COLLEGEONDERHANDELINGEN DEEL 4 – EPILOOG/ VAN MAAKINDUSTRIE NAAR VERMAAKINDUSTRIE/ VERZONDEN BRIEVEN

| jaar 1 | nummer 8 |

| 29-04-2014 | 16.15 uur |


 

| COLLEGEONDERHANDELINGEN – DEEL 4 – EPILOOG |
(stof tot nadenken voor Arjan van der Weegen)

 

Le penseur van Rodin

Le penseur van Rodin

Voor de BSD waren wat de collegeonderhandelingen worden genoemd eigenlijk op geen enkele wijze ‘onderhandelingen’. Ondergetekende had voorafgaand aan de verkiezingen eigenlijk geen verwachtingen op dit punt. Na de verkiezingsuitslag en de uitspraak van Arjan van der Weegen op de verkiezingsavond dat hij met alle partijen zou gaan spreken waren die verwachtingen er wel. Niet ten aanzien van deelname aan een college. Want wij waren in de uitslag de vijfde partij en ik als lijsttrekker had niet de nadrukkelijke wens geroepen te worden tot het wethouderschap. Maar in mijn ogen ‘maakt belofte schuld’ en mijn gedachte was dat Arjan, die ik kende als een integer wethouder, geen Rutte was die in één campagne met twee evidente leugens wegkwam.

Toch liep het allemaal anders. Voor mij een reden om eens een boek te lezen over ethisch handelen (WaardeNloos, geschreven door George Möller) en een analyse te maken waarom na de verkiezingen iemand, die ik zeer waarderde omdat hij altijd de inbreng van anderen op prijs leek te stellen, (voor mij plotseling) dat in de praktijk van collegeonderhandelingen niet deed.
Mijn ‘uit de pols’ analyse kwam er op uit dat Arjan, na de prachtige uitslag van de verkiezingen die zijn partij boekte, bewust of onbewust tot de conclusie kwam dat hij tot in lengte van dagen een partij als de BSD niet nodig zal hebben. Dus waarom zou hij tijd verspillen om serieus met ons en de nog ‘kleinere’ partijen te spreken. En objectief bezien denk ik dat hij daarin vermoedelijk gelijk heeft. Bij gemeenteraadsverkiezingen heeft GBWP de komende tien(tallen) jaren niets te vrezen. De landelijke partijen verliezen als groep in Nederland al sinds 1990 zetels. Niets wijst er op dat deze trend zich de komende jaren zal wijzigen. Het vertrouwen van de kiezer in de landelijke politiek lijkt blijvend tanend. Dus de kans dat de komende jaren de VVD, het CDA of D66 groter zou kunnen worden dan GBWP is klein.
Van de plaatselijke partijen is alleen Lijst Linssen (LL) de afgelopen jaren in de strijd om de grootste te zijn een concurrent geweest. LL is echter al een aantal verkiezingen bezig aan een neergang. En zelfs in een ronde dat vrijwel in alle gemeenten de landelijke partijen ‘op hun bek’ zijn gegaan is het LL niet gelukt om het tij te keren of constant te blijven. Dit ondanks de vermoedelijk hoogste campagnekosten van alle partijen. Kan LL het tij keren? Ik denk het niet. Ton is zoals hij is. Hij jaagt meer kiezers weg dan hij met al zijn geroep, voor de muziek uit loperij en hardwerken er bij krijgt. Hij zou zijn zoon een kans moeten geven. Maar de vraag is of die zijn goede baan er aan wil geven voor een ongewis wethouderschap. Daar komt bij dat Johan met al zijn kwaliteiten mogelijk niet instaat is zich voldoende te profileren om overeind te blijven in de leeuwenkuil die de Bergse politieke arena is en de stemmen, die zijn vader met een grote mond verwerft, vast te houden.
GBWP lukt het om uit de wind te blijven en electoraal de ideale middenpositie te bekleden. Het afbreukrisico van die partij en haar wethouders is klein, omdat ze het karakter hebben van technocraten. Soms denk ik: Arjan is een reïncarnatie van Jan Dekkers, de ambtenaar die ooit als wethouder van het CDA optrad. Hardwerkend, gemotiveerd, sober en deskundig. Kortom als er bij GBWP sprake is van een afbreukrisico dan zit het in hen zelf en degenen waarmee ze samenwerken. Dus Arjan hoeft met niemand voor de toekomst rekening te houden en maakte zijn keuze: niet praten met de BSD. Is dat een vorm van de arrogantie van de macht? Misschien. Maar het is naar mijn gevoel zeker een gebrek aan hoffelijkheid of moreel handelen.
Als het gaat over moreel handelen volg ik een eenvoudige gouden regel, zoals in onze taal in diverse gezegden wordt verwoord: ‘wie zaait zal oogsten’, ‘degene die iemand verwondt, verwondt zichzelve’ of ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Voor mij is de gouden regel goed omdat hij uitgaat van wederkerigheid.

Op ethisch vlak ben ik een representant van Thomas Hobbes (1588-1679). Hij legde de basis voor het denken vanuit het perspectief van de sociaal contract-theorie (“Het doel van moraliteit is vrede en dat kan enkel worden bereikt bij een juiste gezamenlijke welvaart. Het is daardoor nodig dat ieder mens enkele rechten overdraagt aan een heerser die met harde hand regeert en moreel gedrag afdwingt”). Met de ogen van nu zijn regels nodig om de zaken in de samenleving in een rechtvaardige richting te krijgen. Maar handhaving is daarmee onlosmakelijk verbonden!
Ik draag rechten (bevoegdheden) graag over aan een heerser (college van B&W). Maar alleen als ik denk dat de heerser er met de juiste moraliteit mee zal omgaan.

