 keer zoveel waard als dat autootje van 1000 euro, kunnen gratis midden in het centrum bewaakt en wel geparkeerd worden. Jij als bezitter van dat autootje, dat je nog net kan betalen, mag daar voor dat stallen van fietsen van je buurman en buurvrouw via jou parkeertarief opdraaien. Hoe rechtvaardig is dat? Voor jou autootje geldt het profijtbeginsel en voor de vier keer zo dure fietsen van de buren geldt dat niet? Een beetje raar is dat toch wel!

Ik begrijp dat het fietsgebruik veel voordelen biedt boven het autogebruik. Maar langzaam sluipt toch de gedachte binnen dat het niet geheel klopt. Waar is hier het principe van het profijtbeginsel gebleven?

Louis van der Kallen    

 


 

| GELD TERUG |  

 

De gemeente Bergen op Zoom krijgt van de ICT samenwerking West-Brabant 360.000 euro terug.  Normaal zou de BSD daar blij mee zijn, ware het niet dat mede voor dat geld de totale ICT infrastructuur aangepast zou worden. Maar dat gaat voorlopig niet gebeuren. De ICT samenwerking West-Brabant blijkt die klus niet op korte termijn aan te kunnen. De gemeenteraad is daar niet blij mee. Want de ICT infrastructuur in Bergen op Zoom is op zijn zachts gezegd niet op haar taken berekend.

Hoe nu verder is dan de vraag? Is de Bergse deelname aan de ICT samenwerking West-Brabant wel de beste oplossing? Is de ‘schaal’ van de ICT samenwerking West-Brabant wel de juiste? De ICT samenwerking West-Brabant is een gemeenschappelijke regeling van vijf gemeenten: Bergen op Zoom, Etten-Leur, Roosendaal, Moerdijk en Tholen, met een inwonersaantal van totaal ruim 251.000. In de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Samenwerking werd de gemeente Woensdrecht genoemd als voorbeeld. Deze zou het allemaal goed geregeld hebben. De gemeente Woensdrecht maakt deel uit van een ander ICT-samenwerkingsverband van en voor lokale overheden: Equalit, te weten: ABG gemeenten (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen), Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Oosterhout, Woensdrecht, Zundert, de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en het Sociaal Werkbedrijf GO. De gemeenten hebben totaal ook ruim 250.000 inwoners. Conclusie: aan de schaalgrootte van de ICT samenwerking West-Brabant hoeft het niet te liggen!    

Nu is er aan M&I partners de opdracht gegeven de gemeente te ondersteunen/begeleiden bij het project Nieuwe Infrastructuur. Dat lijkt de BSD-fractie een goede zaak. M&I partners heeft ook een ICT Benchmark Gemeenten. De kosten om deel te nemen zijn 6.500 euro. Het lijkt de BSD een goed idee om middels die benchmark eens te kijken hoe andere gemeenten het op ICT gebied doen. Wat kan beter, wat kan goedkoper? Equalit lijkt het wel allemaal aan te kunnen. Misschien is het een idee om het ICT samenwerkingsverband West-Brabant samen te laten gaan met Equalit. Dan is de schaalgrootte voorlopig ook geen discussiepunt meer. 

Louis van der Kallen
Manuela van Gent
   

 


 

| DE POT VERWIJT DE KETEL |  

 

“Iedere inwoner van Bergen op Zoom, krijgt de ondersteuning die nodig is om deel te nemen aan de samenleving en om zolang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen”

“We stimuleren in elke wijk kernvoorzieningen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten”

“We houden rekening met senioren. We dragen bij aan de ontwikkeling van Bergen op Zoom tot een leeftijdsvriendelijke en dementievriendelijke gemeente. We zorgen ervoor dat de zorg voor ouderen op peil blijft met voorzieningen in hun NABIJHEID!”

Dit zijn een aantal letterlijke citaten uit het coalitieakkoord van de huidige coalitie in Bergen op Zoom voor de bestuursperiode 2018 tot 2022. Het programma heeft als titel “Brug naar de toekomst”. Het is volgens de ondertekenaars ervan (GBWP, VVD, CDA en Groen Links) een uitgestoken hand aan iedereen die mee wilt doen aan onze samenleving. Diegenen die wel mee WILLEN doen, maar niet KUNNEN, zullen de uitgestoken hand niet kunnen vastpakken en vanaf de “Brug naar de toekomst” tussen wal en schip terecht komen: de boot gemist. Dit blijkt ondanks de mooie beloften in het coalitieakkoord, nu de praktijk te zijn. Een ouderensteunpunt, zoals bij De Zoomflat, wordt gesloten door het college. De bezoekers, veelal ernstig belemmerd in hun mobiliteit, moeten verderop naar  wijkaccomodatie De Korenaere gaan.

In de afgelopen bestuursperiode 2014 tot 2018 heb ik als lid van de gemeenteraad, in meerdere commissie- en raadsvergaderingen, de woordvoerders van GBWP, CDA en vooral van Groen Links, hartstochtelijk horen pleiten voor het openhouden van voorzieningen voor met name ouderen in onze samenleving. Ik ben dan ook verbijsterd dat juist GBWP en Groen Links zich niet onomwonden uit hebben gesproken voor een aangekondigde motie met als strekking het openhouden van het ouderensteunpunt in de Zoomflat. Sterker nog de Groen Links wethouder Harijgens heeft in nog geen half jaar tijd de bestuurscultuur van de fractie van GBWP blindelings overgenomen. Hij geeft dan ook de raad als reactie op de motie “Als u dat wilt raad, bent u tegelijkertijd zelf verantwoordelijk voor de financiering ervan”. Anders gezegd het college vindt dat voor dit doel geen geld uitgegeven hoeft te worden. Het college vindt dus dat haar eigen programma geen invulling hoeft te krijgen!

Vorige week las ik een interview met de landelijke voorman van Groen Links, Jesse Klaver in BN De Stem. Daarin maakt Klaver de VVD het verwijt dat zij de publieke sector als kostenpost ziet. Klaver waarschuwt bovendien in het interview dat Rutte wel premier moet zijn voor alle Nederlanders. Klaver verwijt de VVD tevens dat men voor de verkiezingen allerlei beloftes heeft gedaan, maar na de  verkiezingen een heel ander beleid voert, waardoor de mensen het gevoel hebben dat de politiek er niet voor de burger is, waardoor deze burger het gevoel heeft er alleen voor te staan. Diezelfde burger die bij het uitbrengen van zijn stem afgelopen maart zijn vertrouwen uitsprak in partijen als Groen Links en GBWP omdat zij beloofden dat iedere inwoner van onze mooie gemeente mee moet kunnen blijven doen in de samenleving. In feite kan Jesse Klaver het verwijt dat hij maakt aan Rutte met dezelfde argumenten  maken aan Andrew Harijgens van Groen Links. Wel miljoenen uitgeven aan bijvoorbeeld de aankoop van het Suikerlab, de aanleg van een onnodige rotonde in Halsteren, het aanpassen voor veel geld van een parkeergarage in de binnenstad enz. en tegelijkertijd bezuinigen op voorzieningen voor ouderen.

“De pot verwijt de ketel!”

Piet van den Kieboom

 

STEUN ONS DOOR DE BSD FACEBOOKPAGINA LEUK TE VINDEN