Ik heb vele onderhandelingen voor een dagelijks bestuur zoals een college van B&W gedaan. Bij de gemeente, waterschappen, de Kamer van Koophandel en de provincie.
Mijn voorkeur gaat uit naar de wijze van werken zoals ik heb mogen ervaren bij de college-onderhandelingen voor Gedeputeerde Staten in 1991, 1995 en 1999.
Toen was de gewoonte om te beginnen met alle partijen aan tafel en een fractie trok zich terug als er een onderdeel van het programma werd vastgesteld waar deze fractie zich niet in kon vinden.
In 1991 stelde ik namens de Brabantse Onafhankelijke Fractie (BOF) voor, als partij die tegen de gedwongen herindeling was, om als eerste bespreekonderwerp te starten met de herindeling. Na 30 minuten kon ik afreizen naar Bergen op Zoom. Toen ik dat in 1995 opnieuw probeerde, was het antwoord: “Louis dat gaan we niet doen. We weten dat je over een aantal onderwerpen, zoals waterbeleid, bosbouw, land- en tuinbouw en milieu veel kennis hebt. Die kennis gaan we in het belang van jouw partij, Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten, alsmede de provincie Brabant eerst benutten.”  Deze houding is een aai over de bol, maar het is ook het benutten van de gewaardeerde denkkracht van iedere fractie. Dat geeft echt het gevoel van we doen het samen, voor zover dit kan. Dan maak je als kleine fractie toch deel uit van een orgaan dat aan het woord ‘samen’ een gewaardeerde inhoud geeft. Wat mij betreft iets voor Arjan om over na te denken.

Louis van der Kallen  

 


 

| VAN MAAKINDUSTRIE NAAR VERMAAKINDUSTRIE |

 

We hollen achteruit. Fabrieken en kantoren sluiten, winkels gaan dicht en mensen worden ontslagen. ‘Merck toch hoe sterck’ roept, in rep en roer, het college. Bergen op Zoom verkocht zich in het verleden aan de meest biedende opportunistische industriëlen en jarenlang koesterde men deze praktijken. Nu staan we weer met lege handen. Het wordt hoog tijd dat we zelf het heft in handen nemen en ons niet laten leiden door een soft, wolkerig, goed bedoeld coalitie akkoord. Banen moeten er komen en wel nu. We hebben er zelfs speciaal een partij voor, maar die heb ik afgelopen jaren niet gehoord en in geen (van der) Velden of (van der) Wegen gezien.

Bergen op Zoom is van oudsher een ‘maak’ stad. . . . van visserij/landbouw tot pottenbakken, van ijzergieten naar kermisvermaak, van chemie tot het rollen van sigaretten. . . . . het zit in onze genen.
Maak van Bergen op Zoom een toeristische trekpleister met internationale allure. Organiseer en faciliteer realistische professionele klank- en lichtspelen met meer goedlachse diepgang en historisch besef, gebruikmakend van hedendaagse techniek. Straattheater, Brabantse Wal spelen, sportevenementen, watertoerisme, kunstprojecten, re-enactment, muziekfestivals, markten en optochten zijn van die voorbeelden. Betaalbaar en, als het even kan, geld opbrengend entertainment het hele jaar door, ontworpen door professionals, geleid door professionals en gepromoot door professionals.
We moeten dan eerst zorgen dat Bergen op Zoom beklijft bij de bezoeker en dat men zich de stad blijft herinneren om terug te keren. Een duidelijke slogan is het eerste waar deze stad behoefte aan heeft, geen stukje ‘compromisproza’, dat niemand kan opzeggen. De welbekende slogan ‘ Merck toch hoe sterck’  ligt al jarenlang, zo niet eeuwenlang, voor het oprapen. De ‘ Stadsstenen des aanstoots’  hebben we wel gehad.

De nieuwe productie van De Vierschaar wordt weggestopt tussen een skatebaan en een hamburgerketen. Hoe gek kan het lopen. We hebben prachtige terreinen hiervoor liggen. Het voormalig Nedalco terrein, het Groot Arsenaal, Fort De Roovere en het KijkindePot. Dit laatste wordt voornamelijk gebruikt als veredelde hondenstrontbak, terwijl dit toch bij de aanleg niet zo bedoeld was.

Na 7 magere jaren komen 7 vette jaren, de economie zal aantrekken. Menigeen zal weer werk kunnen vinden en na een drukke dag is het dan heerlijk om te ontspannen. Bergen op Zoom, wees een stad met visie, loop voorop, grijp je kans en maak van deze stad een doe-stad. Van maak-stad naar vermaak-stad. De inwoners kunnen, willen en doen het. Laat je niet verleiden door gewetenloze keiharde onzalig makende zakenlieden. Er moet werkgelegenheid bijkomen die positief is voor de stad en haar bewoners verbindt. Vermaak industrie dus. Bergen op Zoom kan op dit gebied stukken meer en beter.

Een Bakx weet als geen ander hoe je vreemde snoeshanen met verkeerde bedoelingen buiten de poort moet houden, Merck toch hoe Sterck.

Peet Bakx 

 


 

| VERZONDEN BRIEVEN |

 

Lees hier:

28 april 2014 – DIVERSEN 2014 – 2, KENMERK LK/14017

28 april 2014 – FERNBUS, KENMERK LK/14018

29 april 2014 – OVERVOLLE CONTAINERS, KENMERK LK/14019